*

 
dossier

Archief

De dag van - CEES VAN DEN HOEK

HANS MARIJNISSEN − 09/11/96, 00:00

Cees van den Hoek (53) uit Lichtenvoorde, PvdA-raadslid en leraar, ging met een 'vriend' naar Marokko. Toen hij alleen wilde terugkeren, vond de douane vijftien kilo hasj in zijn VW-busje. Deze week, tweeëneenhalf jaar later, is Van den Hoek onverwacht en zonder opgaaf van redenen vrijgelaten.

Tweeëneenhalf jaar geleden ging ik met mijn Marokkaanse vriend Mohammed naar zijn ouders in het bergdorpje Chefchaven. Ik kende hem al achttien jaar, en was al een paar keer met hem naar zijn vaderland gereisd. Het waren altijd prachtige reizen, Marokko is een land met zoveel mogelijkheden. Ik ben ontzettend geïnteresseerd geraakt in dat land, ook vanwege mijn werk als biologie- en natuurkundeleraar. Op dat gebied is daar zoveel te zien.

Mohammed heb ik leren kennen toen ik op mijn boerderij aan auto's begon te sleutelen. Ik heb ooit 's een Marokkaan geholpen en langzaam maar zeker ontstond er een ware sleutelclub. Ik vond het ook wel leuk die mensen een beetje op weg te helpen. Mohammed is ooit met een busje op het erf verschenen en uiteindelijk zijn hij en zijn vrouw vrienden van me geworden. Dat dacht ik tenminste.

In de lente van 1994 vroeg hij of ik opnieuw met hem naar zijn ouders wilde reizen. Hij wilde een kleine vrachtwagen overbrengen om daar te verkopen, maar Mohammed had zelf geen groot rijbewijs. Hij zou in zijn eigen VW-busje gaan. Met zijn tweeën zijn we in twee aparte auto's naar het zuiden gereden.

We deden Tanger aan, bezochten zijn ouders in Chefchaven opnieuw en een paar dagen voor vertrek liet Mohammed bij vrienden zijn auto nog even nakijken, ergens op een binnenplaatsje bij Tanger. Daar kreeg hij een telefoontje van zijn vrouw, die ik dus goed ken en volledig vertrouwde, dat hij met spoed naar huis moest komen: er zouden problemen zijn met de controleur van het GAK. Mohammed wilde de volgende dag met het vliegtuig terug en vroeg me of ik de bus alleen naar Nederland kon terugrijden. Ik vond dat geen enkel punt, werkelijk niet. Voor een vriend heb je wat over, nietwaar?

We hebben nog een kist sinaasappels gekocht en wat zakken meel en hij heeft me tot de slagboom van de douane gebracht. Ik heb hem nooit meer teruggezien. Vijf minuten later zeiden de douaniers dat ik moest uitstappen. 'Jij hebt hasj bij je', schreeuwden ze al zonder dat ze in het voertuig hadden gekeken. Kort daarna begonnen ze direct met het openhakken van de plek in de carrosserie waar de hasj zat verborgen, de dubbele beplating bij het motorcompartiment.

Mijn vriend Mohammed bleek me die vijftien kilo hasj meegegeven te hebben en op zijn beurt was hij verraden door een van de mensen op dat binnenplaatsje bij Tanger, die keurig had doorgegeven welke auto was omgebouwd en waar de buit lag verborgen. En ik was de sigaar.

Pas in de gevangenis krijg je zicht op allerlei vreemde gebeurtenissen en opmerkingen tijdens de reis, dan vallen de stukjes op zijn plaats. Mohammed had me bijvoorbeeld gevraagd hem te bellen als ik bij Madrid zou zijn. Ik zei: maar dan is het midden in de nacht! Dat gaf niet, zei hij. Maar er is bij mij nooit een lampje gaan branden.

Tijdens de rechtszaken in Marokko had ik hoop, hoewel ik daar objectief gezien geen reden voor had: de douane bleek opeens meer hasj 'gevonden' te hebben dan er werkelijk in dat VW-busje had gezeten. Toch voelde de rechter aan dat ik er was ingeluisd. Op de tweede zitting zat de zwager van de vrouw van Mohammed achter mij, die zich opeens als mijn raadsman opwierp en me toefluisterde: alles komt goed, hoor. Achteraf blijkt hij mijn advocaat te zijn geworden omdat hij zo inzage kreeg in de dossiers en kon nagaan of Mohammed er in werd genoemd. Zijn invloedrijke familie heeft er vervolgens voor gezorgd dat ik toch zes jaar kreeg, na terugkeer zou ik immers een gevaar voor Mohammed kunnen betekenen.

Ik moet zeggen dat ik heel moeilijke momenten kende in de twee gevangenissen waarin ik heb gezeten. Met name de Tetouan-gevangenis was overvol. Elke gedetineerde heeft daar een strookje van 35 centimeter om op te slapen, de post komt er niet aan, het eten is zeer slecht. In de gevangenis van Salé had ik het iets beter, maar ook daar verblijf je met 22 man in een cel van dertig vierkante meter.

Om negen uur is er appèl, tot elf uur mag je dan rondjes lopen op de patio - ik heb in mijn leven nog nooit zoveel beton ontmoet. Vervolgens word je weer ingesloten, om drie uur mag je weer naar de patio, en via de bieb moet je dan weer je cel in. Van de gevangenis krijg je 's avonds een kop soep, maar in de praktijk komt het er op neer dat je zelf een echte maaltijd moet bereiden. Elke cel van 22 man heeft één kookpit, maar ik heb van blikjes mijn eigen brander gemaakt. Twee keer in de week kun je bij een kruidenier etenswaar bestellen, dus ik heb elke dag mijn eigen potje staan koken.

Je móet het zelf doen in Salé, de gevangenis zorgt alleen voor die soep. Dat geldt trouwens ook voor de rest van het gevangenisleven: wat Salé betreft kun je als gevangene de hele dag in een hoek van de cel blijven zitten. Sommige gedetineerden doen dat ook: ze zitten de hele dag op hun opgerolde slaapzak, en als het donker wordt rollen ze die uit en kruipen erin. Met kleren en al. Ik ken medegevangenen die ik in een jaar niet heb zien baden. Voor hen hoeft het niet meer.

Ik heb geprobeerd me daar ver van te houden. Mijn weekendtas - die blauwe daar - gebruikte ik als stoel, ik heb er twee jaar op gezeten. Op die poef las ik de brieven uit Nederland, schreef de berichten terug en verslond boek na boek. Ik heb mezelf zelfs een beetje Spaans geleerd.

Om lichamelijk fit te blijven, liep ik dagelijks twee keer een uur, en op cel - als de rest nog buiten was - deed ik wat yoga-achtige oefeningen die ik nog had weten te onthouden. 's Avonds en in het weekend was dat ondoenlijk, omdat na een oefening die koppen met soep op de grond zouden hebben gelegen. Dag na dag leerde ik zo te overleven en iedereen in Nederland probeert je te helpen - en daar ben ik ook heel dankbaar voor - maar mijn motto werd: je moet het zelf doen. En dat heb ik ook gedaan.

Veel buitenlandse gevangenen, onder wie enkele Nederlanders, leven in de leugen dat ze onschuldig zijn en brengen de dag door met een enorm gekanker. Op de Marokkaanse gevangenisdirectie, op de Nederlandse autoriteiten die in hun ogen te weinig doen. Slechts enkelen erkennen dat ze fout zijn geweest en dat zij daarvoor moeten zitten. Ik was een uitzondering: Ik wist (al werd ook ik niet door iedereen geloofd) dat ik onschuldig was, maar ik accepteerde wel dat ik vastzat. Daardoor ben ik na tweeëneenhalf jaar cel redelijk goed naar buiten gekomen, denk ik. Ik heb geen spieren meer, maar mijn geest is okee!

Vorige week hoorde ik om tien uur 's avonds opeens mijn naam roepen. Mijn hart zat in mijn keel, want dit betekende dat er iets aan de hand moest zijn. Ik kreeg van de directeur te horen dat ik de volgende dag vrij zou komen en dat ik direct naar het politiebureau zou worden overgebracht. Naar goed Marokkaans gebruik kreeg ik een minuut om mijn spullen te pakken. Ik heb nog net alle brieven in mijn 'poef' kunnen doen.

Ik heb me laten vertellen dat een Marokkaanse zakenman in Helmond zijn invloed heeft aangewend om mij vrij te krijgen. Ik ken de man niet, maar ik ben hem zeer dankbaar, net als die honderden anderen die zich de afgelopen jaren voor mij hebben ingezet. Iedereen vraagt me of ik geen wraak ga nemen op Mohammed. Al zeiden medegevangenen vaak dat ze degene die hen erin heeft laten lopen, bij terugkomst 'door de knieën zullen schieten', ik zal zulke acties niet ondernemen. Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb geen wrok. Ik voel het gewoon niet. Je moet niet denken dat ik Mohammed nog steeds een aardige vent vind, maar wraak, nee. Misschien dat ik schadevergoeding ga eisen, al is het maar honderd gulden per maand. Want als een Marokkaan ìets erg vindt, dan is het dat hij bij iemand in de schuld staat. Ik kan het geld trouwens goed gebruiken. Als leraar zal ik niet meer aan de bak komen en mijn boederij moet geheel nieuw worden ingericht. Toen de jongens van justitiële jeugdinrichting Harreveld in de krant lazen dat ik vastzat, hebben ze direct mijn woning leeggehaald.

Wat ruikt de herfst trouwens heerlijk, hè? Het is hier zo lekker vochtig.''

mailIcon print |