*

 
dossier

Archief

Barbara de Loor is blij dat ze niet is doorgespoeld

NICOLIEN VAN DOORN − 09/02/96, 00:00

HOOGWOUD - De aanwezigheid van Carla Zijlstra op allroundtoernooien is zo vanzelfsprekend, dat je bijna zou vergeten dat ze alleen op de twee langste afstanden tot de wereldtop behoort. Dat ze zich ieder seizoen moeiteloos voor de vierkamp plaatst, komt dan ook omdat er in de verste verte geen concurrentie te bekennen is. Het wachten is op een allroundster, die de stayer van haar 'onrechtmatige' plaats verdrijft.

Vorige maand was het bijna zo ver. Zijlstra moest zich zowaar tot het uiterste inspannen om het derde startbewijs voor zowel de Europese als de mondiale allroundkampioenschappen te bemachtigen. Beide keren was het Barbara de Loor, die het haar moeilijk maakte. Zo moeilijk zelfs, dat menigeen zich afvroeg waarom De Loor niet als derde vrouw aan de WK-ploeg was toegevoegd.

Zijlstra rechtvaardigde haar aanwezigheid in Inzell door er op te wijzen dat zij had voldaan aan de eis, die de commissie kernploegen had gesteld. Tot vervelens toe bracht ze de selectiewedstrijden in Baselga in herinnering waar ze zich, door op de 3000 meter als zesde te eindigen, voor het WK had gekwalificeerd. “Ik heb het verdiend”, hield Zijlstra koppig vol. En daar, beaamt De Loor, valt niets tegenin te brengen.

De Loor wist bij voorbaat dat ze weinig kans maakte om uitverkoren te worden voor de WK-ploeg. Vrouwencoach Ab Krook had haar gewaarschuwd dat Zijlstra genoeg had aan een zesde plaats op de drie kilometer. “Na afloop van de selectiewedstrijden reed ik met een big smile rond”, herinnert De Loor zich. “Ik had een dijk van een 1500 en een goede 3000 meter gereden en het verschil tussen Carla en mij was zo klein, dat ik dacht dat ze mij misschien toch nog naar Inzell zouden sturen. Was ik dus even dat regeltje vergeten. Maar ja, dat regeltje is er nu eenmaal. Het is volkomen terecht dat Carla het voordeel van de twijfel kreeg, tenslotte heeft ze in het verleden altijd goed gespresteerd.”

Wie had kunnen denken dat uitgerekend Barbara de Loor zich zou ontwikkelen tot een allroundster waar dreiging van uitgaat? De 21-jarige schaatsster uit Hoogwoud werd drie jaar geleden aan de kernploeg toegevoegd. Na een vijftiende plaats op het EK van '93 en een veertiende op het door Olympische beslommeringen gedevalueerde WK van '94 zakte ze weg in een niemandsland van allergieën, ziektes en blessures. Met zijn opmerking dat De Loor een tweede Karin Kania kon worden, kreeg Leen Pfrommer destijds evenveel lachers op zijn hand als Youp van 't Hek met zijn oudejaarsconference.

De omschakeling van Jong Oranje naar de kernploeg verliep moeizaam. “Er wordt niet alleen op lichamelijk gebied veel van je verwacht, mentaal gebeurt er ook heel wat me je”, kijkt De Loor terug op die periode. “Ik was erg jong toen ik in de kernploeg kwam. Nadat ik me onverwacht voor het EK had geplaatst, waren alle ogen op mij gericht. Toen ik het jaar daarop die verwachtingen niet kon waarmaken, werd er plotseling met heel andere ogen naar me gekeken. Dat was verwarrend.”

Barbara de Loor heeft veel tijd nodig gehad om zich tot een volwassen sportvrouw te ontwikkelen, maar na drie kwakkeljaren lijkt ze haar draai in de kernploeg dan toch gevonden te hebben. “Ik ben blij dat de commissie kernploegen mij alle tijd heeft gegeven en niet heeft gezegd: die De Loor spoelen we even door. Voordat de kernploeg dit seizoen bekend werd gemaakt, hebben ze behoorlijk over mij gediscussieerd. Er is heel wat getwijfeld door de heren. Het is natuurlijk vervelend dat ik zo lang anoniem heb meegedraaid, maar ik heb er ook een hoop van geleerd. Pas dit jaar heb ik onder de knie gekregen dat ik van mijn eigen kunnen moet uitgaan en in mezelf moet geloven. Mijn zelfvertrouwen is toegenomen. Mijn tijd komt nog wel.”

Luchtsprong

De strijd om de mondiale allroundtitel heeft ze vanaf de televisie gevolgd. “Ik liep maar zo'n beetje heen en weer. Ik kon niet rustig zitten en ervan genieten. De hele tijd dacht ik: daar had ik ook kunnen rijden.” Op de eerste de beste afstand gleed Zijlstra de boarding in. Er is waarachtig niet veel fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe De Loor daarop reageerde. Je zíét de luchtsprong die ze maakte, je hóórt de juichkreet die ze slaakte. Want een mens is een mens en wie topsport bedrijft is zo mogelijk nog meer mens dan een gemiddeld mens.

Voor De Loor gaat die regel echter niet op. “Iedereen vraagt me steeds of ik niet moest lachen toen Carla viel”, zegt ze, voor haar doen heftig. “Ik vraag me werkelijk af waar die mensen mee bezig zijn. Zitten ze dan zo anders in elkaar dan ik? Carla is gekozen, ze rijdt een rot kampioenschap en daarom heb ik medelijden met haar. Ik haal geen motivatie uit de pech van iemand anders. Zo zit ik niet in elkaar. Zodra het startschot klinkt, vechten we het uit met elkaar. Maar daarna heeft het geen enkele zin om een rottige sfeer te creëren. Daar gaat niemand harder van rijden. Als we elkaar helpen, komt dat volgens mij de prestaties ten goede.”

Volgens Barbara de Loor misschien wel, maar binnen de kernploeg is zij dan wel de enige die er zo over denkt. In Inzell maakten met name Zijlstra en Annamarie Thomas er geen geheim van, dat er van enige betrokkenheid tussen de verschillende kernploegleden geen sprake is. Thomas beweerde zelfs dat haar collega's haar rugklachten met vreugde hadden begroet: hoera, weer een concurrente minder! Met verbazing in haar stem pareert De Loor die aantijging: “Ik weet zeker dat niemand van ons heeft gedacht: Annamarie heeft last van haar rug, die zien we voorlopig niet meer terug. Zoiets gun je toch niemand? Als zij geblesseerd afhaakt en ik word vervolgens Nederlands kampioen, dan heb ik daar toch geen lekker gevoel over?”

Barbara de Loor vindt het jammer dat haar ploeggenotes zich de afgelopen week openlijk hebben beklaagd over het gebrek aan collegialiteit binnen de kernploeg. “Ik doe daar niet aan mee. Ik heb met niemand problemen. Als er iets mis is met de sfeer, moeten we dat zelf oplossen. We lossen niets op door via de media op elkaar af te geven.”

De afgelopen jaren heeft Barbara de Loor minstens zoveel ervaring opgedaan met ziektes en blessures als Annamarie Thomas. Heeft zij, anders dan Thomas, wèl steun gevonden bij haar ploeggenotes? Er valt een stilte. De tweestrijd die zich op het gezicht van De Loor afspeelt, is leesbaar als een boekje voor zesjarigen. Zeg ik de waarheid of draai ik er om heen? De waarheid wint. “Nee”, zegt De Loor zacht. “Ze hebben mij niet geholpen. Maar ik probeer er boven te staan. Daarom stuur ik iedereen een kaartje. Carla krijgt er een met 'Kop op'. En Tonny, Annamarie, Rintje, Ids en Martin krijgen er een waarop staat: 'Goed gereden'.

mailIcon print |