*

 
dossier

Archief

Wie zwaar in de kreukels zit, kan er best bovenop komen

Door: redactie − 02/01/98, 00:00

Van een onzer verslaggevers GRONINGEN - Wie in de krant een foto ziet van een auto in de kreukels hoeft niet meteen te denken dat de inzittenden er wel even erg aan toe zullen zijn of tenminste blijvend zwaar gehandicapt door het leven zullen gaan.

De Groningse revalidatiearts Corry van der Sluis vindt dat in het algemeen te pessimistisch wordt geoordeeld over de toekomst van zwaar gewonden. “Ook na een zwaar ongeluk komt driekwart van de mensen er na verloop van tijd weer goed bovenop,” zegt zij. “En van de anderen sta je versteld over wat zij toch nog kunnen. Er zijn maar weinig mensen zo gewond dat zij verder in een rolstoel, een verpleeghuis of in een gezinsvervangend tehuis komen te zitten. Klachten over de torenhoge en levenslange kosten van gehandicapte verkeersslachtoffers moet je dus met een korreltje zout nemen.”

Niet bekend

Vorig jaar kwamen in Nederland ongeveer drie miljoen gevallen van letsel voor. Bij één miljoen was medisch specialistische hulp nodig. Dat waren dus patiënten. Van hen kwamen er 120 000 in het ziekenhuis terecht.

Onder deze 120 000 waren 4 500 mensen met zware verwondingen. Dan moet men al gauw denken aan ernstig letsel aan het hoofd of een aan een ander vitaal orgaan plús gebroken ledematen.

Van hen overlijdt ongeveer een kwart. Van de overige driekwart is driekwart na een jaar wel weer op de been. “Het is eigenlijk verbazingwekkend hoeveel mensen er na zo'n ongeval weer bovenop komen”, zegt Corry van der Sluis. “Dat geldt vooral voor kinderen, maar ook wel voor ouderen.”

“De traumachirurg en de revalidatiearts hoeven echt niet bij voorbaat zo'n pessimisme uit te stralen, wanneer de ambulance voorrijdt met een slachtoffer van een ernstig ongeluk. Alleen bij hoofdletsel moet men wat somberder zijn. Het verschilt uiteraard per persoon, maar tegen de anderen kun je meestal zeggen: U hebt veel tijd nodig om te revalideren, maar de kans is groot dat u weer op de been komt en restloos geneest.”

Corry van der Sluis heeft aan de hand van registratie in het Academisch Ziekenhuis Groningen becijferd dat men gemiddeld ruim drie weken in het ziekenhuis blijft. Dan volgt de revalidatie: een maand of drie en dan gaat men voor verder herstel naar huis.

“Het meeste herstel vindt plaats in het eerste halfjaar. Maar het wordt in het tweede halfjaar voortgezet en zelfs in het tweede jaar na het ongeluk is er dikwijls nog verder herstel.”

Van der Sluis baseert haar conclusies in dit geval op een onderzoeksgroep van 50 personen. Zij roept dus op tot wetenschappelijke voorzichtigheid, maar durft de stelling toch wel aan dat werkgevers te vroeg de WAO-procedure starten. “Dikwijls al in het eerste halfjaar. Dat is veel te snel. Voor sommigen komt zelfs de WAO-datum, een jaar na het ongeluk, nog te vroeg.”

“Het komt voor dat mensen in de WAO raken en vervolgens zover herstellen dat ze er na enkele maanden weer uit moeten. Ik denk dat dit een landelijke tendens is. Te snel in de WAO betekent veel verdriet voor wie dat overkomt en economische schade voor onze samenleving, want in sommige gevallen blijft men ten onrechte WAO-er. Ik ben niet zover dat ik zou pleiten voor het veranderen van de keuringsdatum, maar werkgevers en keuringsartsen zouden meer oog moeten hebben voor verdere herstelmogelijkheden. Denk niet dat iemand na één jaar is afgeschreven.”

In het verkeer krijgen veel jongeren een ongeluk. Maar ook ouderen zijn dikwijls de pineut. Hoe oud iemand is die een ongeluk krijgt, zegt niet zoveel over de vraag of en hoe die patiënt zal herstellen. De traumatoloog hoeft zijn wenkbrauwen niet te fronsen wanneer er een bejaarde met ernstige verwondingen wordt binnengedragen.

“We moeten in plaats van naar de geboortedatum meer kijken naar de algemene gezondheidstoestand op het moment van het ongeval. Dan is de vraag van belang of de persoon een thuiszittend leven leidde of niet. Ouderen doen het eigenlijk niet zo slecht bij een ongeluk. Als er bij traumatologen een neiging zou zijn te kiezen voor jongeren tegen ouderen, is dat niet terecht. Als die bejaarde maar kwiek was toen het ongeluk gebeurde.”

“Wel houden veel mensen die volledig herstellen na een ongeval mentale klachten over. En dan doet het er niet zoveel toe of de patiënt zwaar of licht gewond was. Mijn collega's zouden daar wel wat meer aandacht mogen besteden,” zegt Van der Sluis.

“Die klachten betreffen vermoeidheid en slapeloosheid. Wie alleen maar zijn enkel breekt, heeft bijna evenveel klachten als iemand die zwaar in de kreukels heeft gezeten. Aleen al daardoor komen onnodig mensen in de WAO. Men zou de patiënt wat meer moeten vragen of hij wel goed slaapt en zo nodig met hem verder praten. De chirurg of de trauma-arts heeft daar niet de tijd voor, maar het is meer een taak voor mij als revalidatie-arts.”

“Ik probeer al meer te kijken naar de maatschappelijke en psychische gevolgen van een ongeluk, maar het kan altijd beter, beter opletten, beter voorlichten ook.”

mailIcon print |