*

 
dossier

Archief

Het einde van de Titanic: niets aan de hand, een mankementje

Door: redactie − 27/01/98, 00:00

Van onze mediaredactie In het kielzog van de duurste speelfilm aller tijden trekken de documentaires over de ondergang van de Titanic thans wereldwijd over de tv-schermen. Vanavond (22.54 uur, Ned. 1) bezorgt de Avro in 'Close up' de Britse documentaire 'Titanic, the survivors' story'. Over de beroemdste scheepsramp uit de historie, die tot de verbeelding spreekt omdat de Titanic volgens de bouwers niet kón zinken.

Maar op de avond van 14 april 1912 ging het schip toch ten onder. De 705 overlevenden in de reddingsboten konden niets anders doen dan toezien hoe de R. M. S. Titanic 1 522 familieleden en vrienden met zich meenam naar de bodem van de zee.

Op 10 april 1912 vertrok het drijvende paleis, zoals de Titanic werd genoemd, vanuit Southampton naar New York. De boot bevatte alle luxe van de wereld. Alleen, zo zou snel blijken, was aan de veiligheid van de opvarenden aanzienlijk minder aandacht en geld besteed dan aan alle andere voorzieningen.

Voor de 2 222 passagiers en bemanningleden behoorden 48 reddingssloepen aanwezig te zijn. De ontwerpers op de Britse werf White Star Line hadden echter zoveel vertrouwen in hun vakmanschap dat slechts 16 reddingsboten en 4 opblaasboten aanwezig waren om mensen in veiligheid te brengen bij rampen. Minder dan de helft kon hiermee de wal bereiken.

“De Titanic was groot en mooi”, zegt Ruth Becker Blanchard. Met haar moeder, broer en zus overleefde zij de reis. “We hadden er het volste vertrouwen in dat het allemaal goed zou verlopen. Wat kon er misgaan?”

Twintig minuten voor twaalf op zondag 14 april sloeg bemanningslid Edward S. Kamuda alarm. Een grote zwarte bult torende hoog boven de horizon. De Titanic voer er recht op af. “De boot ramde iets. Mijn moeder vroeg meteen wat er aan de hand was. 'Niets', luidde het antwoord van een bemanningslid. Er was een klein mankementje dat zo weer verholpen zou zijn”, vertelt Becker Blanchard.

Dat was niet waar. Over een lengte van 100 meter was de Titanic opengerukt. Zes van de zestien waterdichte compartementen stroomden vol. Kapitein Smith wist dat het slechts een kwestie van tijd was, voor de boot zou zinken.

Historicus Dan Lynch kijkt terug. “Er klonk geen fluit. Er was geen alarmsysteem in werking gezet. Mensen werden wakker en vroegen wat er aan de hand was. Sommigen zagen mensen in sloepen de Titanic verlaten maar dachten dat de boot lichter werd gemaakt en dat ze 's ochtends wel weer bij het ontbijt zouden terugkeren.”

Ook Eva Hart werd in een reddingsboot gezet. “Je zag de Titanic langzaam maar zeker zinken. Er ontstond paniek.” “De vrouwen en kinderen verzamelden zich op het dek”, vult Becker Blanchard aan. “Over onze nachtkleding hadden we snel een jas getrokken. Terwijl we ons verder aankleedden kwam het water tot de trappen. We werden bang.”

Binnen vijftien minuten sloeg de boot om. Hart en Becker Blanchard keken toe hoe de overgeblevenen zich vastklampten aan de reling totdat ze uiteindelijk als enige uitweg zagen het water in te springen.

“Ze gilden en schreeuwden om hulp”, vertelt Becker Blanchard. “De geluiden waren verschrikkelijk. Je kunt het je niet voorstellen. Je kunt het ook niet uitleggen. Het was erg. Voor enkele seconden stond alles op de hele wereld stil”, meent Hart. Na 45 minuten werd het pas stil.

Vier uur 's ochtends werden twintig roeiboten met overlevenden opgepikt door de Carpathia.

mailIcon print |