DEN HAAG - Uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers kunnen worden teruggestuurd naar het noorden van Somalië. Die regio is veilig en stabiel. Terugkeer naar Zuid-Somalië is op dit moment onverantwoord. Door steeds oplaaiende gevechten is de situatie er niet stabiel genoeg. Of het midden van Somalië veilig genoeg is voor teruggestuurde asielzoekers, is nog onzeker.
Dat meldt het ministerie van buitenlandse zaken in zijn nieuwste ambtsbericht over Somalië. Een opmerkelijk verschil met het vorige (10 november 1995) is dat Buitenlandse zaken nu het hele zuiden van Somalië onveilig verklaart. Vorige zomer nog werden vier Somaliërs uitgezet naar de toen veilig geachte stad Garbarhare in de zuidelijke provincie Gedo.
Somaliland en de noordoostelijke provincies Bari, Nugaal en Mudug acht Buitenlandse zaken veilig genoeg voor terugkerende asielzoekers. Niet alleen voor Somaliërs die er vandaan komen, maar ook voor Zuid-Somaliërs die een tijd in het noorden hebben gewoond, maar tot een zuidelijke clan behoren. Ook dat is een opvallend verschil met het eerdere ambtsbericht. Toen meende het ministerie dat Somaliërs alleen terug konden naar hun eigen clangebied.
Over het terugsturen van asielzoekers naar Midden-Somalië laat Buitenlandse zaken zich niet uit. Het gebied zou relatief veilig zijn, maar omdat “dit niet door eigen recente waarneming bevestigd kan worden”, onthoudt het ministerie zich van een conclusie.
Het nieuwe ambtsbericht over Somalië is van groot belang voor staatssecretaris Schmitz van justitie. Op grond van deze informatie bepaalt zij of uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers kunnen worden teruggestuurd naar dit Oost-Afrikaanse land. Schmitz was daar vorig jaar zomer al mee begonnen. Maar de gedwongen verwijdering van 19 Somaliërs naar de noordwestelijke stad Hargeisha mislukte, omdat de groep zich onderweg hevig verzette. Bij een andere uitzetting werden in het zuiden twee justitie-ambtenaren beschoten. Uiteindelijk werd Schmitz in september teruggefloten door de vreemdelingenrechter in Zwolle.
Het jongste ambtsbericht baseert zich vooral op bevindingen van een ambtelijke missie, die eind oktober 1996 een bezoek bracht aan het noordoosten en noordwesten van Somalië. Daarnaast gebruikt Buitenlandse Zaken informatie van Amnesty International, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, Human Rights Watch en het US Department of State country reports.
De ambtsberichten van Buitenlandse Zaken liggen al geruime tijd onder vuur, omdat ze te oppervlakkig en te gedateerd zouden zijn. Kennelijk heeft het ministerie zich die kritiek aangetrokken, want het nieuwste ambtsbericht over Somalië bevat veel actuele gegevens. Gerapporteerd wordt bijvoorbeeld over een bijeenkomst op 3 januari jongstleden in Addis Abeba (Ethiopië), waar de voorloper van een voorlopige nationale regering van Somalië is gepresenteerd.
Ook bericht Buitenlandse Zaken uitvoerig over terugkeerprogramma's die onder begeleiding van de UNCHR worden uitgevoerd. Het gaat om duizenden Somalische vluchtelingen die vanuit de buurlanden vrijwillig terugkeren naar Somalië. Het ministerie meldt voorts dat andere West-Europese landen voorbereidingen treffen voor het gedwongen verwijderen van afgewezen Somalische asielzoekers.
In een interview met Trouw, zei staatssecretaris Schmitz onlangs dat de terugkeer van afgewezen Somalische asielzoekers voorlopig alleen op vrijwillige wijze gebeurt. Nederland zal die terugkeer bovendien ondersteunen met ontwikkelingsprojecten en financiële hulp.
- Vervolg op pagina 3
Voor vrouwen blijft het slecht Velen zijn in Somalische burgeroorlog verkracht en/of weduwe geworden
VERVOLG VAN PAGINA 1
Met de mensenrechten gaat het in Somalië een stuk beter dan tijdens de burgeroorlog in de jaren 1991-1992, constateert Buitenlandse zaken.
Voor vrouwen is de situatie onverminderd slecht. Vrouwen hebben in Somalië een achtergestelde positie, en worden mishandeld in de vorm van vrouwenbesnijdenis. Tijdens de burgeroorlog zijn veel vrouwen verkracht. Bovendien, schrijft het ministerie zijn veel vrouwen weduwe geworden.
Ook in Nederland verblijven veel alleenstaande vrouwelijke Somalische asielzoekers en hun kinderen. Van de kant van mensenrechtenorganisaties is erop gewezen dat deze groep extra gevaar loopt bij verwijdering naar Somalië, omdat de vrouwen in feite vogelvrij zijn. Buitenlandse zaken acht het echter “onwaarschijnlijk dat de vrouw en haar kinderen tussen wal en schip vallen”. Er is altijd een 'beschermer': ze kan bij de familie van haar vader terecht of trouwen met de broer van haar overleden man, schrijft het ministerie.
Begin september bepaalde de Zwolse vreemdelingenrechter dat Somaliërs alleen kunnen worden teruggestuurd, wanneer zij worden opgevangen door hun extended family, hun naaste familie. Staatssecretaris Schmitz liet al eerder weten dat zij met dat begrip “niet zoveel kan”. Buitenlandse zaken schrijft nu dat “deze omschrijving voor een goed begrip van de Somalische verhoudingen niet goed bruikbaar is”.
Alle Somaliërs die dezelfde voorvader of stammoeder hebben, zijn in feite familie van elkaar. En volgens Buitenlandse zaken komen ze zo'n 'familielid' altijd wel ergens tegen, ook in het buitenland.
Het uitzettingsbeleid ten aanzien van Somalië ligt inmiddels bij de hoogste vreemdelingenrechter, de rechtseenheidskamer, in Den Haag. Die buigt zich volgende week donderdag over de vraag of het verwijderen van afgewezen Somalische asielzoekers hervat kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.