Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Niet alleen defensie en de Navo, maar ook de Arbeidsinspectie heeft gefaald bij de aanpak van de asbestproblemen in het Navo-commandocentrum De Cannerberg. Staatssecretaris De Grave van sociale zaken, waaronder de arbeidsinspectie valt, heeft dit erkend.
De Grave reageerde hiermee op het gisteren gepubliceerde rapport van een werkgroep uit de Tweede Kamer. De Kamerleden hebben de besluitvorming rondom de van asbest vergeven Cannerberg onderzocht. Vorig jaar al gaf De Graves collega van defensie, Gmelich Meijling, toe dat defensie nalatig is geweest.
De Kamerwerkgroep stelt met verwondering vast dat al eind jaren '60 wetenschappelijk werd aangetoond dat asbest kankerverwekkend is, maar dat het nog tot begin jaren '90 heeft geduurd voordat voor het Navo-centrum adequate maatregelen werden getroffen. De werkgroep tekent daar overigens bij aan dat de risico's van asbest in de hele samenleving lang zijn onderschat.
Het optreden van de arbeidsinspectie heeft volgens de Kamerleden sterk te wensen overgelaten. Defensie heeft de inspectie wel gevraagd zich er mee te bemoeien, maar hier is nauwelijks gevolg aan gegeven.
Ook heeft het ministerie van sociale zaken halverwege de jaren '80 de districtshoofden van de arbeidsinspectie gesommeerd op te geven in welke gebouwen in hun regio zich asbest bevond. Het toenmalige hoofd in Maastricht, Coenjaerts, heeft tegen de werkgroep gezegd dat de Cannerberg op die lijst voorkwam. Anders dan het ministerie voorschreef, hebben medewerkers van zijn dienst geen poolshoogte genomen in het verbindingscentrum. Coenjaerts zei de werkgroep dat hij daarvoor achteraf wel een verklaring heeft proberen te vinden, maar dat is niet gelukt. Hij moest het laten bij: “Ik weet het niet.”
De Arbeidsinspectie heeft zich altijd verscholen achter het argument, dat het niet in kon grijpen, omdat de Cannerberg onder de Navo viel en daarmee buiten de bevoegdheid van de Nederlandse inspectie. De werkgroep echter heeft geconstateerd dat de Navo zich nooit formeel op dit standpunt heeft gesteld en dat het daarmee ook min of meer ter zijde moet worden geschoven.
Maar ook defensie had bij de Navo moeten aandringen op maatregelen, vindt de werkgroep. Veel te lang hebben de werknemers geen beschermende kleding en maskers hoeven dragen. Leidinggevenden hebben overigens tegenover de commissie gezegd dat in elk geval een deel van het militaire personeel het onzin vond die te dragen. Mensen van de dienst gebouwen die zich wel in beschermde kleding staken, werden uitgemaakt voor maanmannetjes. “Doe eens gewoon”, werd hen toegeroepen, “zet je masker eens af, wie zit daar achter.” Lagere ambtenaren waarschuwden wel voor het asbestgevaar, maar de hogere echelons luisterden daar niet naar.
Defensie had naar het oordeel van de werkgroep eerder kunnen aandringen op het sluiten van het verbindingscentrum. Dat is pas in 1992 gebeurd, niet alleen omdat de internationale ontwikkelingen de Cannerberg overbodig maakten, ook vanwege de asbest, aldus voorzitter Hoekema van de Kamerwerkgroep. Dat er een gigantisch asbestprobleem bestond, was echter al veel eerder bekend. Al eeds in de jaren '70 werd een overzicht van de kosten gemaakt van het verwijderen van de asbest en het omkleden van de leidingen die met asbest waren ingespoten. Daarmee is wel begonnen, maar dat is gestopt, zonder dat het werk klaar was.
De werkgroep doet in het rapport diverse aanbevelingen voor nauwer overleg tussen verschillende departementen, om geen nieuwe kwesties Cannerberg te krijgen. Volgens sociale zaken en defensie is dat nu al veel beter geregeld. Ook zegt de staatssecretaris dat de risico's van nieuwe arbeidsomstandigheden beter worden gesignaleerd. Er wordt sneller wetgeving ter bescherming van werknemers in gang gezet. Daarnaast overweegt De Grave een wettelijke inventarisatieplicht voor asbest.
De Kamer vergadert volgende week over de bevindingen van de werkgroep.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.