Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Mag een schrijver zijn humanistische jeugd als dekmantel gebruiken om stellingen te poneren? Wat is eigenlijk een christenhond? Valt een mate van gekwetstheid te bepalen wanneer een lezer zich beledigd voelt wanneer een columnist een dergelijke term gebruikt?
Op dergelijke ethische vragen wist ook officier van jusititie H. de Graaff slecht antwoord. Hij eiste daarom gisteren geen schadevergoeding voor de beledigde partij, maar wel een boete van 1 000 gulden voor columnist Theodor Holman.
Toch voerde ethiek tijdens de behandeling van het strafproces tegen Holman steeds de boventoon. In een uitputtende behandeling van de zaak gaf Holman zijn rechter mr. P. Michels vooral tekst en uitleg over zijn column van 2 juli 1994 in Het Parool. Het werd een ontrafeling van de passage waarin Holman, bleek tijdens de zitting, zinsneden en woorden had gebruikt, afkomstig van Gerard Reve, Multatuli en Kuifje.
In de vijfde alinea van Holmans column bevindt zich de gewraakte passage: “En wij bestreden fel alle godsdiensten en dat vind ik nu nog terecht. Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger, bidden iets kinderachtigs en de kerk een poppenkast, hoewel ik niemand het recht wil ontzeggen misdadiger of kinderachtig te zijn of van poppenkast te houden.”
De zaak tegen Holman is inmiddels 'te gecompliceerd' geworden om door een politierechter af te handelen. Niet alleen moet de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, van de Amsterdamse rechtbank een mening vormen of christenen in Nederland zich hierdoor beledigd mogen voelen. Aan dat oordeel kleeft immers óók een eventuele beperking aan de vrijheid van meningsuiting, vastgelegd in de Grondwet en in het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
Mr. Michels: “Waarom noemt u de kerk een poppenkast?”
Holman: “Het is een schets van de donkere kant van mijn opvoeding. Ik wilde niets anders doen dan in een literaire hyperbool mijn jeugd schetsen.”
Mr. Michels: “Vindt u nu nog iedere christenhond een misdadiger?”
Holman: “Ik vind sommige christenen misdadigers.” Mr. Michels: “Wat is eigenlijk een christenhond?” Holman: “Dat zijn christenen die in het verleden misdadige dingen hebben gepleegd.”
Mr. Michels: “U vindt die mensen christenhonden?” Holman: “Dat is iedereen die zich kan vinden in die term.”
Officier van Justitie mr. De Graaff: “Bestaan ze nog?” Holman: “Gezien de manier waarop de paus zich verzet tegen het gebruik van condooms, als middel om aids tegen te gaan, kan ik ook de paus een christenhond noemen.”
Volgens mr. J. Italianer, de advocaat van Holman, is het gebruik van artikel 137c uit het Wetboek van strafrecht, dat het opzettelijk beledigen van mensen vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging strafbaar stelt, een te zwaar middel tegen zijn cliënt. Het wetsartikel dient in de ogen van Italianer vooral om kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen. Christenen vallen daar niet onder. “Zij beschikken over eigen politieke partijen, een eigen omroep, eigen kranten, en een eigen persdienst. Daarmee zijn zij in staat elke aanval op professionele wijze te pareren.”
De interpretatie van artikel 137c lag voor officier van justitie mr. H. de Graaff duidelijk anders. De ernst van Holmans beweringen wordt veroorzaakt doordat hij zijn uitlatingen in een 'openbaar medium' als de krant gedaan heeft. Juist van journalisten mag een grotere zorgvuldigheid worden verlangd. Hij vreesde dat Holmans uitlatingen een olievlekwerking hebben.
De Amsterdamse inspecteur van politie F. Tieleman maakte de zaak tegen Holman aanhangig. Inmiddels hebben zich 74 beledigde partijen bij hem gevoegd. Bij zijn advocaat, mr. W. Hendriks, kwamen 1050 adhesiebetuigingen binnen. Volgens de advocaat worden als direct resultaat inmiddels in verschillende columns overtuigde christenen “door het grachtenslijk gehaald”. “Holman heeft door alle aandacht volop publiciteit gehad, hij schijnt te lijden aan een publiciteitsneurose.” Namens de beledigde partijen eiste Hendriks een symbolische schadevergoeding van één gulden per persoon.
De rechtbank doet uitspraak op 9 februari.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.