*

 
dossier

Archief

theater

HANNY ALKEMA − 20/01/98, 00:00

DEN HAAG - Drie eenakters heeft Het Nationale Toneel in de theater-arena gegooid om een komische kijk op het jachtige, oppervlakkige en egocentrische leven in een metropool als New York te geven. Als het goed is zou er ook Londen of Amsterdam, om maar wat te noemen, kunnen staan. Hoe dan ook, onder de verzameltitel 'Newyorkers' gingen ze afgelopen vrijdag in première in het Haagse Theater aan het Spui.

'Newyorkers' is meteen het regiedebuut van acteur Gijs Scholten van Aschat, die voor komedie koos vanwege de perfecte timing en alertheid die daarvoor is vereist. Van een lange reeks komedies bleef alleen 'Central Park West' van Woody Allen (1935) over, omdat het de enige was waar Scholten van Aschat bij het lezen echt om had moeten lachen. Waarom 'An interview' van David Mamet (1947) en 'Hotline' van Elaine May (1932) vervolgens voor het voorprogramma zijn uitverkoren, heeft - begrijp ik uit de brochure - veel te maken met de erg Amerikaanse context. Humor wordt niet als reden genoemd en dat kan ik me voorstellen. Geen van beide is echt leuk.

Steekspel

'An interview' belooft ten onrechte een steekspel van woorden. Het interessante aan de dialoog is juist, dat de ter verantwoording geroepen advocaat vrijwel alleen aan het woord is en zich in zijn eigen scherp geslepen nuances verstrikt. De ondervrager hoeft daartoe slechts op het juiste moment te reageren met 'Oh', 'U zegt dat...', 'U hebt dus...', 'Waarom hebt u dan...', etc.. Het komische element is gestopt in het vermeende delict, dat zich toespitst op een grasmaaier. Het is het melige soort grap, dat helaas en onnodig de aandacht wegtrekt van het spel zelf, van de spanning tussen het tweetal. Jammer, temeer omdat Mark Rietman als de advocaat en Rik van Uffelen als diens ondervrager daar iets moois van maken. Prachtig is hoe Rietman telkens de in zijn ogen opflikkerende verwildering de baas probeert te worden met een gladde pleiterstoon, die vervolgens geen enkel houvast krijgt op het onverzettelijke, verbale onbenul dat Van Uffelen uitstraalt.

Hijgerige types

In 'Hotline', een telefonische hulpdienst voor zelfmoordenaars waar zich ook nog weleens hijgerige types bij de vrouwelijke werknemers willen melden, zit de hilariteit al in de situatie besloten. Die wordt in de voorstelling driedubbel en dwars benut met veel rollende ogen, opgewonden stemmetje en in elkaar verwarde telefoondraden en dus -lijnen. Deze 'Hotline' komt niet uit boven het niveau van een klucht. De enige die het absurde van veel van dit soort modieuze instituten wel geraffineerd vorm heeft weten te geven is kostuumontwerpster Dorien de Jonge. Hoewel de cliëntèle het vanzelf nooit te zien zal krijgen, voorzag zij het bedrijf van een huisstijl: een gestreept overhemd met beige gilet als direct herkenbaar uniform.

Elite

Net als bij de regisseur beroerde bij mij alleen 'Central Park West' de lachspieren. Het is een typische Allen-komedie over een New-Yorkse elite met huwelijks- en relatieproblemen en met virtuoze dialogen waarin de ene gevatheid struikelt over de volgende oneliner, die geestig zijn omdat ze niet (louter) grappig bedoeld zijn. Integendeel. Ze leggen juist vaak onbarmhartig een tekortkoming bloot van degene tegen of over wie gesproken wordt. Een genadeloos steekspel, dat Scholten van Aschat met duivels plezier heeft behoed voor versierende overdrijving. Hij had er een uitgelezen bezetting voor. Met een grote rode bril op haar neus, een weinig elegant pakje en onder een brede band verstopte haren speelt Catherine ten Bruggencate de briljante psychiater die zojuist door haar man verlaten is - zeer geliefd thema en personage van Allen ineen - als een vrouwelijke uitgave van Allen zelf. Met eenzelfde brille weet zij dit onaanzienlijke uiterlijk de uitstraling van spirituele intelligentie en kwetsbaar overwicht te geven.

Marijke Beversluis, die in het dolle geweld van 'Hotline' al een fijntjes getypeerde zelfmoordenares wist neer te zetten, geeft geducht tegenspel als de nerveuzig over de kwestie wie-heeft-mijn-man-afgepakt meekwebbelende vriendin. Aan hen en elkaar gewaagd zijn daarnaast Mark Rietman en Rik van Uffelen, de een als de Casanova met verrassing en de ander als bedrogen maar niet verslagen echtgenoot.

Vluggertje

Met de duur van krap een uur is 'Central Park West' een vluggertje en kennelijk onvoldoende geacht voor een avondje toneel. Met de twee andere eenakters erbij is 'Newyorkers' echter een onevenwichtig samengesteld programma. Zo blijft er altijd wel wat te klagen, al heeft decorontwerper André Joosten bewonderenswaardig zijn best gedaan om het trio tot een eenheid samen te smeden. 'An Interview' speelt op het voortoneel tegen de achtergrond van een feloranje gordijn en omlijsting van lichtblauwe tl-buisjes. In 'Hotline' is het gordijn half opengetrokken met ervoor de setting van de hulpcentrale en achter de open helft de kamer van de zelfmoordenares met een glazen bouwtegelwand als uitzicht. Voor Allens huiskamerkomedie is het glas zijwand geworden en wordt de hele speelvloer gebruikt, ingericht met bij de elite populaire, want peperdure kitscherig gekleurde en gevormde meubeltjes. Ook Scholten van Aschat doet een enkele poging verbindende lijnen door het drietal te trekken. Erg gelukkig in zijn vondsten is hij niet. Als de pizzabezorger uit 'Hotline' ook in 'Central Park West' komt optreden, leidt dat vooral tot geknoei in de tekst. Dat mag natuurlijk niet. 'Fout' hoor ik Catherine ten Bruggencate dan noodgedwongen en vooral terecht mompelen.

mailIcon print |