*

 
dossier

Archief

Maximumstraffen gaan onder de loep

Door: redactie − 28/11/97, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Het Nederlandse strafrecht wordt doorgelicht. Doel van de operatie is te bekijken in hoeverre de maximumstraffen op allerhande delicten nog beantwoorden aan maatschappelijke opvattingen over de ernst van misdrijven. Minister Sorgdrager (D66) van justitie verwacht dat die herijking in nogal wat gevallen zal leiden tot hogere strafmaxima.

Minister Sorgdrager kondigde dat gisteren in de Tweede Kamer aan, tijdens een debat over een aanpassing van het wetboek van strafvordering (waarin niet de straffen staan, maar de spelregels die gelden bij het vervolgen van verdachten). Daarmee kwam de minister tegemoet aan een verzoek van haar partijgenoot Dittrich en diens PvdA-collega Kalsbeek.

Dittrich had het verzoek enkele weken al gedaan tijdens het Kamerdebat over de begroting voor justitie. Toen reageerde Sorgdrager nog wat afhoudend. Het D66-Kamerlid toonde zich gisteren dan ook verheugd over de bijval van Kalsbeek en de toeschietelijkheid van de minister. De D66'er, die voor zijn Kamerlidmaatschap rechter was, verklaarde na afloop van het debat dat hij voortdurend signalen krijgt uit de wereld van de rechterlijke macht, dat het evenwicht in de straftoemeting langzamerhand een beetje zoek is. Volgens hem moet de politiek daar wat aan doen.

Vorige eeuw

“Sommige strafbepalingen dateren nog uit de vorige eeuw”, aldus Dittrich. “Misschien moeten we mishandeling wel zwaarder gaan bestraffen, vanwege de manier waarop we nu tegen het gebruik van geweld aankijken, en kan de maximumstraf op een delict als belediging in het kader van de vrijheid van meningsuiting wel wat omlaag.”

Sorgdrager waarschuwde dat het een omvangrijke en tijdrovende operatie zou worden. Niet alleen het wetboek van strafrecht bevat strafbepalingen, ook in allerlei andere wetten - bijvoorbeeld milieuwetten - is geregeld welke straf op overtreding van een bepaald delict staat.

“Ik denk dat we het daarom stapsgewijs moeten aanpakken. Eerst het wetboek van strafrecht en daarbij bijvoorbeeld de opiumwet”, aldus de minister. “Daarna kunnen we naar de bijzondere wetten kijken. Ik vrees dat het meestal zal leiden tot een verhoging van de strafmaxima.”

De discussie over herziening van de maximumstraffen kwam gisteren op gangnaar aanleiding van een voorstel van Sorgdrager om het wetboek van strafvordering aan te passen. De minister wil dat het openbaar ministerie de gelegenheid krijgt om vormfouten te herstellen, als zo'n verzuim betekent dat een verdachte die in voorlopige hechtenis zit, op vrije voeten zou moeten worden gesteld. Zoiets deed zich onder meer voor in het geval van de pyromaan, die in Ede een aantal branden had gesticht. Het openbaar ministerie liet in die zaak na om tijdig verlenging van de voorlopige hechtenis te vragen.

De mogelijkheid tot herstel, die nu in de wet wordt opgenomen, geldt alleen als het gaat om misdrijven waarop minstens acht jaar gevangenisstraf staat. Een pleidooi van de VVD, om de grens bij vijf jaar te leggen, heeft Sorgdrager niet gehonoreerd. Daarvoor vindt ze het middel van de voorlopige hechtenis te ingrijpend.

Wel ging de minister gisteren akkoord met een voorstel van Dittrich om de reikwijdte van de voorlopige hechtenis op een andere manier te vergroten. In de wet wordt nadrukkelijk opgenomen, dat het feit dat iemand al is veroordeeld, reden kan zijn om die persoon in afwachting van hoger beroep voorlopige hechtenis op te leggen. Nu bestaat onduidelijkheid over de vraag of dat al dan niet mogelijk is.

Dat heeft er al eens toe geleid dat leden van de zogenoemde Bende van Venlo vrij rondliepen en het land uit vluchtten. En in Leeuwarden leidde het tot de vrijlating van een man, die wegens moord op een echtpaar uit Sneek in eerste instantie tot 15 jaar cel werd veroordeeld en in tweede instantie tot 18 jaar. De rechter oordeelde dat er geen redenen waren om de man in afwachting van de behandeling van zijn zaak door de Hoge Raad vast te houden.

Sorgdrager bleek het met Dittrich eens dat een veroordeling in een eerdere instantie een reden moet kunnen zijn om iemand voorlopig achter de tralies te houden, totdat er een definitieve uitspraak ligt. “Volgens mij kan dat nu ook. Maar als er onduidelijkheid over blijkt te bestaan, moeten we de wet maar aanpassen”, aldus de minister.

mailIcon print |