*

 
dossier

Archief

FOUT

JAN GREVEN − 01/02/97, 00:00

Zo'n anderhalf jaar geleden was Sytze van der Zee, in die tijd hoofdredacteur van Het Parool, er een paar maanden tussenuit om een boek te schrijven over zijn jeugd.

Wat hij op zijn hart had, wist ik niet. We praatten wel eens over zijn jeugd. Maar dat kwam, omdat hij in dezelfde buurt van Hilversum was opgegroeid, als waarin mijn kinderen waren groot geworden. Verder gingen die gesprekken nooit.

Deze week is zijn boek uitgekomen. Sytzes ouders waren fout in de oorlog en ook een dikke vijftig jaar later is het hartverscheurend om te lezen wat dat voor consequenties gehad heeft. Sytze heeft daar eerder nooit over gepraat, net zo min als zijn broer Wim, die secretaris-generaal van de Raad van Kerken was, toen hij in 1995 overleed. In een eerdere fase van mijn arbeidzame bestaan heb ik vrij intensief met Wim samengewerkt, toen we samen televie-kerkdiensten voorbereidden voor IKON-televisie. Wim preekte, ik was eindredacteur. We overlegden bij die gelegenheden diepgaand over preek en liturgie. Het nu door Sytze onthulde geheim heb ik nooit bevroed.

Wim was een gedreven Raad-van-Kerken-man, die eerder net was gepasseerd als secretaris-generaal van de Hervormde Kerk. Sytze was een uitstekend hoofdredacteur. Zouden deze verdienstelijke mannen ook op deze posten benoemd zijn, als het oorlogsverleden van hun ouders wèl bekend was geweest? Of zou in het rumoer en het geduw en getrek dat bij benoemingen op dit soort posities regel is, de associatie met de NSB de balans net een andere kant hebben doen omslaan? De kans op dat laatste was, dunkt me, heel groot geweest. Die gedachte beschaamt me, omdat er uit blijkt dat de Van der Zee's er dus verstandig aan gedaan hebben over hun jeugd te zwijgen als het graf.

Dat gevoel van beschaamdheid verdiept zich nog, doordat Sytzes boek me ervan doordringt dat je niet naar verre dictaturen hoeft te gaan om aangedaan onrecht aan te treffen, waar de slachtoffers zelfs jaren later nog niet over durven praten. Je kunt er voor in de eigen samenleving blijven.

Het boek laat zien hoe een wraakzuchtige buitenwereld op een kind de schuld van zijn ouders verhaalt en het zo systematisch uitstoot, dat het kind ten slotte uitstotingsvermijdend gedrag als een tweede natuur ontwikkelt. Hij zorgt niet op te vallen, niet brutaal te zijn, eerst van afstand een situatie op 'veilig' te bekijken en als dat nodig zelf meteen de eerste klap uit te delen. Later leert hij vooral over bepaalde dingen te zwijgen. De geestelijke zelfamputatie die daarvan het gevolg is, maakt dat de grenzen van de natuurlijke vanzelfsprekendheid in de omgang met anderen zorgvuldig dienen te worden bewaakt. Een nooit slapende behoedzaamheid bewaakt op essentiële punten de intimiteit.

Die behoedzaamheid en het daarmee gepaard gaande wantrouwen golden àlle mensen. Als je leest hoe die eigenschappen zich in de loop van de tijd 'ontwikkelden', begrijp je waarom er op dat 'alle' geen uitzonderingen konden zijn. Ook ìk hoorde tot die 'alle' (dat wil zeggen tot de categorie: 'Pas op') en daar kun je je, vreemd genoeg, achteraf schuldig over voelen, zonder dat je iets schuldigs hebt gedaan.

Mensen kunnen hun medemensen dingen aandoen, waardoor voor de slachtoffers de hele buitenwereld, zonder onderscheid, een amorfe boze en gevaarlijke massa wordt, waarvoor ze altijd op hun hoede zijn. Er is een heldere demarcatielijn en ontkennen helpt niet: als niet-slachtoffer hoor je tot die boze buitenwereld. Een vreemd gevoel: nooit meegehuild met de wolven in het bos en toch voor de ander een wolf.

Wat je na lezing van Van der Zee's boek hoopt, is dat je de situatie zult herkennen, wanneer de wolven opnieuw gaan huilen en op zoek gaan naar slachtoffers. Waarbij het moeilijkste punt is, dat de wolven niet zomaar huilen. Er waren in de naoorlogse jaren zeeën van verdriet, en vooral van rancune en frustratie, die zich een uitweg moesten banen. Er waren maar enkelen, die de golven van die stroom wisten te weerstaan.

Sytze van der Zee hoeft zich, nu zijn boek verschenen is, niet meer bedreigd te voelen bij de gedachte dat zijn geheim in de openbaarheid komt. Dat zal hem nog niet makkelijk vallen, want ik weet niet wat moeilijker is: een tweede natuur aan- of afleren.

mailIcon print |