AMSTERDAM - 'Facelift' is: 1. “Een rake metafoor van het laat-twintigste-eeuwse allesoverheersende denken dat gepaard gaat met een gigantisch narcisme en anderzijds een hang naar warm-menselijke emoties”; 2. “Een zedenschets van de Nederlandse fiscale vluchtelingenkolonie in België”; 3. “Gewoon een gezellig stuk met een paar actuele dingetjes erin voor de liefhebber.” Van auteur Guus Vleugel, die deze uitspraken in het programmaboek in de mond legt van verschillende categorieën kijkers, mogen we zelf kiezen.
“In Leuven zijn vijf nonnen gewurgd. Er schijnt een heel netwerk van hoge geestelijken achter te zitten”, leest de ene vrouw voor uit 'de gazet' aan de andere twee. Ze zitten naast elkaar op de bank van de luxe woonkamer van een van hen. Het zijn vriendinnen, althans: tot elkaar veroordeelden in het Belgische Brasschaat, waarheen hun drukke zakenmannen vluchtten vanwege het aantrekkelijke belastingklimaat. Uit pure verveling zoeken ze elkaar hier nu dagelijks op om te kwebbelen over de mannen met wie ze vreemdgaan, de medische ingrepen waarmee ze hun marktwaarde opvijzelen en de overige rijke Nederlandse importvrouwen uit het dorp met wie ze om de hoogste status concurreren. Maar dan doet een man zijn intrede en hij ontregelt deze vaste gang van zaken zo rigoureus, dat het slechtste in ieder van hen boven komt, waarna het nooit meer zal worden zoals het was.
'Facelift', dat afgelopen zondagmiddag in première ging in het Amsterdamse Nieuwe De la Mar-theater, is de eerste komedie van Guus Vleugel en het eerste toneelstuk dat hij in zijn eentje schreef. In de twintig voorafgaande jaren bedacht hij met zijn levenspartner Ton Vorstenbosch zes drama's, waarvan het spraakmakende 'Srebrenica' het meest recente is. Wat satirische inhoud betreft, doet 'Facelift' zeker niet onder voor die andere stukken. Ook nu wemelt het van de toespelingen op 'het moderne leven', van New Age tot RTL-4, en op actuele kwesties, zoals bovenal de Belgische lustmoorden, want niet voor niets speelt dit stuk bij onze zuiderburen. Voorbeeld: “Zoek je een huurmoordenaar? Nou, die vind je hier zo? Waar je dat lijk laat? Nou, je zaagt het in stukken en stopt het in plastic zakken en die zet je langs de weg. Heel België staat vol met plastic zaken met stukken van lijken.” Ook het taalgebruik is, zoals verwacht, Vleugeliaans direct, wrang en cabaretesk, waardoor er bijzonder veel te lachen valt, met name om de zeer venijnige samenspraken.
Dat laatste is zeker ook de verdienste van de voortreffelijke hoofdrolspeelster Ingeborg Elzevier, die met een uitgestreken smoel de grofste dingen zegt, maar zich intussen toch “een gevoelsmens” blijft noemen. Henriëtte Tol en Doris Baaten acteren haar slaafse vriendinnen, karikaturen van omhooggevallen huisvrouwtjes. Overigens onthulde Vleugel de afgelopen week in interviews dat andere actrices deze rollen weigerden, omdat ze het stuk veel te ordinair vonden. Hugo Metsers is de lafbek die alles komt ontregelen. De beide Vlaamse bedienden worden gespeeld door Olivier de Smet en door Anne-Mieke Ruyten, die haar Vlaamse accent moet danken aan haar Antwerpse toneelopleiding. De laatste twee evolueren van bijrol naar hoofdrol in het vierde en vijfde bedrijf, wanneer de wendingen overigens erg voorspelbaar worden, waarna de aanvankelijk toch zeer dynamische intrige eindigt met de domper van een slap slot.
En om nou terug te komen op die beginvraag: wat is 'Facelift' nou: metafoor van een tijdperk, zedenschets van een bepaalde groep of slechts een gezellig stuk met actuele dingetjes? Gewoon het laatste en wie daar genoegen mee neemt, heeft een leuke avond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.