*

 
dossier

Archief

De minister is de baas

PAUL CLITEUR − 03/02/98, 00:00

Afgelopen week is staatsrechtelijke geschiedenis geschreven. De opstand van de procureurs had een onbenullige aanleiding (de rechtspositie van één van hen), maar het herstel van de bevoegdheidsverhoudingen is staatsrechtelijk een mijlpaal. Al enige tijd discussiëren geleerden over de vraag: 'wie is de baas over het openbaar ministerie, de minister of de procureurs?' Sinds vorige week weet ook de taxichauffeur met wie ik dit besprak het antwoord: de minister. Strafrechtsgeleerden (met als gunstige uitzondering Tak uit Nijmegen) hebben geprobeerd de nu verlaten theorie te verdedigen dat het OM zich zou mogen verzetten tegen de wensen van de democratisch gecontroleerde politieke organen. Maar tevergeefs. De democratie bepaalt het vervolgingsbeleid, niet de bureaucratie, aldus alle partijen in de Tweede Kamer.

De grootste oppositiepartij, het CDA, had dan ook een onmogelijke opdracht om zich in dit debat te profileren. Kamerlid Koekkoek probeerde dat met een minutieuze analyse van wat er gebeurd was op die bewuste avond van 22 januari, in de hoop een schoonheidsfoutje in het optreden van de minister te ontdekken. Maar die kon het allemaal rustig uitleggen en schoot nog net niet in de lach wanneer zij alwéér onderbroken werd. Reeds in het begin van zijn kritiek werd Koekkoek in verlegenheid gebracht door collega Dittrich (D66) die fijntjes erop wees dat Koekkoek zich ver voor het Kamerdebat al had vergaloppeerd door het aftreden van de minister te eisen. Toen was fractieleider De Hoop Scheffer aan de beurt. In de tweede termijn trok hij een rookgordijn van woorden op die zeker getuigden van een retorisch talent. Maar hij had dat beter niet kunnen laten resulteren in zijn motie die de minister van justitie onder curatele van de minister-president plaatste, dat riep alleen maar hilariteit op.

Jammer was wel dat de principiële betekenis van het debat bij de Kamerleden niet goed tot zijn recht kwam. Zij schaarden zich zo vanzelfsprekend achter het standpunt van de minister en het kabinet dat de procureurs ondergeschikt zijn aan de politiek, dat de klassieke redenering van OM en van de overgrote meerderheid van de strafrechtsgeleerden onvoldoende gemotiveerd werd afgewezen. Die redenering is: de minister is wel verantwoordelijk voor het OM, maar niet de baas. Dat was ook het standpunt van een oud-procureur tijdens de discussie die ik met hem mocht hebben voor de Vara. Dit nu is een ongerijmdheid. Wie de baas is, is verantwoordelijk. En wie verantwoordelijk is, is de baas. Dit is zo eenvoudig dat het raadselachtig en zelfs zorgwekkend mag heten dat de strafrechtsgeleerden Tom Schalken, Ybo Buruma (Trouw 28 januari) en de procureurs dat niet willen aannemen.

Verantwoordelijkheid kan men alleen dragen, wanneer men ook sturing kan geven op de processen waarvoor men verantwoordelijk is. Het is de verdienste van Sorgdrager dat zij na de IRT-crisis dit principe helder formuleerde als leidend beginsel volgens welke het OM gereorganiseerd moet worden. Minister Dijkstal van binnenlandse zaken onderschrijft hetzelfde principe. In een belangwekkende bijdrage aan de bundel 'Publieke verantwoordelijkheid' bij het 50-jarig jubileum van de VVD formuleert Dijkstal het als volgt. Ons publiek bestel gaat uit van een tweetal uitgangspunten: 1. geen macht zonder controle op de macht; 2. geen verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid. De volksmond verwoordt dat laatste als: wie wordt aangesproken wanneer het niet goed gaat, moet ook de baas zijn. De taxichauffeur die mij naar de studio bracht waar dit zou worden besproken kon ik dan ook geruststellen. De minister is inderdaad de baas.

mailIcon print |