In de zaak van de Ochtense ontuchtpleger is sprake van een onmogelijk dilemma. De ouders van de jeugdige slachtoffers verzetten zich met hand en tand tegen de terugkeer van deze man in hun buurt. Dat is terecht, zeker nadat de directeur van de jeugdinrichting, waar hij is behandeld, heeft verklaard dat kans op herhaling aanwezig is.
Om die reden kan niet van de getraumatiseerde gezinnen worden gevergd de dagelijkse confrontatie met deze man aan te gaan, laat staan voortdurend op hun hoede te zijn. Bovendien lok je zo bijna het risico uit dat de gemeenschap het recht in eigen hand neemt en er ongelukken gebeuren.
Maar hoe begrijpelijk ook, de eis van de ouders aan de rechter - de man gebieden naar elders te verhuizen - is niet minder cynisch. Daaraan gevolg geven betekent willens en wetens nog onbekende kinderen blootstellen aan het gevaar dat de zwakbegaafde man zich ook aan hen vergrijpt.
De kwestie geeft op pijnlijk wijze aan dat de wetgeving tekortschiet.
Het is onacceptabel dat een tot jeugd-TBS veroordeelde die nog steeds een gevaar voor zijn omgeving vormt, wordt vrijgelaten louter vanwege het bereiken van een leeftijdsgrens. Uiteraard behoort de reële verwachting dat de betrokkene niet opnieuw in zijn oude zonden vervalt, het enige criterium te zijn.
Het is onbegrijpelijk dat de wetgever hierbij niet heeft stilgestaan, toen in 1995 de leeftijdsgrens terzake werd verhoogd van 21 tot 23 jaar.
Nu wordt de gemeenschap met een onmogelijk dilemma opgezadeld, met alle risico's van een wilde volkshysterie, zoals enkele maanden terug in Engeland uitbrak na vrijlating van een pedofiel. De leemte in de wet moet zo snel mogelijk worden gevuld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.