*

 
dossier

Archief

Verplegerszaak draait om slaapmiddelen

Door: redactie − 06/01/98, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - De huisarts van mevrouw A. Sloos-Fischer, S. Zeilmaker, is ervan overtuigd dat deze schatrijke weduwe ook zonder gebruik van slaapmiddelen binnen een week zou zijn overleden. De rechtbank oordeelde in april dat twee Haagse verplegers de weduwe hebben vermoord door haar wel slaapmiddelen en geen eten en drinken meer te geven.

Tijdens de eerste dag van het hoger beroep in de Haagse verplegerszaak gisteren voor het gerechtshof te Den Haag, sprak Zeilmaker opvallend luchtig over de slaapmiddelen die hij op 28 maart aan mevrouw Sloos-Fischer voorschreef. Zijn patiënte, die enkele maanden eerder getrouwd was met de bijna zestig jaar jongere verpleger John H., vertelde hem die dag dat ze niet langer meer wilde leven. Omdat zij twee weken eerder nog gezegd had aan een longontsteking behandeld te willen worden, was Zeilmaker verbaasd dat zij hem vroeg om euthanasie. Wél geloofde hij haar op haar woord dat ze geestelijk leed, en geen zin meer had in dagenlang staren naar het plafond. Om die reden, zo legde hij gisteren op verzoek van de advocaten van beide verplegers uit, schreef hij haar zware slaapmiddelen (dormicum) voor. Waar een dosering van 7,5 milligram volgens de farmacologische handboeken aangewezen zou zijn, koos Zeilmaker voor tabletten van 15 milligram. “Bij de 7,5 milligram tabletten denk ik bijvoorbeeld aan een patiënt die de volgende dag in de auto wil stappen om hard over 's lands heeren wegen te gaan rijden. Dit was echter een mevrouw die aan het eind van het leven stond”, argumenteerde de huisarts gisteren, “een vrouw die slapen wil, die suffen wil. Een mevrouw die suffend en slapend naar het einde van haar bestaan toe wil.” Zeilmaker zei gisteren ook dat zijn patiënte slikproblemen had en dat ze al nauwelijks meer at en dronk.

De arts, die zich af en toe bijzonder ergerde aan de “waanzinnige vragen” van de advocaten, moest zich ook verantwoorden voor het feit dat hij medicijnen voor dertig dagen en niet voor vijftien voorschreef, zoals gebruikelijk is als het gaat om een middel dat een patiënt nog niet eerder heeft geslikt. De huisarts deed dit omdat hij vond dat zijn patiënte zo nodig ook wel twee tabletten per dag mocht slikken. Dit antwoord klopt met wat de Haagse verpleger André du M. tijdens zijn verhoren altijd heeft gezegd. Du M. is door de rechtbank veroordeeld tot levenslang wegens moord op mevrouw Sloos en vier andere ouderen; zijn zwager John H. kreeg acht jaar wegens moord op mevrouw Sloos.

Het hof moest zich gisteren twee keer buigen over het verschoningsrecht van getuigen. De notaris die het testament van mevrouw Sloos had opgemaakt, stond binnen vijf minuten weer buiten omdat het hof zijn beroep op het verschoningsrecht inderdaad honoreerde. Eén van de vijf huisartsen die de verdediging wilde horen, moest van het hof echter wel op alle vragen antwoorden. Volgens de voorzitter van het hof, mr. H. Michiels van Kessenich, weegt in zijn geval het belang van de waarheidsvinding zwaarder dan het algemeen maatschappelijk belang dat patiënten op hun artsen moeten kunnen vertrouwen. “Bovendien zijn er geen andere middelen om de waarheid aan het licht te brengen.”

Een andere huisarts kon gisteren niet goed uitleggen waarom hij telefonisch een recept voor zes ampullen morfine - een opiaat dat doorgaans niet wordt voorgeschreven zonder de patiënt te zien - had uitgeschreven. Tijdens een weekend dat hij een collega waarnam, werd hij gebeld door Du M. over de verzorging van een bewoonster van de serviceflat Waalsdorp. Volgens de huisarts moet de verpleger hem telefonisch hebben gesuggereerd hebben dat morfine in de rede lag. “Anders zou ik dit nooit hebben gedaan.”

Tijdens zijn eigen verhoor zei de verpleger opnieuw, net als eerder bij de rechtbank, dat hij “in sommige gevallen” weinig steun kreeg van de huisartsen die in Waalsdorp kwamen. Op de vraag van het hof waarom hij dit dan nooit met deze artsen heeft besproken, antwoordde hij dat hij dit niet kon omdat artsen hoger staan in de hiërarchie. “Bovendien is het niet mijn stijl om mensen daarop aan te spreken.” Du M. kwam ook terug op een eerder geschreven brief waarin hij zelf repte over euthanasie. “Het was pijnbestrijding wat ik deed, géeé euthanasie”, aldus de verpleger.

Het hoger beroep gaat op 19 januari verder.

mailIcon print |