Het is een tocht waar een flinke dosis fantasie voor nodig is, een reisje in het verleden, fietsen langs de Amstel van Amsterdam tot Ouderkerk, langs de weg die de schilder Rembrandt van Rijn zo'n 350 jaar geleden vele malen bewandelde. We vergelijken de beelden die Rembrandt schetste of etste met de beelden van nu en kunnen niet anders constateren dan dat er vrijwel niets meer over is uit die tijd, behalve dan die ene rivier, de Amstel, die nog dezelfde kronkels maakt als weleer.
Op het Amsterdamse Centraal Station kopen we bij de VVV (Perron 2 of Stationsplein 10, of andere kantoren in de hoofdstad) het boekje Rembrandt aan de Amstel, Wandelen en fietsen in het spoor van de meester (9,90 gulden, Uitgeverij Gemeentearchief Amsterdam). En vervolgens kunnen we een fiets huren bij hetzelfde station of bij een van de vele fietsverhuurders in de buurt. Het boekje met talloze tekeningen van de meester en een uitgebreide beschrijving van de tocht werd uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Amsterdamse gemeentearchief.
Het boekje telt twee tochten: een voor wandelaars door het stadscentrum en een voor wandelaars en/of wielrijders langs de Amstel. De uitgave van het gidsje loopt vooruit op de tentoonstelling van het gemeentearchief 'Rembrandt aan de Amstel: wandelingen in en om Amsterdam' (2 oktober tot en met 29 november). De mooiste landschapstekeningen van Rembrandt en zijn tijdgenoten zijn er te zien. Ongeveer tegelijkertijd (vanaf 30 september) brengt het Rembrandthuis, de vroegere woning van de schilder, de tentoonstelling Buiten tekenen in Rembrandts tijd, met zestig tekeningen van de schilder en tijdgenoten.
Met een grote fles bier in de hand koestert een bebaarde man met opgezwollen hoofd zich in het zonnetje vlakbij de woning waar Rembrandt zich in 1639 vestigde. De zwerver heeft veel weg van de personages op de schilderijen van de schilder die destijds op de Jodenbreestraat 4, vlakbij het Waterlooplein woonde. De fiets- annex wandeltocht uit het boekje begint hier. We rijden langs de Mozes en Aüronkerk en het Muziektheater naar de Blauwbrug, waar in de tijd van de schilder de Buiten-Amstel overging in de Binnen-Amstel. Rembrandt vertoefde regelmatig op deze plek, slechts één blok verwijderd van zijn huis. Hij bekeek en tekende daar het enorm weidse boerenlandschap: water, ruimte en lucht. Het water en de lucht zijn overgebleven, de ruimte is gevuld met gebouwen en huizen, in de stijlen van de eeuwen na Rembrandt. En op de Amstel zelf liggen overal woonboten. De Magere Brug, in de verte zichtbaar, komt niet op de tekeningen voor. Palen waaraan bootjes vastlagen en een enkele boerderij waren in die tijd te zien vanaf deze plaats.
Rembrandt hield ervan om wandelingen langs de Amstel te maken. Om op het pad langs de rivier te komen, moest hij een omweg maken via de Sint Anthoniepoort, de stadspoort, de tegenwoordige Waag op de Nieuwmarkt. Daar begon het platteland. Op de tocht richting Ouderkerk nam hij een pint of iets anders in de vele herbergen die er langs de Amstel te vinden waren. Hij keerde terug met de trekschuit.
Nu vinden we aan beide kanten fietspaden en wegen langs de rivier. We nemen de linkerzijde, langs het theater Carré. In Rembrandts tijd was hier een weggetje dat een verbinding vormde tussen de vele windmolens langs de rivier. Van het moderne wielrijden was toen vanzelfsprekend geen sprake. Even voorbij het huidige Carré stonden twee korenmolens, de Bul en de Fortuyn. De laatste staat nog op een tekening uit 1651 afgebeeld.
We rijden verder langs het statige Amstelhotel onder het tunneltje door via de Weesperzijde, proberen ons via de beelden in het boekje voor te stellen hoe 350 jaar geleden de schilder hier een volstrekt ander beeld voor ogen had.
Door de Amsterdamse drukte steken we schuin de Berlagebrug over en blijven daar aan het eind van de reling (schuin tegenover een bekende Amsterdamse patatketen) staan. De roeisport wordt hier druk bedreven. Een 'acht' verdwijnt langzaam in zuidelijke richting, neemt de ruime bocht die de schilder meermalen heeft vereeuwigd.
Nog steeds heeft deze bocht de naam de Omval, genoemd naar de smalle landtong in de rivier. Zeilschepen moesten er altijd snel overstag gaan, het zeil laten omvallen. Vandaar. Nu kijken vanaf de Rembrandttower, Amsterdams hoogste wolkenkrabber, de directieleden van een gloeilampenfabriek uit Eindhoven uit over deze roemruchte bocht. Rembrandt stond ongeveer ter hoogte van het huidige clubgebouw van de roeivereniging Nereus toen hij de Amsteldijk met op de achtergrond de Omval tekende. Voor de ogen van de schilder trekt een paard met ruiter een schuit voort over de Amstel. De in 1934 gebouwde Berlagebrug blokkeert nu het uitzicht dat de schilder destijds had.
Op een andere tekening, met een mistige atmosfeer, ook bij deze bocht gemaakt, zien we drie molens achter elkaar, met rechts op de Omval verschillende bouwwerken en een vierde molen. Op de Amstel verplaatst zich een bootje met zeil. Een volstrekt andere sfeer dan de vrachtboot en de roeiers van nu en het voortdurende geluid van auto's op de snelwegen, treinen, trams en metro's op de viaducten.
We fietsen verder aan de rechterkant van de rivier, langs de begraafplaats tot de molen en het standbeeld van Rembrandt, die met zijn rechterknie op de grond de Amstel tekent. Een wat oudere Amsterdammer zit hier op een bankje te genieten van het uitzicht. Vliegtuigen die landen op Schiphol verstoren de rust. De man komt regelmatig op deze plaats, beseft helemaal niet dat de beroemde schilder hier meer dan drie eeuwen geleden tekeningen maakte.
“Het is hier prachtig”, zegt hij. Al die vliegtuigen hoort hij allang niet meer. “De mensen die klagen, ze stappen zelf de volgende dag in zo'n vliegtuig”, moppert hij.
We vervolgen de route richting Ouderkerk, laten ons niet storen door het vele verkeer, proberen ons in Rembrandts voetstappen te verplaatsen, wijken uit voor hardlopers, wielrenners, motorrijders, autobezitters en wandelaars, die op hun eigen wijze genieten van deze geliefde tocht langs de oude rivier. In Ouderkerk zelf bekijken we bij de autoweg de laatste tekening van de schilder, keren terug en steken de brug over.
We gaan richting Abcoude langs de rechteroever van de Waver. Langzamerhand, _ als we de horizonvervuiling wegdenken _ begint het landschap ietsje meer te lijken op dat uit vroeger tijden. Bij uitspanning de Voetangel rijden we linksaf het bruggetje over en in Abcoude zelf volgen we de Geinroute, het prachtige weggetje langs de Gein. Hier heerst de stilte die we zo gemist hebben langs de hedendaagse versie van Rembrandts tocht. Bij Driemond gaan we linksaf, beëindigen de fietstocht bij het metrostation Gaasperplas en stappen met fiets en al in de metrotrein richting centrum van de stad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.