AMSTERDAM - Het jaarlijkse debutantenbal van de Rijksakademie in Amsterdam begint epische vormen aan te nemen. Weinig galeriehouders, museumdirecteuren of critici zullen dit weekeinde bij de Open Dagen ontbreken bij de jacht op het nieuwste talent, de nieuwste potentiële hype in het circuit. Nogal wat kunstenaars die de laatste jaren in Nederland doorbraken hebben de Rijksakademie gedaan. Wie zich daar presenteert weet zich dus verzekerd van aandacht.
De Belgische tentoonstellingsmaker Bart Cassiman is een van de tientallen begeleiders die op de Rijksakademie rondloopt. Dit jaar is hij betrokken bij de organisatie van de Open Dagen. “Het aanbod binnen de kunst is zo groot, dat ik het belangrijk vond dat kunstenaars zich ook buiten het atelier konden presenteren. Zo'n vijftig kunstenaars exposeren op niet-plekken op het terrein die daardoor ineens een plek zijn geworden. Er zijn performances, acties, installaties, theaterensceneringen. De dynamiek die al inherent aanwezig is binnen de hedendaagse kunst, buiten we daarmee ten volle uit.”
“De grote kwaliteit van de Rijksakademie is dat ze in zo'n korte tijd zo'n status heeft gekregen. Technisch, artistiek en theoretisch is de academie heel goed en infrastructureel is zij uniek. Ze behoort voor mij tot de belangrijkste vijf opleidingen ter wereld, tezamen met Cal Arts in Los Angeles, Goldsmith in Londen, Düsseldorf en Frankfurt. Groot voordeel is dat men hier totaal geen huisstijl heeft, door het gevarieerde palet aan werknemers en begeleiders. Op de Akademie wordt de eigenzinnigheid en individualiteit van de kunstenaars aangemoedigd, zonder dat er een visie op de kunst wordt opgelegd.”
Toch doemt een gemene deler op bij de zwerftocht door het labyrintische gebouw. Het lijkt wel of aan het eind van de jaren negentig de Nieuwe Eerlijkheid de kop op steekt. Er wordt uitgebreid gepookt en gesnuffeld in het (persoonlijke) leven, alsof de kunstenaars van de Rijksakademie collectief op zoek zijn naar authentieke emoties binnen de individualistische maatschappij van vandaag. Er waren nog wel conceptuele geesten rond in de ateliers van de Rijksakademie, maar de meeste studenten proberen op een directe, surreële dan wel poëtische manier grip te krijgen op de alledaagsheid. Schilderend, fotograferend, filmend. Kiekjes, frutsels, observaties, zelfportretten, dromen, fantasieën. Het is vooral het 'kleine' in de meeste werken dat met inventieve middelen over het voetlicht wordt gebracht.
Voor veel kunstenaars is de Rijksakademie een periode van intensivering van hun kunstenaarschap. Vrijwel allemaal hebben ze een gewone kunstacademie gevolgd. De Rijksakademie is een soort tweejarige kopstudie. Geen beoordelingen, geen cijfers, geen rapporten, maar uitwisseling van gedachten met professionele begeleiders en medestudenten. Voor sommigen betekent dit dat hun werk fors op zijn kop wordt gezet.
Siree van der Velde (1969) deed de Minerva in Groningen en kwam een jaar geleden op de Akademie. “Het is een heel intensieve periode, waarbij je werk in een stroomversnelling komt. Je wordt aangezet om de boel om te gooien. Ik deed altijd wel experimenten, maar liet ze nooit zien. Nu ga je ze uitzoeken en uitwerken.” Van der Velde maakt ijle droomtekeningen van figuren en dieren in interieurs. Voor de Open Dagen nam ze een schoolbord, tekende daar taferelen op, fotografeerde die en zette de dia's achter elkaar, zodat een vervreemdende animatie ontstaat. “De komende twee jaar hoop ik te gebruiken om die animatiekant verder uit te werken.”
De Australische Fiona Tan (1966) is bijna klaar met haar tweejarige verblijf op de Rijksakademie. Ze heeft niet het idee dat er artistiek fundamentele verschuivingen hebben plaatsgehad binnen haar werk. Zij koestert vooral de contacten. “De Rijksakademie gaf mij de mogelijkheid om diepgaande individuele gesprekken over mijn werk te voeren. Als het goed is bouw je met begeleiders een goede relatie op en ik hoop dat het contact zal blijven nadat ik bij de Rijksakademie weg ben. En ik heb natuurlijk geprofiteerd van de goede faciliteiten die ze hier hebben.”
Dat laatste is niet onbelangrijk voor iemand die met video en film werkt, een mode-medium dat je in veel ateliers tegenkomt. De meeste kunstenaars hanteren de video als een extra uitdrukkingsvorm naast de andere (traditionele) media die zich aandienen. Wat dat betreft is het op de Rijksakademie niet anders dan elders. Maar Tan is een uitzondering. Zij gebruikt film en video op een consequente en fundamentele manier en speelt in haar werk vernuftig met het begrip tijd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.