Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Iedereen heeft er de mond van vol: uitgeprocedeerde asielzoekers die al dan niet mee willen werken aan hun uitzetting. Maar wat nu precies geldt als definitie voor meewerken of niet meewerken laat aan duidelijkheid veel te wensen over.
Voorlichtster Fronnie Biesma van VluchtelingenWerk Nederland erkent dat het een schemergebied is. “Het probleem zit 'm in de terugkeernotitie van staatssecretaris Schmitz. Het is nu zo dat pas als de asielprocedure is afgesloten, de vraag komt of iemand terug wil of niet. Terwijl het volgens ons zo moet zijn dat de overheid, als iemand wordt voordragen voor terugkeer, eerst moet zorgen dat ze toestemming heeft van de overheid in het thuisland.”
“Waarom moet het anders? Nu doet een uitgeprocedeerde asielzoeker mee aan een stappenplan, waar hij aan mee hoort te werken. Zo niet, dan wordt hij beschouwd als een onwillige uitgeprocedeerde asielzoeker. Het stappenplan is gebaseerd op één ding: meewerken aan het vaststellen van je identiteit, zodat het land van herkomst een laissez-passer afgeeft. Je moet steeds meewerken aan verschillende stappen die zorgen voor het verkrijgen van een vrije doorgang naar het land van herkomst.”
“Nu is het zo dat veel van de uitgeprocedeerde vluchtelingen in beginsel meewerken aan die stappen, maar dan een stap tegenkomen waar ze zich niet in kunnen vinden en weigeren. Een voorbeeld is zelf contact leggen met het eigen land. Zodra ze één stap weigeren in het totale proces, staan ze meteen te boek als onwillige asielzoekers. Terwijl ze eerst wel medewerking hebben verleend.”
Biesma: “De moeilijkheid ligt vaak bij de ambassades. Als Ethiopïers zich melden bij hun ambassade en hen wordt gevraagd, willen jullie terug en ze antwoorden eerlijk: eigenlijk niet, dan wordt dat gemeld aan de Immigratie en naturalisatiedienst (IND), die ze prompt verwijt dat ze niet meewerken en het einde verhaal is. Wat door de rechter meestal wordt gecorrigeerd, omdat dat bijna morele chantage is. Bij de Chinese ambassade gaat het net zo. Als je daar als Chinees je identiteitspapieren opvraagt en je zegt: ik ben Ho uit Peking, dan komt het niet zelden voor dat ze op die ambassade zeggen: die kennen we niet. Dan zegt de IND: u heeft gelogen over uw identiteit.”
“Te vaak wordt volgens ons de schuldvraag bij de asielzoekers gelegd. Daarom ging een slimme medewerker van ons eens na hoe het toeging op de Chinese ambassade en ontdekte dat slechts vijf procent van de uitgeprocedeerde Chinezen werd erkend. Daar klopt dus niets van. Zo lopen we iedere keer tegen een discussie aan tussen asielzoekers en het land van herkomst. Een discussie waar de asielzoeker meestal als verliezer uit komt.”
Ze vertelt dat er vier soorten technisch niet verwijderbare asielzoekers zijn: technisch niet verwijderbare asielzoekers, die meewerken, maar nog in de asielprocedure zitten, zij die meewerken maar niet weg kunnen, een groep die om begrijpelijke redenen niet meewerkt en tenslotte heb je een groep die elke medewerking weigert en iedere dag met een andere indentiteit of nationaliteit aankomt.
Als je nu per groep zou definiëren waar ze aan moeten voldoen, los je veel problemen op”, aldus Biesma. “Want ook al ligt het stappenplan er, waar iemand juridisch toe verplicht is, is niet duidelijk. Al heeft de Hoge Raad over één Chinees al gezegd dat hij zelf wel meer inspanningen had mogen leveren om zijn terugkeer te regelen. Dat brengt juridisch iets meer duidelijkheid, maar niet genoeg.”
“Want, in alle redelijkheid, wat nu wordt beweerd in verband met het tentenkamp in Drenthe is natuurlijk wel onzin. Die mensen willen niet heel graag terug. Sommige Chinezen zouden makkelijk een brief naar China kunnen sturen om een uittreksel van het bevolkingsregister te vragen. Maar ja, is die onwil ze juridisch nu te verwijten of niet. Het is in ieder geval interessant te weten dat als een Chinees in Nederland wil trouwen een uittreksel van het bevolkingsregister ineens geen probleem is. En dat is merkwaardig.”
“We hebben ons het probleem zelf op de nek gehaald. We hebben lang nagelaten - en dat hebben Schmitz én VluchtelingenWerk erkent - voldoende aandacht te besteden aan goede terugkeer. Daar is nooit energie en geld ingestoken. We pompen meer geld in het tegenhouden van mensen, dan in het laten terugkeren.
Aan het begin van een asielprocedure wordt met geen woord gesproken over eventuele vrijwillige terugkeer. Ook worden er geen perspectieven geboden om vrijwillig terug te keren. Er wordt pas energie in gestoken als ze verwijderbaar, dus uitgeprocedeerd zijn. “Zelfs in Ter Apel wordt niets voorbereid, maar alleen aan uitzetting gewerkt. Er is slechts aandacht voor die laatste stop. En dan zit je soms met mensen die hier al 15 jaar zijn geweest. We willen dus ook dat er een maximumperiode aan uitzetting wordt verbonden.
De vraag hoe het kan dat sommige weigeraars op straat komen te staan en anderen naar de kazernegevangenis in Tilburg worden overgebracht, verklaart ze met art.26a van de vreemdelingenwet. “Daarin staat dat je een uitgeprocedeerde asielzoeker die uitwijsbaar is en zich aan het toezicht dreigt te onttrekken, mag vastzetten. Maar dat betekent in de praktijk dat je iemand bij wijze van spreken wel tien jaar kunt vastzetten, want iemand die uitwijsbaar is, hoeft nog geen zicht te hebben op uitzetting.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.