*

 
dossier

Archief

'Bedelbrieven van Nederlanders zijn vaak ronduit belachelijk.'

ARJAN VISSER − 10/01/98, 00:00

1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

2 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Er staat helemaal niets 'boven mij'. Het voelt goed om de top te zijn, om invloed te hebben. Ik heb het volkomen in de hand dat de mensen om mij heen het goed hebben - ik kan betere salarissen betalen - en zo een prettige sfeer creëren in mijn eigen drijvende koninkrijkje. Het is heerlijk als je zo nu en dan voor God kunt spelen. Als je ziet: hier is hij kennelijk uitgegleden, laat ik maar een keertje bijspringen. Dat is wat er bij die Turkse kleermaker uit Amsterdam gebeurde. Ik was op vakantie in Turkije geweest en had mijn gasten in Athene op het vliegveld gezet. Ik voer met mijn schip terug en las op Internet De Telegraaf waarin stond dat Gümüs net terug was in zijn land. Ik dacht: dit is nu het land waar ik net zo'n fijne vakantie heb gehad en voor deze man is het hier allemaal even ellendig. Hij was dan wel een illegaal, maar hij heeft tenslotte zeseenhalf jaar belasting betaald en een zaakje opgebouwd. Nu moet hij iets gaan beginnen in een land waarin je niets kunt beginnen - om die reden was de man juist vertrokken, ooit. En voor de kinderen is het ook erg. De oudste jongen zat op de Havo, spreekt heel slecht Turks en kan het amper schrijven. Hij zou daarvoor eerst naar een privé-school moeten maar dat kan zijn vader niet betalen. Kortom, het leven van die man is vernietigd en dat van zijn vrouw erbij. En die twee kinderen zullen nooit een behoorlijke opleiding krijgen en het dus nooit verder kunnen schoppen dan hun vader. Ik vind het belangrijk om jongeren te helpen, te zorgen voor een toekomst, er voor te zorgen dat zij zich ontwikkelen. Iemand kan niet gelukkig zijn als hij niet ontwikkeld is. Dus toen dacht ik: het geld dat deze familie nodig heeft, kan ik toch gemakkelijk geven? Niet als christenplicht; ik vind het een plicht van iedereen om anderen mee te laten delen in jouw voorspoed. Dat heeft niets met christenen te maken, dat heeft met mensen te maken. Ik heb veel fanmail naar aanleiding van die Gümüs-affaire gekregen. Van leuke, lieve mensen. De meest ontroerende reactie kwam van een oudere m vrouw. Zij stuurde mij een kaartje waarop zij de tekst 'Mijn hart klopt slechts voor U' had geborduurd.”

3 Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik gebruik nooit krachttermen. Wat heeft het voor zin om godverdomme te roepen als je niet in God gelooft? Ik heb nog een tijdje een stiefvader gehad, die werkte in de havens. Op een dag kwam ik thuis en vertelde over iemand die vloekte als een bootwerker. Waarop mijn stiefvader vroeg: 'Heb je mij wel eens horen vloeken?' 'Nee.' 'Zeg dus nooit iets waar je geen weet van hebt.”'

4 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de here uw god, dan zult gij geen werk doen

“Ik heilig de sabbatdag niet. Ik werk altijd door. Meestal zit ik achter mijn computer. Op het ogenblik ben ik bezig met een boek dat als titel 'Who Is That Prince Of Lignac?' meekrijgt, maar als ik niet opschiet wordt het nog: 'Who Was That Prince Of Lignac?' Verder is er de organisatie van mijn schip en zijn er de cruises die ik met mijn vrienden maak. Ze krijgen allemaal een ticket naar en van het schip - waar het ook ligt. En ik let er natuurlijk wel op wie al eens eerder in de Carribean of in het Middellandse-Zeegebied is mee geweest. 't Is dankbaar werk. Ik krijg er zoveel vriendschap voor terug.”

5 Eert uw vader en uw moeder

“Mijn vader stierf toen ik een paar maanden oud was. Ik ben nooit op zoek geweest naar een vaderfiguur. Het ideaalbeeld van Het Gezin is natuurlijk dat van een vader die het voorbeeld van kracht is naast de moeder die staat voor liefdevolle toewijding. Mijn moeder was twee-in-een. Sterke vrouw. Zeer dominant. Maar ik ging er niet onder gebukt; ik was net zo dominant. En het typische was: we hielden zielsveel van elkaar, we botsten nooit. We zijn heel arm geweest, samen. Tot aan de bedeling aan toe. Ik heb als kind van tien jaar al geleerd wat oneerlijke concurrentie is. Het was in de depressieperiode van 1929 tot 1933 en wij hadden een pension. In die tijd werden veel mensen ontslagen. Als zij een behoorlijke baan hadden gehad, bezaten ze meestal wel een aardig huis met een logeerkamer die ze dan verhuurden om de eigen huur te kunnen blijven betalen. Het ging hen alleen om een bijdrage in de huur, maar wij moesten er van leven. Wij hadden een pension met een heer en een dame die een goede baan hadden en een maandsalaris verdienden, maar toen zij tijdens de depressie vertrokken, werden wij een kosthuis voor arme arbeiders met een weekloontje. Tot ook deze mensen hun baan kwijtraakten en wij niemand meer te gast konden krijgen. Ik weet nog goed dat ik op een dag thuiskwam van school en mijn moeder huilend in de keuken aantrof. Dat is echt een vreselijke schok voor een kind van twaalf jaar. Want als kind heb jij het recht om te huilen en die moeder vooral de plicht om te troosten. Mijn moeder zei: 'Ik weet me geen raad meer. Ik heb uit het potje voor de huur al geld moeten nemen. Als ze ons op straat zetten, wat moeten we dan doen?' Ik moest een beslissing nemen en heb toen voorgesteld de kieren van de ramen en deuren dicht te maken met kranten en de gaskraan open te draaien. Ik zag dat er in de jampotjes voor huur, gas, elektriciteit, voedsel, winterkleding en kolen nog enkele centen lagen en zei: 'O, mams, daar gaan we een fles limonade voor kopen en een zak koekjes. Dan hebben we het nog even goed voor we dood gaan.' Ik denk dat deze besluitvaardigheid mijn moeder op dat moment weer terug op aarde heeft gebracht. Ze nam het roer over en zei: 'We doen het niet.' Ze is naar de bedeling gegaan en kreeg tien gulden voorschot, een bedrag dat we met twee kwartjes per week mochten afbetalen. Dat werd de armste periode van mijn leven. Ik heb eronder geleden; niet vanwege de armoede, maar vanwege de schaamte, de schande. Op school werden de studieboeken op mijn tafeltje gesmeten met de mededeling: 'Kaften! En er zuinig op zijn, want volgend jaar moet een jongen uit een ander arm gezin ze weer gebruiken.'

Ik geloof niet dat mijn leven een grote wraakoefening op de armoede werd, maar ik had me wel heilig voorgenomen om uit de onderlaag te verdwijnen en tot de bovenlaag te gaan behoren. Die boodschap op school heeft mij miljonair gemaakt. Mijn moeder is overal bij betrokken geweest. Eerst waren mijn moeder en ik De Firma, later ben ik vooral haar beschermheer geworden: ze kreeg de mooiste wagen, bewoonde het mooiste appartement. Ze was voor mij de meest dierbare mens op aarde. Ze is op haar 97ste van ouderdom gestorven. Ik droom nog wel eens van haar. En op grote momenten in mijn leven denk ik: wat zou mams trots op mij zijn geweest.''

6 Gij zult niet doodslaan

“De oude joden, die dit hele gevalletje van de Tien Geboden hebben opgesteld, maakten - om hun talloze oorlogen met de Arabieren te rechtvaardigen - op dit gebod wel een uitzondering: behalve als het om uw vijand gaat. En daar ben ik het eigenlijk wel eens. Niet dat ik ooit iemand heb willen doden. En ik heb het ook niet hoeven doen. In het verzet behoorde ik tot de intellectuele afdeling die berichten doorgaf van de Duitsers. Ik ben wel gevraagd mee te doen aan een overval op het concentratiekamp van Amersfoort, maar dat heb ik geweigerd omdat er zeker doden bij zouden vallen. Ik zei 'nee' omdat ik niet wilde doden, maar ook omdat ik het risico niet wilde lopen gedood te worden. Ik vond het best om in de ondergrondse voor mijn land risico's te nemen maar ik wou er tijdens de bevrijding ook wel graag bij zijn, als dat even kon.”

7 Gij zult niet echtbreken

“Als je geestelijk trouw blijft, is het goed. Ik ben al veertig jaar met dezelfde vriend. Seks is iets wat daar helemaal buiten staat. De ware seks is natuurlijk met de liefde verbonden, maar naast die ware seks is er ook nog amusementsseks. En dan moeten de mensen die christelijk zijn, niet beweren dat zij dat anders zien, want iedereen weet dat je bij een vrouw maar een keer per negen maanden een kind kan verwekken. De rest van het jaar is dus goed voor recreatieve seks. Het verschil tussen ware seks en amusementsseks is zoiets als het verschil tussen naar de schouwburg gaan en een bioscoopje pikken. Voor de schouwburg kleed je je aan, daar houd je de hele avond voor vrij. Een bioscoopje pikken, doe je tussendoor. Het is niet impertinent om mij te vragen of ik nog wel eens een bioscoopje pik, maar het is niet zo omdat ik met mijn 79 jaar met zoveel andere dingen bezig ben. Het verhaal, bijvoorbeeld door Youp van 't Hek eind vorig jaar in zijn column in de NRC gebruikt, dat het er bij mij aan boord zo bandeloos aan toe zou gaan, is volledig verzonnen. Maar er wordt zo veel geschreven. Zo vraagt men zich af: waar heeft hij elf stewards voor nodig? Nou, da's simpel: omdat ik de gasten en mijzelf een goede bediening wil geven. Nu zijn het Oosterlingen en dan wordt meteen gezegd: 'O, dan zal het wel voor de seks zijn.' Maar in werkelijkheid is het natuurlijk zo dat je nooit een seksrelatie met je eigen personeel moet hebben want dan werken ze niet meer voor je. Je kunt iemand nooit meer een standje geven over zijn werk als je een seksuele relatie met hem hebt. Waar nog bijkomt: als ik aan mijn bemanning zou zitten, dan zou ik mijn officieren verliezen. Dat zijn mannen met een grote reputatie - mijn schip staat bekend als het best geleide jacht ter wereld - die zij natuurlijk onmiddellijk zouden verliezen als zij moesten erkennen werkzaam te zijn op een drijvend hoerenschip.”

8 Gij zult niet stelen

“Daar ben ik het helemaal mee eens. En dat is ook logisch want hoe meer je bezit, hoe meer je tegen stelen bent. Want je hebt meer om te beschermen. Ik ben niet bang bestolen te worden. Ik laat me ook niet bedriegen door bedelbrieven. Ik ben een goede psycholoog. De bedelbrieven die ik krijg, komen altijd van Nederlanders en ze zijn vaak ronduit belachelijk. Ik kreeg er onlangs een van een dame die vroeg of ze een miljoen kon krijgen. Om een huis te bouwen. Dat is een van de weinige brieven waarop ik in het geheel niet reageer. Bij twijfel - of het bedrag dat gevraagd wordt ook daadwerkelijk aan, bijvoorbeeld, die ene mooie jurk besteed wordt - laat ik het misschien een keertje doorgaan maar ik heb ook standaardbrieven in de computer zitten die zeggen: nee. Ik kreeg eens een brief van een functionaris van een grote instelling die schreef: 'We hebben bij het ziekenhuis een ontvangstruimte waar ouders met hun kinderen kunnen spelen, maar die ruimte is te klein. We willen graag verbouwen en daarvoor moet de gevel verplaatst worden. Kunt u daar bij helpen?' Toen heb ik geschreven: 'Ik help al bij een aantal soortgelijke dingen, kunt u me misschien eerst laten weten over welke orde van grootte we praten?' Nooit meer iets van gehoord. Er komen ook veel brieven binnen in de trant van: 'Geeft u mij een ton, u merkt het toch niet.' Maar er zijn nog altijd veel meer arme dan rijke mensen in de wereld dus als ik al die tonnen weg ga geven, moet ik straks zelf nog een bedelbrief gaan schrijven.”

9 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

“Misschien is het zo dat er in het zakenleven meer gelogen wordt dan in het dagelijks leven, maar of dat ook meteen oneerlijk is, weet ik niet. Als je goederen of diensten verkoopt, prijs je die aan. En dan zal je op het minder goede spul niet speciaal de aandacht vestigen. Ik ben een eerlijk zakenman. Ik heb altijd als richtlijn gehad: je kunt alle mensen één keer bedriegen, sommigen doorlopend bedriegen, maar je kunt niet alle mensen doorlopend bedriegen. Privé is liegen al helemaal uit den boze. Ik zeg gewoon de waarheid. In de kringen waarin ik verkeer kan aardig geroddeld worden. Dat is het vrouwelijke deel van dat wereldje. Een vrouw beleeft minder en roddelt dus graag. Dat is de ellende van de vrouw van een zakenman. De man reist drie dagen per week, komt thuis, heeft al die tijd in hotels en restaurants gegeten en wil onderuit gaan zitten om televisie te kijken. Hij wil zeker niet uit eten, terwijl die vrouw dat nu juist wel wil. Goed, daar zitten ze dan. En die vrouw gaat vertellen wat ze allemaal in de buurt heeft zien gebeuren. Ze zegt dat er bij de buren een grote verhuiswagen stond: 'Waar kan die man dat van betalen? Al die prachtige meubelen.' Dat vindt die zakenman maar vrouwengeklets want hij gaat over honderden miljoenen en die meubelen van zijn buurman kunnen hem niet schelen. Een vrouw zit in een gevangenis van muren en gordijnen. Haar bestaan is weinig interessant, terwijl die man het volle leven ingaat. Voor de man zijn grote dingen normaal en voor de vrouwen zijn de kleine dingen van belang. Daar komt nog bij dat een vrouw meer op haar gevoel afgaat en de man meer op het verstand gericht is. En juist die gevoelige kant uit zich in zoveel geklets.”

10 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Gij zult niet begeren het twee onder een kap villaatje van uw buurman, noch zijn Mercedes - dat maakt je leven alleen maar moeilijker. Jaloezie is iets heel doms. Het helpt de mensen gelukkiger te zijn als ze geen jaloezie kennen. Goed, ik kan het makkelijk zeggen want ik heb alles, maar ik ben nooit afgunstig geweest want ik was er altijd zeker van dat ik het allemaal ook zou krijgen. Of meer. Als ik iemand zag rijden in een Mercedes, deed mij dat niets omdat ik zeker wist dat ik later een Rolls zou bezitten. Je moet je in dit leven laten leiden door wat je zelf wilt hebben en dat proberen te krijgen. Ik ben daar zelf in ieder geval zeer gelukkig mee geworden.”

mailIcon print |