*

 
dossier

Archief

jazz

KEES POLLING − 20/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Toen pianist Michiel Borstlap, bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink mei vorig jaar in het BIM-huis speelden, hadden ze elkaar nooit eerder op een podium ontmoet. Althans, met z'n drieën; Glerum en Bennink hadden vaker samengespeeld.

Wat die ontmoeting van drie jazzgiganten zo interessant maakte, was de verscheidenheid aan achtergronden en voorkeuren die in dit trio bijeenkwamen. Borstlap behoort tot de jongste jazzgeneratie, die met een bopdiploma op zak, en had zich voordien vooral laten kennen als verdienstelijk neoboppianist en liefhebber van fusionjazz. Niettemin was dit nieuwe trio allesbehalve een doorsnee jazz-pianotrio. Daar zorgde de inbreng van 'stoorzender' Han Bennink wel voor. Glerums taak was die van solide steun en toeverlaat voor beide anderen.

Wie de recent verschenen cd van dit concertdebuut, verschenen als 'Bennink Borstlap Glerum 3', legt naast het 'gewone' pianotrio van Borstlap op de cd 'Residence', hoort twee volstrekt tegenovergestelde trio's. Wie niet beter zou weten, zou denken met twee andere pianisten te maken te hebben - zo groot zijn de stilistische verschillen.

Vorige week, nog geen driekwart jaar na dat ene gedenkwaardige optreden, stonden Borstlap, Glerum en Bennink opnieuw op het podium van het BIM-huis. Inhoudelijk was er niets veranderd. Nog steeds werd het repertoire ter plekke vormgegeven, en regen de musici bekende en minder bekende thema's uit de jazzgeschiedenis aan elkaar. Het grootste verschil was echter het ontbreken van de onzekerheid die nou juist de charme van die eerste ontmoeting was geweest.

Die onzekerheid, het aanhoudend zoeken naar aanknopingspunten, naar vaste grond onder de voeten, was niet meer aanwezig omdat het trio sindsdien vaker met elkaar heeft samengespeeld. Een positief uitgangspunt, zou je zeggen, maar in de geïmproviseerde muziek kan het 'hecht ingespeeld zijn' ook tegen je werken. En in zekere zin was daar deze keer sprake van.

Begrijp me niet verkeerd. Er werd wel degelijk prachtig gespeeld, de musici daagden elkaar regelmatig uit en wisten elkaar ook nog af en toe echt te verrassen. De goed gevulde zaal waardeerde het optreden dan ook terecht met enthousiast applaus.

Ondertussen werd wel duidelijk dat Borstlap van de drie degene is, die in dit trio het meest gegroeid is. Hij mag dan nog wel regelmatig teruggrijpen naar bekende bopthema's, de neobop overstijgt deze muziek in alle aspecten. Hij wordt gedwongen uit te weiden waar hij dat niet van plan is, of in te dikken op andere plekken, wanneer de actie van een van de andere twee hem daartoe dwingt.

Op andere momenten begeeft hij zich, diep voorovergebogen over de toetsen, in de noten, of buigt hij noten door met een hand in de vleugel op de snaren te drukken. In een jazzrockthema van Weather Report in de tweede set werkte dat prettig vervreemdend. Op andere momenten was het een leuke gimmick, die goed paste bij de capriolen van zijn metgezellen.

mailIcon print |