*

 
dossier

Archief

Een Hollandse schaatsidylle. Maar wáár blijft de koek en zopie?

RUUD VAN HAASTRECHT − 10/02/96, 00:00

De Molentocht Op zeven plekken kun je opstappen voor de Merentocht of de Molentocht, de twee toertochten tussen Roelofarendsveen en Leiderdorp in het Zuidhollandse KNSB-Merendistrict. Behalve die twee zijn de startplaatsen: Rijpwetering, Vennemeer, Hoogmade, Buitenkaag en Warmond. Je kunt kiezen uit schaatstochten van 15, 20, 30, 40, 50, 70 en 100 kilometer lengte. Voor meer informatie over de toertochten: 071-3315011 of 0252-544278.

In café De Vergulde Vos te Rijpwetering staat echt alles in het teken van de toerrijders. Het parkeerplaatsje aan de achterkant staat op maandagmorgen halfelf al tjokvol. Vanaf het bevroren oppervlak van de Rijpweteringvaart leidt een versleten loper linea recta naar de berenburg en de schelvispekel. Voor een tussenstop hoeven de schaatshelden niet eens hun noren af te doen of zelfs maar hun schaatsbeschermers aan te gorden. Gemak dient de mens.

We hebben voor Rijpwetering gekozen, omdat startpunt Roelofarendsveen verpest is door de lawaaierige A4 waar je onderdoor moet. Amper over de drempel grijnst achter het inschrijftafeltje de tweekoppige rayonleiding ons toe, blij met wat klandizie. Ondanks de auto's is het nog rustig, erg rustig. Onder het uitreiken van de stempelkaarten gaat het praatje natúúrlijk over de voorlopige afgelasting van de Elfstedentocht. Een verstandig besluit, zo prijzen de rayonhoofden van Rijpwetering hun Friese collega's. “Meneer, we hebben er wel tíénduizend op het ijs gehad hier gisteren gisteren”, zegt de een. “Dan voel je het ijs bewegen, hoor”, pruilt de ander.

Beiden hebben nog de schrik in de benen van de noodlottige toertocht, de dag ervoor, van Enkhuizen naar Stavoren en terug. Zulke toestanden moeten koste wat kost vermeden worden. Het beperken van het aantal Elfstedentochtrijders helpt niet, weten de twee uit ervaring. Dan rijden de mensen 'm stiekem. Aan de Molen- en Merentochten, die langs Rijpwetering komen, doen ook veel zwartrijders mee. En verbieden kun je het ze niet; het ijs is van iedereen. Met het oranje kaartje van de Molentocht wapperend aan onze armen, ten teken dat wíj niet zo zijn, kiezen we vanaf De Vergulde Vos het ruime sop, rechts de Koppoel op. De zon schijnt, het ijs is hard en geveegd, en het lijkt zowat windstil. Dertig kilometer is een peuleschil.

Al spoedig doemt de eerste klûnplek op. Een achteropkomende schaatser doet de schaarbeweging voor: met de beide schaatspunten schuin uiteen naar voren. Zo klûnen wij ons een weg. Bij de molen op meertje De Kever gaan onze wegen uiteen. Mijn iets langzamer rijdende tochtgenoot rijdt vast vooruit, ik glijd de Balgerij op om de stempels bij de controlepost op te halen. Het wordt een bar uitstapje. Vanaf het punt dat de Balgerij zich in de Ringvaart voegt, is het ijs bar slecht. Herhaaldelijk blijf ik met m'n ijzers in scheuren haken. De man bij de controlepost vertelt dat de ijskwaliteit te wijten is aan de binnenvaart. Veertien dagen geleden zijn nog een paar schepen door de Ringvaart gekomen, op weg naar Leiden en Amsterdam. De Molentocht zit nu met de brokken.

Op de Eijmerspoel roept m'n tochtgenoot vanaf de kant. Pauze, en bruine boterhammen met kaas. De tocht is een Hollandse schaatsidylle: wuivende rietkragen, molens, koeien en schapen in een dubbeltjesplat, door zon overgoten waterland. Maar als we de schaatsen wenden op de Dieperpoel wordt het menens. De wind steekt op en de zon speelt verstoppertje. We leunen schuin naar voren tegen de wind in, handen op de rug, zoekend naar ritme. Onderweg schaatst een moeder met kind op slee ons groeiende schaatszelfvertrouwen aan flenters. Ze gaat zowat even hard als wij en passeert menige stuntel.

Net na de brug over de Warmonderleede geven we de hoop op dat we nog een koek en zopie in zicht zullen krijgen. Aan de rand van de tuin van een wit landhuis lezen we elk een ochtendkrant en overtroeven elkaar in gruwelijke details over de barre IJs(sel)meer-kraker. Dat het menselijk kennen onvolkomen is, blijkt weer eens als we honderd meter verder de bocht ronden en er een tentje met versnaperingen opdoemt. We kwellen onszelf niet: hup, nòg een pauze, met warme chocolademelk als beloning.

Na stempelpost Warmond nemen de klûnplekken hand over hand toe, over Zijl en Dwarswatering. De zon geeft er definitief de brui aan, en het waterpeil op het ijs onder de bruggetjes en langs de kanten stijgt verontrustend. Maar kraken doet het niet. Op de Does herhalen we de stempeltruc. Door de wind is het zwoegen naar Leiderdorp, maar zweven naar Hoogmade. Op de Zuidzijdervaart eindelijk luwte en dus kans om de omgeving in ons op te nemen. Onderweg prachtige stellingmolens. We zwieren naar ons startpunt. Daar wacht warme erwtensoep èn de goudkleurige medaille om de thuisgebleven landrotten te overtuigen.

mailIcon print |