Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - Kaapverdische jongeren hebben moeite zich een plaats te verwerven op de Nederlandse arbeidsmarkt. Oorzaak daarvan is discriminatie, die niet zelden uitmondt in zelfs racistisch gedrag.
Onderzoek van de Kaapverdische jongerenvereniging CABO in Rotterdam geeft aan dat meisjes vooral 'verbaasd' zijn over de vooroordelen jegens hen. Waar discriminatie in het geding is, hopen zij dat die uiteindelijk geen belemmering vormt bij het streven naar een maatschappelijk carrière.
Kaapverdische jongens stellen zich daarentegen zeer 'strijdlustig' op en verliezen nog liever hun baan dan dat zij discriminatie op de werkvloer aanvaarden. Vanwege een onwerkbare situatie leidt dit in veel gevallen tot ontslag en daarmee minder kansen op de arbeidsmarkt.
De voorlopige resultaten van het CABO-onderzoek zijn gisteren bekend gemaakt op een driedaagse, internationale conferentie in Rotterdam, die is bedoeld om de integratie van alle, in Europa wonende Kaapverdianen te bevorderen.
De conferentie moet daarnaast leiden tot een samenwerking van Europese steden, waar veel Kaapverdianen zijn gehuisvest. Het gaat daarbij onder meer om Rotterdam, waar bijna negentig procent van de 17 000 in Nederland verblijvende Kaapverdianen woont en de Portugese hoofdstad Lissabon met 60 000 Kaapverdianen.
Het CABO-onderzoek kreeg (wetenschappelijke) begeleiding van onder meer de GGD in Rotterdam, de Vrije universiteit in Amsterdam en het Landelijk inspraakorgaan Zuid-Europeanen.
Van de 54 ondervraagde Kaapverdische jongeren, die een gemiddelde leeftijd van 19 jaar hebben, is zestig procent in Nederland geboren.
Vrijwel alle werkende jongeren voelen zich gediscrimineerd en geven aan dat werkgevers hier onvoldoende tegen optreden. Vooral het scheldwoord 'kankerneger' is volgens de Kaapverdische jongeren een begrip dat op de werkvloer veelvuldig voorkomt, zonder dat de leiding daar iets tegen onderneemt. Daarnaast ervaren zij dat ziekenhuispatiënten meer dan eens weigeren zich door een 'bruine' verpleegkundige te laten helpen.
Steun
De jongeren signaleren ook dat zij te weinig steun van hun ouders krijgen. Zij vinden de opvoeding te streng en veelal te ouderwets. Hun ouders hebben zich, zeggen zij, niet aan het leven in Nederland aangepast.
Een 16-jarig meisje over haar moeder: “Zij heeft zo'n ouderwetse houding. Alles is bij haar 'Jij mag dat niet, want dat mocht ik ook niet'. Ze past zich niet aan en dat is het grootste probleem (. . .).”
Een zeven jaar oudere jongen: “Ouders willen ons opvoeden zoals zij zijn opgevoed. Maar jij zit dan in twee samenlevingen en daar moet jij je in gaan vormen, zeg maar.”
Hoe verscheiden de Kaapverdische gezinnen zijn, blijkt uit een ander voorbeeld uit de CABO-rapportage. Daarin zegt een meisje dat haar moeder zich uitstekend heeft ontwikkeld in Nederland. “Zelfs de belasting regelt zij. Dit terwijl mijn vader, die al 25 jaar in Nederland woont, geen woord Nederlands kent.”
Ondanks de kritiek op hun ouders, voelen de Kaapverdische jongeren niettemin een sterk emotionele band met hun naaste familie. Moeders worden de 'meest belangrijke persoon' in hun leven genoemd, gevolgd door de 'ouders samen', de vaders en andere familieleden.
Communicatie
Volgens CABO kan de kritiek van de Kaapverdische jeugd echter niet van tafel worden geveegd. “De communicatie tussen volwassenen en jongeren binnen de Kaapverdische gemeenschap is aan verandering toe”, aldus het rapport.
Cijfers van onder meer de politie van Rotterdam-Rijnmond tonen aan dat de criminaliteit onder Kaapverdianen relatief klein is. Een deel van de ondervraagde jongeren, vooral te vinden onder de jongens, zegt niettemin dat “de straat meer en meer de plek is om problemen van school en conflicten van thuis achter zich te laten”. Spijbelen en ook diefstal en heling zijn daarnaast geen uitzondering.
Om dit probleem in te dammen, vinden de jongeren dat een betere begeleiding vanuit het onderwijs noodzakelijk is. De ouders zouden meer betrokken moeten worden bij school en 'beter toegerust om hun kinderen te begeleiden'.
De 17 000 Kaapverdianen in Nederland worden wel aangeduid als de 'stille migranten'. Eén van de oorzaken daarvan is dat deze bevolkingsgroep vanuit het koloniale verleden, de Portugese overheersing van de Kaapverdische eilanden, maar weinig eigen initiatieven ontplooit.
In het CABO-rapport wordt bovendien gezegd dat “beleidsmakers, instellingen en de Kaapverdische gemeenschap zelf” weliswaar veel óver jongeren praat, maar weinig mét jongeren. Deze conclusie leidde uiteindelijk tot het representatieve onderzoek door en voor jongeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.