*

 
dossier

Archief

Ondanks campagne groeit donorentekort

Van een onzer verslaggeefsters − 12/09/98, 00:00

UTRECHT - Ondanks de orgaandonatiecampagne van de overheid is er een groeiend tekort aan donoren. Familieleden van potentiële donoren houden twee keer zo vaak als verwacht tegen dat de overledene organen of weefsel afstaat voor transplantatie.

Dat blijkt uit het onderzoek dat R. J. Ploeg deed naar knelpunten bij orgaandonatie, het Don Quichotproject. De cijfers werden gisteren bekend gemaakt tijdens het 30-jarige jubileum van de Nierstichting. Uit het Don Quichotproject blijkt ook dat artsen in driekwart van de gevallen dat een patiënt overlijdt orgaandonatie niet ter sprake brengen.

Van de 5131 patiënten die vorig jaar in een Nederlands ziekenhuis dat aan het project meedeed overleden, waren 61 geschikt als donor. Een derde van hen heeft daadwerkelijk organen of weefsel afgestaan.

Door intensieve begeleiding van artsen en nabestaanden, veel persoonlijk contact en maandelijkse controle kan het aantal donoren aanzienlijk toenemen, blijkt uit het Don Quichot-project. In de elf ziekenhuizen die meededen aan het project steeg het aantal weefseldonoren van 116 in 1996 tot 228 in 1997.

Jaarlijks krijgen vijfhonderd nierpatiënten een nier van een donor, dat is minder dan een derde van het aantal wachtenden op niertransplantatie. De oud-hoogleraar cardiologie A. J. Dunning zei gisteren bij de Nierstichting dat transplantatie van varkensnieren wellicht uitkomst kan gaan bieden. Xenotransplantatie, waarbij organen of weefsels van de ene in de andere diersoort worden overgebracht, is volgens Dunning nauwelijks tegen te houden, gezien de financiële belangen van de farmaceutische industrie. Het bedrijf Sandoz, later overgegaan in Novartis, investeerde twee miljard gulden in een proef in Cambridge waarbij in een laboratoriumsituatie een varkensnier geschikt wordt gemaakt voor transplantatie in een mens. Ter vergelijking: de Nederlandse overheid besteedt jaarlijks 1 miljard aan medisch wetenschappelijk onderzoek.

Volgens Dunning is het niet mogelijk met louter Nederlandse wetgeving xenotransplantatie tegen te houden. Grote bedrijven zijn internationaal en ook werken ziekenhuizen en wetenschappers van verschillende landen samen bij een zo groot experiment. Volgens Dunning moeten artsen niet zwichten voor de druk van patiënten en te snel overgaan op experimentele transplantatie van een orgaan van een varken naar een mens, zonder dat de risico's van mogelijke afstoting of besmetting met een virus goed zijn onderzocht. “Door in de jaren '60 overhaast harttransplantaties uit te voeren, is een achterstand van tien tot vijftien jaar ontstaan.”

Door de overheidscampagne voor het donorregister hebben vier miljoen mensen zich aangemeld, van wie een half miljoen zich heeft opgegeven als donor. Dat zijn er minder dan minister Borst (volksgezondheid) had gehoopt. Om wachtlijsten voor transplantatie terug te brengen, zijn meer donoren nodig. Deels is het tekort aan donoren te danken aan de toegenomen verkeersveiligheid: daardoor zijn er minder jonge verkeersslachtoffers en die zijn doorgaans het meest geschikt als donor.

Het gebeurt volgens de minister nog te vaak dat in een ziekenhuis mensen overlijden die potentieel donor zijn, zonder dat de arts aan de familie de kwestie van eventuele orgaandonatie ter sprake brengt. Volgens de wet op de orgaandonatie moeten artsen schriftelijk verantwoording afleggen wanneer een patiënt na overlijden geen donor is. Artsen zouden de vraag naar orgaandonatie vaker aan familieleden van een overledenen moeten stellen, vindt minister Borst. Al erkende ze gisteren: “We hebben ons transplantatie emotioneel niet eigen gemaakt.”

mailIcon print |