*

 
dossier

Archief

Kooijman kan opeens verrassen met een mooie knik

Peter de Boer − 20/03/99, 00:00

Zijn naam zal weinigen iets zeggen maar toch heeft Henk Kooijman (1928-1988) ruim tien dichtbundels gepubliceerd. Er is bovendien nog veel ongepubliceerd materiaal, aldus Arjen Struik in zijn inleiding bij de onlangs verschenen bloemlezing 'Nog altijd zien'.

Kooijman is geboren en getogen in Haastrecht in de Krimpenerwaard en heeft daaraan een levenslange passie voor het polderlandschap overgehouden. Hij was een in toenemende mate door angst en depressiviteit gekweld man, die in eindeloze polderwandelingen en het schrijven daarover verlichting vond. Zijn gedichten dragen titels als 'Zonnige polder', 'Polderverte', 'Laagland-legende'. In eenvoudige taal schetst hij telkens een decor waaraan hij zich zielsverwant voelde: een groene graszee, grijze luchten, riet, stilte. Kooijman zegt vaak heel gewoon en direct wat hij bedoelt. Maar binnen dit stramien kan hij opeens verrassen met een mooie knik: 'boven is alles grijs alsof de lucht vervelt/ de wind staat stil, of is nog niet geboren.' Er zit in zijn idyllische landschappen soms iets dat het midden houdt tussen een geheimzinnige belofte en een dito dreiging:

Het vel van de lucht is grijs gespannen.

De geheimzinnige polder lijkt hol.

Binnen haar wanden weerklinkt een gonzen

En aan de randen een donker bonzen.

Er schijnt iets begonnen

Achter de horizon.

Kooijman schreef ook kindergedichten die lichter van toon en woordspeliger zijn dan zijn andere werk. Je voelt dat deze kwetsbare man in zijn speelse fantasietjes over de 'hagedissonant', de 'knalpotvis' en de 'Noordzebra' vermoedelijk het meest zichzelf was. Het mocht hem dan niet gegeven zijn om altijd kind te blijven, maar hij kon in elk geval nog wegschuilen in zijn zelf gecreëerde 'zondermeerkoet': 'Ach, zonder meer een koet te zijn, / niets meer of minder, da's pas fijn!'

mailIcon print |