*

 
dossier

Archief

Orkesten moeten huiswerk bijstellen

Door: redactie − 21/01/98, 00:00

Van onze kunstredactie DEN HAAG - De Raad voor Cultuur noemt het 'Plan van Aanpak' dat het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten (CNO) opstelde om meer Nederlandse muziek te programmeren, te vrijblijvend. Dit blijkt uit het advies dat de Raad op verzoek van staatssecretaris Nuis (cultuur) heeft uitgebracht.

“De nota van het Contactorgaan,” zo schrijft de Raad, “laat een zeker gebrek aan werkelijk enthousiasme zien dat overeenkomt met de attitude die in een deel van het muziekleven domineert.” Hij beveelt aan dat het CNO zijn gedachten over verschillende punten concreter maakt, kortom zijn huiswerk aanpast.

Staatssecretaris Nuis zorgde vorig seizoen voor veel commotie met zijn plan om orkesten te verplichten zeven procent van hun repertoire aan Nederlandse componisten te wijden, op straffe van subsidiekorting. De orkesten, die dat als een aantasting van hun artistieke vrijheid zagen, reageerden met het voorstel hun activiteiten op dit gebied meer op elkaar af te stemmen en beter te profileren. Het speciaal voor dit doel op te richten overlegorgaan zou garant staan voor nieuwe impulsen.

De Raad voor Cultuur acht de voorgestelde overlegstructuur nuttig, maar is het niet met de orkesten eens dat er automatisch een stimulerende werking van uitgaat. Zo'n overlegorgaan heeft alleen zin als het ook pressiemiddelen ter beschikking heeft, meent de raad, die er overigens in één adem aan toevoegt niet naar de oprichting van een 'concertpolitie' te streven.

Te vrijblijvend

“In het algemeen zijn de oplossingen van de gezamenlijke orkesten te summier of te vrijblijvend en bieden zij onvoldoende houvast voor verbetering van de situatie in de nabije toekomst. De notitie van het CNO zou flink aangescherpt moeten worden om tot een bruikbaar plan te leiden,” aldus de raad. Die heeft zeven velletjes nodig voor het hete hangijzer van de programmering van Nederlandse muziek, terwijl het CNO er destijds vier A-4-tjes voor bij elkaar harkte.

Heilloos noemt de raad het zevenprocentsquotum van Nuis. Een vast percentage doet geen recht aan de grote verschillen tussen orkesten onderling, zoals bijvoorbeeld tussen de orkesten met een regionale functie en meer gespecialiseerde gezelschappen in de Randstad. Bovendien is onduidelijk hoe je het percentage zou moeten meten: is het aantal titels, het aantal uitvoeringen of zelfs de tijdsduur bepalend?

Volgens de raad is het beter per orkest te beoordelen of er sprake is van een redelijke inspanning, wat moet blijken uit een 'gedreven of fantasievolle programmering'. Afhankelijk daarvan kan dan in een percentage worden uitgedrukt in hoeverre een orkest in zijn taak tekortschiet.

Stimuleren

De raad pleit er voor om allereerst met stimulerende sancties te werken. Een orkest dat bijzondere inspanningen verricht ten behoeve van het Nederlandse repertoire, moet een financiële beloning krijgen. De raad noemt bijzondere projecten rond een componist, samenwerkingsverbanden met hedendaagse componisten, aantrekken van speciale programmeurs, kosten voor extra repetities, vervaardigen van speciale partituren en inhuren van musici op instrumenten die buiten een orkestbezetting vallen. Daarvoor kan het door het Fonds voor Podiumkunsten beheerde budget voor bijzondere programmering worden ingezet.

Alsnog korten

“Het spelen van Nederlands repertoire dat geen uitzonderlijke eisen stelt hoort te vallen onder het reguliere beleid van de orkesten”, stelt de raad ten overvloede. Orkesten die beduidend achterblijven, zouden bij de vaststelling van de volgende Cultuurnota alsnog kunnen worden gekort op hun subsidie, zo adviseert het adviesorgaan.

Jan Willem Loot, behalve scheidend directeur van het Nederlands Philharmonisch en komend directeur van het Concertgebouworkest ook woordvoerder voor de orkesten bij de presentatie van het CNO-plan, kon nog niet reageren op het weerwoord van de Raad voor Cultuur, omdat hij de tekst nog niet had gekregen.

mailIcon print |