Is uw vijver nu alweer leegevreten door een hongerige reiger? Gefeliciteerd, nu staat niets u meer in de weg om de nieuwste trend op visgebied aan te schaffen.
Want de goudvis is passe, het huisdier van de toekomst is de Japanse Koi. Kenners noemen hem de keizer der vijvervissen. Op het internet zijn talloze websites te bezoeken, waar Koi-liefhebbers op overspannen toon opscheppen over de prachtige eigenschappen van hun knuffelkarper.
Inderdaad is de Koi een fraaie vis, met zijn schitterende kleuren en ingewikkelde patronen op de rug. In het Verre Oosten werd hij al sinds jaar en dag geproduceerd voor consumptie. Maar in de vorige eeuw besloten de Japanners dat hij eigenlijk te mooi was om op te eten. Sindsdien wordt hij op grote schaal gekweekt en over de hele wereld als siervis verkocht. Er zijn tientallen varieteiten: de beste exemplaren hebben een eigen stamboom, een gereglementeerd kleurpatroon, en kunnen in prijs oplopen tot honderdduizend gulden.
Gelukkig wordt de Koi sinds enige jaren ook in Europa gekweekt. Daardoor is hij voor Nederlanders een stuk beter betaalbaar, en dus populairder geworden. Voor een paar tientjes koopt de beginnende liefhebber al een knappe Koi; geen geld voor een vis die onder gunstige omstandigheden tachtig centimeter lang en veertig jaar oud kan worden, en bovendien zo aan zijn baasje gehecht raakt dat hij letterlijk uit de hand eet.
Die gehechtheid is vaak wederzijds: in Koi-kringen gaat het verhaal van het echtpaar dat na een moeilijk afscheid van hun Koi vertrok voor een vakantie van drie weken in het buitenland. Toen de oppas na enkele dagen opbelde met de droeve mededeling dat hun huisdier plots was overleden, snelde het echtpaar huiswaarts om hun geschubde makkertje een officiele begrafenis te geven.
Wie zich na dit roerende verhaal geroepen voelt op stel en sprong een eigen Koi aan te schaffen, moet wel rekening houden met de specifieke eisen van deze Japanse kleurkarper. Planten en een Koi gaan niet samen in een vijver, zo waarschuwt de Loozense vijverdeskundige Wolters, want dan raakt het biologisch evenwicht verstoord, waarna of de vis, of de planten het loodje leggen.
Maar zonder planten raakt de zuurstofvoorziening in gevaar: daarom moet een krachtige filterinstallatie in de vijver worden aangebracht. Om te gedijen heeft de Koi voorts minstens tienduizend liter water nodig, en speciaal Koi-voer, aangevuld met muggenlarven, regenwormen en slabladeren. Bovendien moet de Koi beschermd worden tegen de geelgerande waterkever, want een steek van dit insect kan dodelijk zijn. Kortom: “Je kunt een Koi niet zomaar in een vijver kieperen”, aldus Wolters.
Het onderhoud van een Koi is nog te overzien, maar wie besluit er gezellig nog eentje bij te zetten, vraagt om moeilijkheden. De nieuweling draagt vaak onzichtbare parasieten bij zich, die de andere vis kunnen besmetten. Een paar maanden in quarantaine is daarom het devies, plus regelmatige controle van een schubkweekje onder de microscoop.
En dan is er, na al die inspanningen, nog het risico dat de vissen elkaar niet aardig vinden en ruzie krijgen. De resulterende stress is een belangrijke doodsoorzaak bij Japanse karpers, onder wier glinsterende jasje blijkbaar een gecompliceerde psyche schuilt. Nee, dan de goudvis. Hij is niet trendy, en misschien ook een beetje saai, maar een ding moeten we hem nageven: je hebt er geen omkijken naar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.