*

 
dossier

Archief

Zelfs tegen RKC kost het moeite het droevige doelsaldo op te krikken

ERIC HORNSTRA − 25/10/96, 00:00

AMSTERDAM - De voetbalkwaliteiten van de top-drie in Nederland zijn nog steeds omgekeerd evenredig aan de riante begrotingen. Na de benauwde overwinningen van PSV en Feyenoord een dag eerder, nam Ajax tegen RKC niet de moeite er meer dan een verplicht optreden van te maken. Ronald de Boer en Patrick Kluivert hielpen de regerend landskampioen aan een weinig overtuigende 2-0.

Wie Dick Advocaat, Arie Haan en Louis van Gaal tegenwoordig hoort klagen over de blessurelijsten, zou bijna vergeten dat PSV, Feyenoord en Ajax ook op de bank de beschikking hebben over materiaal waar een modale eredivisieclub zich de vingers bij aflikt. Een club als RKC zou bijvoorbeeld een moord doen om Ajax-reservisten als Wooter, Melchiot of Musampa op het eigen, vernieuwde sportpark te zien aantreden. Dat FC Twente RKC enkele dagen eerder simpel opzij schoof, waar Ajax gisteren lange tijd vergeefs aanviel, is in deze jaargang een teken aan de wand en kan stilaan niet langer afgedaan worden als een toevallig incident.

Wat Ajax gisteren in de eigen Arena vooral viel aan te wrijven, was de neerbuigende manier waarop het RKC na een vroeg verkregen voorsprong tegemoet trad. Het doelpunt kwam fortuinlijk tot stand. De naar voren getrokken Bogarde ontving de bal bij de achterlijn, waar hij een totaal mislukte voorzet gaf. Turpijn - de invaller voor de geblesseerde Overmars - corrigeerde, waarna achtereenvolgens Dani en Ronald de Boer de combinatie afrondden.

De Amsterdammers hadden weinig gevaar te duchten van het Waalwijkse aanvalsduo Dos Santos/Muller en kregen een prima mogelijkheid het droevige doelsaldo eindelijk eens op te krikken. Daar kwam weinig tot niets van terecht. Van Gaal kon andermaal noteren dat het slechts de defensie is die naar behoren functioneert. Ondanks de slechte resultatenreeks heeft Ajax de minst gepasseerde verdediging. Vooral Marcio Santos is - sinds hij de rechtsachterpositie heeft verruild voor een plek in de as - opgebloeid en regeert in het eigen domein. Pijnpunten zijn nog steeds te turven op het middenveld en in de aanval. Zo was de inbreng van Dani, Babangida en diens vervanger Wooter in competitiewedstrijd nummer twaalf absoluut onvoldoende. Door het trage tempo en de schrikbarende serie foutieve passes, verwierf Ajax zich in de tweede helft nauwelijks nog mogelijkheden. RKC mocht tot de 82e minuut blijven hopen op een klein wonder. Toen maakte Kluivert met een ziedend schot een eind aan de Waalwijkse illusies. Het was zijn eerste Ajax-doelpunt sinds 24 maart tegen Feyenoord.

Voor Louis van Gaal is er nog genoeg te sleutelen, maar echt beklagenswaardig is natuurlijk zijn collega Bert Jacobs. Hem wacht de bijkans onmogelijke missie RKC in de eredivisie te houden, een mirakel dat hij in 1994 wonderwel voor elkaar kreeg. In januari van dat jaar trad hij voor het eerst in dienst bij bij de club. Destijds zei hij reeds na één wedstrijd (1-1, uit tegen Cambuur): “Hier hou ik slapeloze nachten aan over.” Het was een statement met een hoog voorspellend gehalte. Jacobs heeft in de anderhalf jaar dat bij de Waalwijkse club werkzaam was vaak liggen woelen en spoken in zijn slaap. Er waren altijd de dreigende financiële tekorten, er was het krakkemikkige en onveilige onderkomen en ook het spelerspotentieel was een voortdurende bron van zorg.

Jacobs mopperde zonder ophouden, over de belabberde trainingsfaciliteiten, over de geringe daadkracht van het bestuur, over de ruzies in het veld tussen Harry Decheiver en Marco Boogers. Toch was de ervaren trainer er toen een gelukkig mens. Hij had er eer van zijn werk. Net als Leo van Veen presteerde hij het uitgerekend bij RKC - de club met de zwakste infrastructuur - een goede balans te vinden.

Het was daarom eigenaardig dat hetzelfde bij Volendam - ook een zorgenkind in de eredivisie - niet lukte. Vrijwel zeker werkte de combinatie met manager Jan Brouwer (ex-trainer en dus ook een technisch specialist) in zijn nadeel. Twee eigenzinnige mensen aan het roer van een en hetzelfde schip, dat moest wel verkeerd aflopen.

Toen RKC dit seizoen het huwelijk met Cees van Kooten al na enkele maanden ontbond, lag de keuze voor 'wonderdokter' Bert Jacobs voor de hand. Zijn taak is er, nu RKC een vernieuwd onderkomen heeft en en passant de naam veranderde in RKC Waalwijk, niet eenvoudiger op geworden. RKC speculeerde op de counter, combineerde bij vlagen redelijk, maar had voorin geen enkele stootkracht. De oude vos Jacobs zit dus verlegen om een krachtig brouwsel om de staartclub weer enig prestige te geven. Maar ja . . . “het wisselgeld” zoals de trainer het noemde, is voorlopig niet voorhanden. Zo'n klacht is dan reëler dan die van Haan, Advocaat of Van Gaal. Jacobs heeft 'echt geen extra materieel' en zeurt dan niet over het dal dat hij door moet. Slapeloze nachten kwamen deze keer trouwens niet voor in zijn verhaal. “Ik heb er vertrouwen in”, sprak hij monter, in het midden latend of dat positief of diplomatiek bedoeld was.

mailIcon print |