Dokter en journalist onderhouden een paradoxale relatie met elkaar. Dit is een van de onderwerpen op het landelijk congres van de artsenclub KNMG op 25 november onder de titel 'medici en media'. Journalisten hebben informatie nodig van de dokter, maar deze weet dat die kennis privacy-gevoelig is. Medische onderzoekers weten dat zij geld voor hun werk kunnen verwachten indien er over geschreven wordt. Maar àls er over geschreven wordt, zijn dokters bang voor volle spreekuren en veeleisende patiënten.
Nog een stapje verder en de arts kan via zijn eigen elektronisch systeem inloggen op het patiëntendossier dat medisch specialisten in het ziekenhuis van deze patiënt hebben aangelegd, inclusief laboratorium-uitslagen en metingen die daar zijn gedaan.
Van de hartpatiënt, die ook nog 'suiker' heeft, kan een angiogram te voorschijn worden geroepen, met daaraan gekoppeld de voor deze man of vrouw meest aangewezen therapie, inclusief de geneesmiddelen.
Aan zo'n systeem werkt men aan de faculteit geneeskunde van de Erasmus-universiteit, onder leiding van prof. dr. Jan van Bemmel (57). Van Bemmel loopt naar zijn computer en nodigt uit een kijkje te nemen in de toekomst van de medicus practicus van rond het jaar 2000. Hij laat een bewegend beeld zien van een angiogram. “Dit heb ik nog opgevist uit Internet, het komt van de Universiteit van West-Virginia”, zegt hij, “maar het is in principe mogelijk dit nu al voor de gewone huisarts toegankelijk te maken.”
Verandering
Die gewone Nederlandse geneeskundige staat alweer voor een forse verandering in werkzaamheden. De computer heeft zijn intrede al wel gedaan bij de huisarts, maar hij gebruikt die voornamelijk voor zijn administratie in ruime zin: hij houdt er de patiëntgegevens op bij en stuurt er declaraties of de oproep voor de jaarlijkse griepprik mee.
Een enkele huisarts is on line verbonden met de apotheek.
Wanneer ergens grote wetenschappelijke databestanden binnen een vakgebied bestaan dan is dat wel op het terrein van de geneeskunde. Door de reusachtige groei van het onderzoek is het inmiddels vrijwel uitgesloten dat één persoon zelfs de hoofdzaken nog kan bijbenen. Daar schiet de computer te hulp.
De nieuwste verworvenheden op het gebied van geneeskundig weten kunnen in een elektronisch systeem gecodeerd en zo toegankelijk worden gemaakt voor de huisarts.
Voor Van Bemmel is de louter medische infrastructuur van de huisarts niet meer zo interessant. “Dat is de boekhouding. De overgrote meerderheid van de huisartsen heeft al zo'n systeem. Het tweede informatiesysteem, betreffende hetgeen zich medisch gezien rondom de patiënt afspeelt, is al heel wat interessanter. Maar ikzelf heb vooral belangstelling voor de integratie van gegevens en kennis.”
“Als je eenmaal zo'n geïntegreerd systeem hebt, kun je allerlei nader onderzoek gaan doen. Bijvoorbeeld post marketing surveillance van geneesmiddelen. Wanneer een middel eenmaal is goedgekeurd en op de markt wordt geïntroduceerd moet het tijdens de toepassing ook nog gevolgd worden. Een systeem van shared patient care maakt het mogelijk de doelmatigheid van middelen vast te stellen over een groot aantal praktijken bij grote patiëntenaantallen.”
Tegenwerken
“Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van shared patient care. Nu blijkt nog uit onderzoek dat 9 procent van de patiënten geneesmiddelen slikt die zijn voorgeschreven door drie artsen. Daar kan in principe van alles mee misgaan. Shared care kan voorkomen dat er middelen bij zijn die elkaars werking opheffen of die elkaar tegenwerken. Nu nog verloopt het overleg tussen de huisarts, de specialist en het laboratorium via briefjes. In het nieuwe systeem hebben alle drie toegang tot een gemeenschappelijk dossier van elke patiënt waarbij de specialist daaraan verbonden nog een eigen dossier heeft. Zo ontstaat een systeem van papierloze zorg. Bij zo'n papierloos systeem kan daarnaast worden voorkomen dat - zoals nu soms gebeurt - per patiënt door zes artsen onderzoek wordt gevraagd. Het voorkomt fouten en spaart geld uit.”
Bij dit soort toekomstmuziek klinkt regelmatig en terecht kritisch de contrapunt van de noodzakelijke beveiliging van gegevens. Van Bemmel: “Technisch is beveiliging geen enkel probleem meer. En uit zelfbescherming sta ik er volledig achter om liefst honderd procent veiligheid te hebben. Ik gebruik de term 'zelfbescherming', omdat de bestanden, zodra er slordig met gegevens wordt omgesprongen, vervuilen. Artsen vertrouwen hun gegevens dan niet meer aan het systeem toe, waardoor de waarde snel vermindert. Als iemand met vertrouwelijke gegevens op de loop zou willen gaan, lig ik daar dus dwars voor.”
Doordenken
Van Bemmels instituut, de afdeling Medische Informatica, is inmiddels al veel jaren bezig met het doordenken van elektronische systemen voor huisartsen en specialisten. “Over het elektronisch patiëntendossier bij de huisarts zijn we al zo'n tien tot twaalf jaar bezig. Het is allang niet meer een puur Nederlandse aangelegenheid. Dat systeem draait nu ook in de VS. Nederland loopt misschien voorop, maar in de VS staat het ook niet stil, ook al wordt daar nu voor het eerst aan de bel getrokken over 'confidentiality'.”
“De ontwikkeling gaat razendsnel”, zegt Van Bemmel. Hij kijkt bezorgd. “Het moet ook weer niet al te snel gaan; dan ontbreekt de tijd voor reflectie. Er zijn veel congressen, symposia en workshops waardoor de zaak zich verder versnelt. Zoals het komende congres van de artsenclub KNMG. Het is niet tegen te houden. En de patiënt zal het straks als een teken van betrouwbaarheid zien, als hij behalve op kantoor, in de fabriek en bij de bakker en de slager ook bij zijn dokter een beeldscherm ziet staan. 'Mijn huisarts heeft geen computer, is dat wel pluis?' zal over een aantal jaren worden gevraagd.”
“Maar als de huisarts straks aldoor op het beeldscherm zit te turen en de patiënt niet meer ziet, dan zou er iets fundamenteels fout zijn”, zegt Van Bemmel.
“De dokter blijft zelf verantwoordelijk. De arts van de toekomst zal de patiënt aankijken. Diens gegevens zullen eerst het hoofd en het hart van de dokter moeten passeren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.