*

 
dossier

Archief

Nagano en het schrikbeeld van Sarajevo '84

JOHAN WOLDENDORP − 03/02/98, 00:00

In 1984 werd Hilbert van der Duim in Larvik Europees schaatskampioen. Ook al prolongeerde het scheidende raadslid uit Assen daar in Noorwegen zijn succes van het jaar er voor, het was in die dagen nog niet vanzelfsprekend dat Nederlanders vrijwel jaarlijks met de continentale titel aan de haal gingen. Rolf Falk-Larssen en Tomas Gustafson zorgden toen voor aanzienlijk meer concurrentie dan. . . ja, dan wie eigenlijk aan de vooravond van het nieuwe millennium?

De Olympische Spelen van Sarajevo zaten er aan te komen. Na de redelijk geslaagde Winterspelen van Lake Placid (1980), waar Annie Borckink goud won en Ria Visser en Lieuwe de Boer eveneens in de prijzen vielen, was het optimisme onder de supporters groot. Allroundcoach Henk Boer temperde echter de aanzwellende feestvreugde door uit de uitslag van het EK af te leiden dat Nederland in (toen nog) Joegoslavië geen medailles zou winnen. Van der Duim toonde zich in Larvik een echte allrounder: hij won slechts één afstand, de 500 meter. De Veendammer kreeg pijnlijk gelijk. De Olympische Spelen van 1984 gingen, voor Nederland, de geschiedenis in als de Spelen van disco-Alie (Boorsma). De Friese schaatsster liet, en met haar haar meeste ploeggenoten en trainers, geen gelegenheid onbenut om plezier of ruzie te maken. Yvonne van Gennip haalde met een vijfde en zesde plaats twee olympische diploma's. Daar moest de schaatsnatie Nederland het mee doen. Waar de huidige chef de mission Ard Schenk twee weken geleden bij de officiële overdracht van de olympische delegatie verklaarde dat in de zee die voorbereiding heet geen rimpeltje te zien mag zijn, zwiepte die zee toen onstuimig over duinen en dijken.

Aan de voorbereiding op Nagano valt werkelijk niets aan te merken. De medaillekandidaten onder de 23 deelnemers werden niet kapot geselecteerd, waakten voor overbelasting, namen op tijd hun rust en krikten het zelfvertrouwen, voorzover nodig, nog eens extra op door in een aantal serieuze toernooien imponerende tijden te schaatsen. Zelfs op de WK sprint ging de nationale driekleur hoog in top. Het is een machtsvertoon om koud en bang van te worden.

In 1972 had Schenk in zijn voorlaatste jaar als actief schaatser met driemaal goud een groot aandeel in de succesvolste Winterspelen die dit land gekend heeft. De Noord-Hollander werd derhalve uitgeroepen tot de schaatskoning van Sapporo. Op zijn laatste spelen als chef de mission, toevallig weer in Japan, doet de oranjebrigade het slecht wanneer de oogst van ruim een kwart eeuw geleden (negen medailles) niet wordt geëvenaard. Iedere Nederlandse sportliefhebber kan de kanshebbers opdreunen als vroeger op aardrijkskundeles de plaatsen langs het Winschoterdiep: Rintje Ritsma, Ids Postma, Gianni Romme, Jan Bos, Erben Wennemars, Bob de Jong en ga zo maar door. Het olympische huldigingsgala is al lang en breed ingevuld: op 25 februari in Heerenveen.

Wijs geworden van de vele mislukkingen op voorgaande Winterspelen hebben schaatsers, trainers en andere begeleiders de afgelopen maanden hun uiterste best gedaan low profile-verwachtingen uit te spreken. Ritsma versprak zich een keer met de aankondiging de mouwen voor drie goldrushes op te stropen. Zijn directe omgeving houdt het - naar buiten - liever op één. Ritsma voelt zich de beste van het hele spul. Jan Bos heeft zich ineens tot beste duizendmeterrijder van zijn generatie ontwikkeld en Gianni Romme reed in december met piepende remmen een wereldrecord op de 5000 meter. De teleurstelling zal immens zijn wanneer er in de M-Wave wat rare Japanners, Noren, Canadezen en Amerikanen tussendoor komen schaatsen. Of die ene Belg op de Winterspelen, die in de luwte een perfecte voorbereiding kent op wat (op de tien kilometer) best eens zijn laatste en mooiste kunstje zou kunnen worden.

De charme van de Olympische Spelen is de onvoorspelbaarheid. De wet van de sterkste wordt in veel gevallen niet nageleefd. Tot de Zomerspelen van Atlanta ging Nederland zwaar gebukt onder de frustratie dat het schittert op momenten dat het er een stuk minder toe doet. Op schaatsgebied heerst hier te lande immers een allroundcultuur. Dat is het hoogste doel, zo lijkt het. Henk Gemser, een hartstochtelijk meelevend docent op de universiteit van het schaatsen, pleit voor opname van een allroundkampioenschap in het programma van de Spelen. De ruimte is er voor, en de schaatsers zijn er toch. Het is een laatste poging een mooie, maar moeilijk te beheersen specialisme van het schaatsen te laten overleven. De voor Noorwegen rijdende (en in Haarlem wonende) Brigt Rykkje bracht dat recent treffend onder woorden. “Toen ik nog in Nederland schaatste, had ik maar één droom: wereldkampioen allround worden. In Noorwegen is het allroundwerk niet belangrijk, daar gaat het er om op de Spelen te vlammen.”

In Nederland begint dat besef nu ook door te dringen, zij het niet bij iedereen. Ids Postma dreigde 'commercieel' te gaan omdat de KNSB hem niet de kans gaf in Helsinki zijn Europese titel te verdedigen. In zijn coach Gemser vond de Fries al geen hartstochtelijk pleitbezorger. Die dacht wel vooruit en wilde zijn getalenteerde, maar o zo broze pupil en dus potentiële grieppatiënt uit de Finse kou houden.

Zorgvuldiger en uitgekiender dan nu is de Olympic road nooit uitgestippeld. Ritsma cs zullen met een grillige traditie moeten breken om de hooggespannen verwachtingen ook waar te maken. Het is vervelend dat in november of december niemand met een gebroken been op een stoel heeft gezeten, tot in zijn of haar oren verliefd is geworden (betere amfetamine is er niet om goed te presteren), of gewoon hopeloos heeft gefaald op een internationaal kampioenschap.

In 1980 schreef deze krant naar aanleiding van de 12e, 14e, 21e en 27e plaats op het WK, dat de Nederlandse schaatssters in Lake Placid evenveel te zoeken zouden hebben als pinguïns in het Amazone-gebied. Dat had ondergetekende toen beter niet op kunnen tikken. Maar ja, Borckink lag overhoop met de bondscoach en moest in het voorseizoen een medische encyclopedie aanschaffen om er achter te komen wat ze allemaal aan botten gebroken en spieren gescheurd had. “Toen ik na de finish mijn tijd zag, snapte ik er helemaal niets van. Ik dacht dat het scorebord kapot was”, is ze in het boek 'Oranje op Olympisch ijs' van Marnix Koolhaas en Huub Snoep de verbazing over haar gouden 1500 meterrace amper voorbij.

En wat te zeggen van Yvonne van Gennip, die in december 1987 met een voet in het gips een doem over de Spelen van Calgary uitsprak? “Het vrouwenschaatsen dreigt te beginnen”, schreef de Haagsche Courant na de eerste (mannen)week waarin Jan Ykema heel verrassend zilver won op de 500 meter en Leo Visser en Gerard Kemkers hun veel hogere ambities niet met goud konden onderstrepen. De laatste Nederlander die geprogrammeerd goud won, was in 1972 Ard Schenk. Ter geruststelling: het lichtend voorbeeld kan ter plekke verhalen uit de oude doos vertellen.

De 47 medailles van Nederland op de winterspelen

totaal goud zilver brons

Oslo '52 3 0 3 0 Squaw Valley '60 1 0 0 1 Innsbruck '64 1 0 1 0 Grenoble '68 9 3 3 3 Sapporo '72 9 4 3 2 Innsbruck '76 5 1 1 3 Lake Placid '80 4 1 2 1 Sarajevo '84 0 0 0 0 Calgary '88 7 3 2 2 Albertville '92 4 1 1 2 Lillehammer '94 4 0 1 3

471317 17

mailIcon print |