*

 
dossier

Archief

'Master' Feike Asma: meer dan nostalgie

CHRISTO LELIE − 22/01/98, 00:00

'Het indrukwekkendste barokorgel ter wereld', zo noemde Feike Asma het Vater/Müller-orgel van de Oude Kerk te Amsterdam. Vele zaterdagavondconcerten gaf hij er en duizenden kwamen daar op af. De associatie van Asma met de Oude Kerk werd nog verstrekt door zijn markante optreden in de film 'Toccata' van de cineast Herman van der Horst.

In 1962, vlak voordat de kerk geruime tijd gesloten werd wegens restauratie, nam Asma er een Bach-recital op. Het zal de nog altijd grote schare Asma-fans deugd doen dat deze opnamen nu als FEIKE ASMA (Philips 462067)in de serie 'Dutch Masters', deel 2 zitten. Hier speelt de vijftigjarige Asma op het hoogtepunt van zijn kunnen in repertoire dat altijd centraal in zijn concerten is blijven staan, ook al was hij voor alles toch een romanticus.

Dat laatste is te horen in zijn over het algemeen zeer zwaar aangezette Bach-interpretaties. Allure heeft Asma's spel zonder meer. Vooral sommige koraalvoorspelen speelde hij uitgesproken mooi, zoals het vloeiende 'Allein Gott in der Höh sei Ehr', BWV 676 en het aangrijpende 'Aus der Tiefe ruf' ich', BWV 745. Imponerend is het openingsdeel van 'Toccata, Adagio en Fuga in C', BWV 564. Het adagio er uit wordt gevoelig gespeeld, al is hier de registratie wel erg week. In de fuga wreekt zich de beruchte, weerbarstige speelaard van het Oude-Kerkorgel; te merken in stoterig spel en aanzienlijke schommelingen in het tempo, naast de nodige schampschoten en onverstaanbare passages.

Ook aan de twee andere grootschalige werken kleven dergelijke bezwaren. Als niet-Asma-adept stoor ik me vooral aan het feit dat deze organist alles in het werk stelde om uiterlijk effect te verkrijgen, onder meer door uitbundig te registreren. Met gulle hand trok hij de tongwerken bij het prestantenplenum, ook al waren die op dit orgel bepaald trager van aanspraak dan de labialen, wat de gelijkheid en verstaanbaarheid in meerstemmig spel benadeelde. Bovendien werd het orgel door de overmatige registraties schreeuwerig. Ook de veelvuldig door Asma opengetrokken cimbel van het bovenwerk, verbeterde met zijn helle, blikkerige toon de plenumklank niet bepaald.

De vele registratiewisselingen in 'Fantasia und Fuge in g', BWV 542 en Praeludium und Fuge in c', tonen dat Asma helemaal vanuit de romantische Bach-opvatting speelde; zo ook de articulaties in de fuga uit BWV 542, die de zware maatdelen lichter maken, terwijl de lichte loopjes juist stekelig klinken. Wat dat betreft zijn de opvattingen over Bach-interpretatie inmiddels sterk veranderd. Maar met die oren moet men deze historische cd helemaal niet beluisteren. En Asma's persoonlijkheid was zo sterk dat dat ook na bijna veertig jaar verdigitaliseerd nog overkomt. Overigens klinkt de verdoeking uitstekend, bijna alsof het om een recente opname gaat. Daarom is deze cd zeker meer dan een stukje nostalgie.

mailIcon print |