*

 
dossier

Archief

VOGELS ZINGEN NIET WAT DICHTERS DACHTEN

JAAP DE BERG − 06/01/96, 00:00

The New York Review of Books, 11/1, $3.25. The Economist, 23/12-5/1, f 8,75. Groniek, dec. 1995, te bestellen door overmaking van f 19,95 op gironr 14 96 758 t.n.v. Groniek o.v.v. nr. 131.

Darwin opperde een wat praktischer verklaring. Mannetjesvogels kwelen om de aandacht van vrouwtjes te trekken. Welnee, ze zingen om kond te doen van hun heerschappij over een territorium en zo mannelijke rivalen af te schrikken, schreef E. H. Howard een halve eeuw later. De wetenschap heeft sindsdien zowel Darwin als Howard gelijk gegeven en bovendien ettelijke andere boodschappen in het vogellied ontdekt. Het kan ook informatie bevatten over de soort van de zanger, zijn een- of tweezame staat (deel van een paartje of niet) en zelfs zijn identiteit als individu.

Dank zij onderzoek met verfijnde apparatuur is de kennis van vogelmuziek in de afgelopen decennia fors toegenomen. In The New York Times etaleert de Amerikaanse hoogleraar John Terborgh een reeks opmerkelijke ontdekkingen. Zo blijkt bij kanaries het hersencentrum voor zangproduktie een sterke groei te vertonen, wanneer de broedperiode in de lente aanbreekt. So what? Zeg dat niet, want voordien namen neurologen aan dat zich bij hogere gewervelde dieren in volwassen staat geen nieuwe zenuwcellen konden vormen. Terborgh presenteert ook een wereldrecordhouder die nog in het 'Guinness Book of Records' ontbreekt. Het is de krombekspotlijster, een familielid van de Amerikaanse spotvogel, die meer dan duizend verschillende muzikale frasen op zijn repertoire heeft.

Wat is de functie van een dergelijke overvloed? Er is wel beweerd dat vogels zich van zo'n breed repertoire bedienen om bij mannetjesrivalen de indruk te wekken dat een bepaald territorium al hopeloos overbevolkt is. Een professor uit Oxford noemde dat de Beau-Geste-hypothese. Beau Geste was een fictieve Franse legionair. Hij zou in zijn eentje een fort tegen een overmacht hebben verdedigd door overal dode kameraden te posteren en, als een razende rondrennend, vanachter hun rug de vijand te beschieten. Volgens Terborgh klopt de hypothese niet. Hij citeert een proef waaruit overtuigend zou zijn gebleken dat vogels zich niet laten wijsmaken dat een ruim repertoire uit een koor van kelen moet komen. 'Hoogstwaarschijnlijk herkennen ze individuele stemmen net zo trefzeker als wij via de telefoon een vriend herkennen aan een eenvoudig 'hallo'.'

Vrouwtjesvogels zingen zelden, althans buiten de tropen. Ze beschikken daarentegen over een fijner gehoor dan mannetjes. Koperwieken kregen twee verschillende geluidsbandjes te horen. Het ene bevatte de zang van mannetjeskoperwieken; het andere een knappe imitatie, afkomstig van een spotvogel. Mannetjeskoperwieken reageerden op beide bandjes even sterk, maar de vrouwtjes lieten zich door de spotvogel niet in de luren leggen.

THE ECONOMIST BUIGT ZICH OVER KLEINE MANNEN

Het experiment is al van 1968, maar de uitkomst is nog altijd relevant. Een Australische psycholoog stelde dezelfde onbekende man voor aan vijf groepen studenten. Bij de eerste groep werd de man geïntroduceerd als student, bij de tweede als wetenschappelijk medewerker, enzovoort, tot hij in de vijfde groep de status van professor uit Cambridge had bereikt. Na afloop moest elke groep de lengte van de man raden. Het bleek dat hij langer werd geschat naarmate zijn beweerde maatschappelijke status hoger was.

The Economist citeert de proef in een artikel over heightism oftewel discriminatie van kleine mannen. (Het woord is gevormd naar analogie van ageism leeftijdsdiscriminatie, en racism) Onder de kop 'Short guys finish last' somt het weekblad een lange reeks experimentele en andere bevindingen op, die allemaal getuigen van een hardnekkig en wijdverbreid vooroordeel jegens klein uitgevallen exemplaren van de menselijke soort. Nog een voorbeeld. Honderden studenten kregen van de Amerikaanse psychologen Martel en Biller mannen van uiteenlopende lengte te beoordelen. Algemeen dachten ze dat de kleinste categorie - variërend van 1,57 tot 1,63 m - minder mannelijk, rijp, succesvol, bekwaam, gezellig en zeker van zichzelf was dan de rest, en meer geremd, verlegen en passief.

Shrimps noemt The Economist deze minbedeelden. Het woord betekent 'garnaal' of 'petieterig type', maar functioneert hier vooral als letterwoord voor 'Severely Height-Restricted Individuals of the Male Persuasion'. Het blad vraagt zich af waarom shrimps nog nergens tot subsidieerbare minderheidsgroep zijn uitgeroepen. Hebben de kleinen onder ons het soms niet moeilijker dan etnische minderheden? De leden daarvan prefereren tenminste elkaar nog als collega of huwelijkspartner. Aan kleine mannen worden zelfs die gunsten onthouden, óók door andere kleine mensen, van beiderlei kunne.

LEESADVIES IN DE DAGEN VAN RITZEN EN RATZEN

Het jongste nummer van Groniek, het historische tijdschrift uit Groningen, is goeddeels gewijd aan een nieuwe stroming in de medische geschiedschrijving. In een van de overige bijdragen schrijft emeritus-hoogleraar E. H. Kossmann een recept uit voor de talloze studenten met wier leesvaardigheid in het Duits en het Frans het belabberd is gesteld.

“Lees Thomas Mann, 'Lotte in Weimar' (1939, een even diepzinnige als geestige roman die niet alleen in prachtig Duits geschreven is maar de historische student veel leert over Goethe en de vroege negentiende eeuw. En verder de enorme romanreeks van Roger Martin Du Gard, 'Les Thibault' (1922-1939) in zeven delen - als men die heeft doorgenomen, zal men zich door geen Franse tekst meer laten afschrikken en bovendien een buitengewoon pregnante indruk hebben gekregen van leven en sterven in het laat-negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse Frankrijk.” Wie, zoals Kossmann zelf toen hij een jaar of dertig was, van deze lectuur niet genoeg kan krijgen, wordt vervolgens doorverwezen naar de 28 delen van Jules Romains' 'Les hommes de bonne volonté' (1932-1956). Waar een student, in deze dagen van ritzen en ratzen, de tijd vandaan moet halen, laat Kossmann in het midden.

mailIcon print |