Misschien is in de jaren zeventig het beste bewijs voor de vitaliteit van de monarchie wel geleverd door het sociaal-democratische dagblad Het Vrije Volk. Aan de orde was het Lockheed-schandaal. Prins Bernhard zou zich door deze Amerikaanse vliegtuigonderneming vorstelijk hebben laten belonen. Het kabinet-Den Uyl raakte in hoogste staat van paraatheid: zou Oranje, toch al zwaar getroffen door tal van affaires, deze klap overleven?
In die bange uren besloot de toenmalige hoofdredacteur Herman Wigbold alles uit de kast te halen de prins definitief als schurk te ontmaskeren. De star-reporters Geert Jan Laan en Rien Robijns kregen opdracht de zaak tot op de bodem uit te zoeken en al spoedig verscheen een reeks schandaalverhalen over Bernhards connecties met het bedrijfsleven, over zijn rol in de Greet Hofman-affaire en zijn amoureuze avonturen. Er zou zelfs sprake zijn van een onecht kind.
Maar anders dan het journalisten-duo verwachtte, pakte het project averechts uit. Ik herinner me levendig hoe een ontmoedigde Rien Robijns me in Nieuwspoort toevertrouwde dat zijn lezers de verhalen met rooie oortjes bleken te lezen met als effect dat ze Bernhard meer als een (schelmen)held dan als een schurk zijn gaan zien. Bernhards populariteit bleek geen enkele schade te hebben opgelopen.
Als kritische calvinist, die nog opgevoed is met de psalmregel: 'vest op prinsen geen betrouwen, daar gij nimmer heil bij vindt', verbaasde me dat. Voor normale gezagsdragers zijn gevallen van omkoping, corruptie en vriendjespolitiek toch een doodzonde? Maar, moest ik vaststellen, bij de Oranjes is het volk kennelijk grif bereid aan te nemen, dat het hier om de onmisbare attributen gaat die nu eenmaal horen bij een extravagante levensstijl, waar men diep in het hart nog jaloers op is ook. Bovendien viel met zijn vermogen niet vol te houden dat hij zo handelde om er zelf beter van te worden. Maar bovenal was de neiging groot de prins veel te vergeven vanwege de hoogachting voor Juliana.
Door de genoemde affaires is het koningschap vermoedelijk zelfs versterkt uit de bus gekomen. De monarchie kreeg er een menselijk trekje door. Zoiets schept een band.
In dit idee ben ik aanzienlijk gesterkt na lezing van Jaap van Osta's grondige en vooral ook boeiende vergelijkende studie over de ontwikkeling van de monarchie in Engeland en Nederland. Hoe hebben de koninklijke huizen van Windsor en Oranje de stormen van de tijden overleefd? Hoe zagen ze kans telkens weer versterkt uit de strijd te komen?
Vergelijken is hachelijk en al helemaal van twee koningshuizen. Zo hebben de Windsors altijd de volle nadruk gelegd op pomp and circumstances, pracht en praal. Zij waren de kroon op een wereldrijk. De Oranjes daarentegen moesten zich maar zien te redden in een land dat van nature niet veel op heeft met de monarchie.
Toch bleek de vergelijking de moeite waard, met name vanwege de parallellen die er ook waren. In beide landen stond de monarchie er in die jaren beroerd voor. Engeland had zijn bekomst van achtereenvolgens drie vorsten, waarvan de één (George III) een imbeciel werd genoemd, de ander een losbol (George IV) en de derde een grappenmaker (William IV), waarna de kroon in 1837 overging in handen van een amper volwassen meisje, Victoria.
In Nederland hing de vlag er niet veel beter bij. Weliswaar zag men in Willem I een doortastend bestuurder, in Willem II, de romantische held van Waterloo en in Willem III een kloeke, geduchte vaderfiguur, maar in de jaren tachtig was dit alles verbleekt. Willem III vertoonde zich zelden in het openbaar en ondertussen namen de spanningen in het land toe. Minderheden van sociaal-democraten, katholieken, maar ook de kleine luyden van Kuyper knokten voor een volwaardige plaats in de samenleving, die daardoor ernstig verdeeld raakte. In die kommervolle omstandigheden zochten met name liberale en conservatieve burgerheren naar een samenbindende kracht, waarmee de natie body gegeven kon worden en zij vonden die, net als in Engeland, in de monarchie.
In Engeland schepten brede lagen van de bevolking voldoening in de toenemende macht van het Britse rijk en zij wilden daaraan uitdrukking geven door middel van een groots en indrukwekkend staatsceremonieel. Van Osta beschrijft prachtig hoe dit in Engeland ging met een Victoria die aanvankelijk dankbaar meewerkte aan dit theater van de staat, maar later, als weduwe, weer in haar schulp kroop en achtereenvolgende ministers haar zelfs moesten smeken meer werk te maken van haar rol. En met succes. Uiteindelijk.
In Nederland probeerde premier J. Heemskerk Azn. eerst tevergeefs het koningschap nieuw leven in te blazen. Hij ving telkens bot bij de oude koning. De redding kwam uiteindelijk in de persoon van J. W. Gerlach, hoofdredacteur van het Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad. Hij plaatste in 1886 de oproep om voortaan de verjaardag van de toen driejarige Wilhelmina op 31 augustus te bombarderen tot nationale feestdag.
Het werd een ongekend succes. De liberalen, de regenten, vonden het prachtig. Maar ook de katholieken en vooral ook het volk dat dringend om een feestje verlegen zat. De kermissen lagen in die tijd zwaar onder vuur of werden zelfs verboden. En zo leek iedereen gelukkig. Behalve dan de protestanten die deze Prinsessedag aanvankelijk om zeep wilden helpen. Zo stelde Kuyper voor 31 augustus uit te roepen tot een algemene vasten- en bededag, wegens de schuld en de nood van Vaderland en Kerken.
Het was een rimpeling, want in de analyse van Van Osta toonde deze Prinsessedag, de latere Koninginnedag, al gauw aan dat de monarchie nog altijd kon rekenen op de steun van het volk, mits het een menselijk gezicht zou tonen. Het bleek een ijzeren succes-formule, zowel hier als in Engeland en Van Osta denkt dat de monarchie het om die reden ook wel in de 21ste eeuw zal redden. Maar hier overtuigt zijn verhaal minder. Uit zijn analyse blijkt dat de monarchie zich kon handhaven dankzij een zekere trivialisering. Daarmee werd de brug geslagen naar het volk. Maar wat gebeurt als deze ontwikkeling zich voortzet en monarchen nog eens echt gewoon worden?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.