*

 
dossier

Archief

De strijd om de schat van de Kaspische Zee

WERA DE LANGE − 22/01/98, 00:00

Lenin en Rockefeller, Khomeini en Colijn, Mao en Lawrence of Arabia zouden zich wel in hun graf willen omdraaien om te zien hoe het afloopt: The Great Game (part two). Na een lange schorsing vanwege de Koude Oorlog is de strijd om de bodemschatten onder en rond de Kaspische Zee in 1997 hervat. Het jaar 1998 wordt beslissend.

De inzet wordt gevormd door een geschatte voorraad van honderd tot tweehonderd miljard vaten olie en een minstens navenante en op de lange termijn nog belangrijkere gasreserve, verdeeld over het grondgebied van Oezbekistan (beetje), Kazachstan, Turkmenistan en Azerbeid-zjan (alle drie veel). Op de achtergrond spelen de niet minder indrukwekkende gas- en olievoorraden in West- en Oost-Siberië mee.

Op het randje van de 21-ste eeuw, volgens experts vrij kort voor het tijdvak waarin zonne-energie commercieel interessant wordt, voeren de hoofdsteden het negentiende-eeuws spel 'imperialisme' nog een keer op. Buitenlandse politiek is weer grondstoffenpolitiek: tot wiens invloedssfeer behoren de wingewesten, wie haalt de olie of het gas omhoog, wie beheerst de aan- en afvoerlijnen, in welke energiezuchtige regio wordt het spul uiteindelijk verstookt en voor welke prijs?

De vragen, de lokatie en de inzet zijn bijna dezelfde als een eeuw geleden. Maar nu speelt bijna de hele wereld mee. Misschien is het het beste een paar belangrijke spelers wat uitgebreider voor te stellen. Om aan de minst voorspelbare kant te beginnen: Een nu nog niet actieve, maar op den duur belangrijke categorie spelers bestaat uit de bevolkingen van Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan.

De 'gewone' man of vrouw in de Kaukasus en Centraal-Azië heeft - alle opwinding over de olie- en gasvoorraden ten spijt - bitter weinig reden om blij te zijn met de ineenstorting van het communisme en de Sovjet-Unie. In de afgelopen tien jaar is het leven in alle opzichten slechter geworden.

Armoede

In geen van de betrokken landen is er sprake van democratie, echte persvrijheid of een bloeiend intellectueel en cultureel leven. Het onderwijs is slechter dan onder Brezjnev, de toestand in de gezondheidszorg rampzalig. De achterstand in de uitbetaling van salarissen door staat en bedrijven is spreekwoordelijk. Armoede en ondervoeding rukken op.

In Kazachstan zijn op dit moment in verschillende provinciesteden massale hongerstakingen door arbeiders aan de gang; in sommige steden hebben de arbeiders al langer dan een jaar geen salaris meer gekregen. In Azerbeidzjan is in een paar jaar tijd een krankzinnige kloof gegroeid tussen nieuwe olie-rijken in Bakoe en een straatarm platteland.

Turkmenistan is een autocratie waar de persoonlijkheidsverering de hoogste graad van absurditeit heeft bereikt. Ook de Turkmenen zijn de afgelopen jaren armer en ongezonder geworden. Ecologisch vormt het westen van Centraal-Azië, de woestijnsteppen rond het Aralmeer, een reusachtig rampgebied met verdroging, verzilting en chemische vervuiling.

De lokale machthebbers lijken zich te realiseren dat zoveel misère niet eeuwig kan worden opgelegd. Zij wéten dat ze een prijs moeten betalen als zij hun landen vrij willen houden van islamitisch fundamentalisme en andere georganiseerde vormen van razernij.

De geschiedenis van Iran in de jaren zeventig en die van Algerije in de jaren tachtig en negentig zijn leerzaam. Het wordt voor Gaidar Alijev (de baas van Azerbeidzjan), Nursultan Nazarbajev (Kazachstan) en Saparmurat Nijazov (Turkmenistan) dan ook hoog tijd dat de buitenlandse investeringen in de olie- en gaswinnig flink wat geld gaan opleveren. Daarvoor is nodig dat het Kaspische gas en de Kaspische olie goed betalende afnemers bereiken. En daarvoor is de medewerking van de Russen nodig en/of een stelsel van nieuwe pijpleidingen dat het Russische grondgebied mijdt.

Nazarbajev én Alijev hebben andere medespelers, in de eerste plaats de Amerikanen, de wacht aangezegd. Het Witte Huis heeft tot oktober 1998 de tijd gekregen om te bewijzen dat er een een snel te bouwen en betaalbaar alternatief denkbaar is voor pijpleidingen over het grondgebied van Amerika's aartsvijand in de regio: Iran. Nijazov heeft dat niet eens afgewacht. Het eerste traject van een gas-pijpleiding door Iran naar Turkije werd een maand geleden feestelijk geopend.

Traditioneel de belangrijkste hoofdrolspeler in de regio is Rusland. Alle bestaande pijpleidingen uit Centraal-Azië en Azerbeidzjan lopen door Rusland. Na het uiteenvallen van het imperium in 1991 hebben de Russen deze monopoliepositie verrassend grof en imperialistisch te gelde gemaakt, namelijk door de kraan voor de Centraal-Aziaten praktisch dicht te draaien. De olie uit het Kazachstaanse Tengiz-veld (o.a. door Chevron naar boven gehaald) wordt mondjesmaat doorgevoerd, het gas uit Turkmenistan wordt alleen maar doorverkocht aan wanbetalers als Oekraïne en Moldavië.

De lucratieve West-Europese markt voor gas hebben de Russen geheel voor hun eigen gigant, Gazprom, gereserveerd. Ook Azerbeidzjan kreeg herhaaldelijk de duimschroeven aangezet en kampt(e) bovendien met het euvel dat de Azerbeidzjaanse olie afgevoerd wordt in een pijpleiding die dwars door het door gewapende vrijbuiters beheerste Tsjetsjenië loopt.

Vorige week kon de Russische premier Tsjernomirdin tijdens een bezoek aan Centraal-Azië ervaren hoeveel kwaad bloed de Russische politiek heeft gezet. Nijazov van Turkmenistan weigerde ook maar één stuiver af te doen van de gasprijs die hij van de Russen eist, er kwam geen deal en een anti-imperialistische tirade begeleidde de Groot-Rus naar de vliegtuigtrap.

Grof spel

Dat de Russen het spel grof spelen is minder verbazingwekkend en minder dom dan het lijkt. Zij hebben goede reden de korte termijn belangrijker te vinden dan de langere termijn. Nog een paar jaar en de Russen hebben hun eigen, volledig ingezakte gas- en oliewinning in Siberië weer op orde. Nog een paar jaar en het netwerk van lekkende, verouderde en vervuilende pijpleidingen uit Siberië naar West-Europa is als nieuw.

Buitenlandse investeerders (Koninklijke Shell niet in de laatste plaats) zien eindelijk brood in Rusland, de race om de miljardeninvesteringen is begonnen. Nog even en Rusland hoeft niet meer zo bang te zijn voor de Kaspische concurrentie. Dan is het (hopelijk) nog vroeg genoeg voor een wat fijngevoeliger aanpak van de vroegere zusterrepublieken.

Dat de Amerikanen het goedkoopste alternatief (pijpleidingen door Iran) tot op de dag van vandaag blokkeren, heeft Moskou enorm geholpen. Dat de hoofdsteden rond de Kaspische Zee door duizenden personele, culturele en sentimentele draadjes met Rusland verbonden zijn, maakt het de Russen nog eenvoudiger.

Alle autocraten in de regio hebben nog in Moskou 'doorgeleerd', in dezelfde partij-schoolbankjes als Jeltsin of Tsjernomirdin. Russen, Azerbeidzjanen en Centraal-Aziaten verstaan elkaar letterlijk en figuurlijk, ondanks alles.

Dat kan niet gezegd worden van de Verenigde Staten, al ontvangt president Clinton de Kaspische autocraten met nog zoveel égards. Van de Amerikanen had de regio veel meer verwacht.

Amerikaanse maatschappijen dringen in de voorste linies mee bij verwerving van aandelen in de olie- en gaswinning, en met succes. De Kaspische regio ruikt op alle manieren naar een new frontier. Texaanse hoeden verdringen elkaar vol enthousiasme aan treurige bars, in voorheen-Intourist-hotels in zanderige uithoeken. Maar grootscheepse economische Amerikaanse steun aan de regio is uitgebleven.

De Great Game om de olie en gas uit het Kaspische Zeegebied heeft hoogste prioriteit voor het Witte Huis. Hier ligt een prachtkans om minder afhankelijk te worden van het Midden-Oosten, Irak langs een omweg klein te krijgen, op vreedzame wijze de invloed van Rusland op zijn zuiderburen te verkleinen, Turkije met pijplijnen aan de westerse invloedsfeer te binden, enzovoort, enzovoort.

Maar Amerika heeft een groot probleem: Iran. Voor de voormalige Sovjet-republieken rond de Kaspische Zee is de manier waarop de VS dit probleem (niet) hanteren, onbegrijpelijk. Strikt genomen zijn de Amerikanen door hun eigen boycot-wetgeving aan zichzelf verplicht te voorkomen dat Iran ook maar een cent rijker en machtiger wordt van de doorvoer van Kaspische bodemschatten. Strikt genomen moeten de Amerikanen Shell straffen als deze maatschappij er - na de nu lopende 'haalbaarheidsstudie' - toe overgaat daadwerkelijk een pijplijn voor Turkmeens gas dóór Iran naar Turkije te bouwen en te beheren. (De ene maand heet het dat het Witte Huis deze pijplijn geen strobreed in de weg zal leggen (juli 1997), korte tijd later wordt dat weer driftig ontkend (november '97).)

“Onze positie is duidelijk”, bezweert de Amerikaanse minister voor Energiezaken, Pena, de omstanders. “We zijn er tegen gewoon zaken te doen met een land dat terroristen bekostigt, traint en steunt en probeert de beschikking te krijgen over vernietigingwapens.” Maar het overtuigt niet.

Tot het kamp van de voorstanders van een soepeler lijn tegenover Iran behoren niet alleen de heersers in de gewezen Sovjet-republieken, maar ook grote Amerikaanse oliemaatschappijen, gewezen veiligheidsadviseurs als Zbigniev Brzezinski en voormalige ministers van defensie als Dick Cheney (“Onze Iran-politiek slaat nergens op, het is gewoon stom.”)

En dan zwijgen we nog over Pakistan en de Oost-Aziatische landen. Heel Azië, inclusief China snakt naar olie- en gas - hoe meer, hoe beter. Heel Azië heeft baat bij pijpleidingen uit de Kaspische regio naar de Perzische Golf of zelfs naar Karatsji. China is zelfs van plan een eindeloze, hoogst kostbare oliepijpleiding uit Kazachstan naar de Chinese kust aan te leggen. De grote groeimarkt voor olie en gas ligt niet in Europa, niet in Amerika, maar in Azië. Iran heeft de sleutel naar Azië in handen.

De staten om de Kaspische Zee zijn vatbaar voor het Amerikaanse argument dat Iran in de eerste plaats om de eigen afzet voor olie en gas zal denken en dan pas om de belangen van de buren in het noorden. De weg door Iran is kort, veilig en leidt in de goeie richting, maar is voor de Kaukasus en Centraal-Azië niet helemaal ideaal.

Maar het alternatief dat de Amerikanen op tafel leggen is voorlopig veel onaantrekkelijker. Waarom voor miljarden dollars een pijpleiding in de bodem van de Kaspische Zee freezen (!), als de exploitanten niet weten hoe die rendabel te maken.

Waarom een pijpleiding door een wankel Georgië en vervolgens door een gevaarlijke hoek van Turkije (Koerdisch gebied) naar de Middellandse Zee-haven Ceyhan aanleggen, als geen politicus in Washington kan uitleggen wíe er moet opdraaien voor de extra kosten, door experts geschat op anderhalve dollar per vat extra? Waarom betaalt het Witte Huis niet voor zijn nobele doelen, naar goed imperialistisch gebruik?

De eerste tekenen van prille toenadering tussen Iran en de VS hebben de great game zo spannend en onvoorspelbaar gemaakt, dat geen enkele speler zich nu nog durft vast te leggen. De (gematigde) Iraanse president Khatami had het in zijn doorbraak-interview met CNN van twee weken geleden over 'intellectuele' contacten tussen volken en 'beschavingen', en nadrukkelijk niet over olie en gas. Zijn geestelijke leider Khamenei (meer een havik) schetterde vorige week nog eens heel duidelijk rond dat van politieke contacten geen sprake kan zijn.

Nachtmerrie

Geheime toenaderingspogingen uit Washington richting Teheran bleken in het najaar nog zinloos. Maar er hangt verandering in de lucht en dat legt het hele Kaspische Zee-spel lam. “Het ergste wat er kan gebeuren is, dat we onze peperdure pijplijn (onder de Kaspische Zee door, naar Bakoe, over Georgië naar Ceyhan) nét klaar hebben, als Iran beschikbaar komt”, mijmerde de Amerikaanse veiligheidsexpert Robert Ebels van het Centre for Strategic and International studies, tijdens een conferentie in Washington waar bijna alle hoofdrolspelers aanwezig waren om tegen het Witte Huis te hoop te lopen.

Die nachtmerrie wil niemand werkelijkheid zien worden. In afwachting van nieuwe zetten tobben de bewoners van Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan voort in uitzichtsloze armoe.

mailIcon print |