*

 
dossier

Archief

WRR-rapport: de schande blijft

WILLEM BREEDVELD − 17/01/97, 00:00

Redelijk betaald werk voor iedereen lijkt het vanzelfsprekende ei van Columbus om de armoede en de tweedeling in de samenleving het hoofd te bieden. Voeg daarbij de welluidende prognose dat de kansen om aan werk te kunnen komen thans gunstiger zijn dan ooit en je zou met de WRR aanmerkelijk geruster kunnen zijn over de schandvlek waar we telkens weer op stuiten, namelijk dat we bij een beetje winter koudetoeslagen (vroeger kolengeld geheten) uit de hoge hoed moeten toveren om te voorkomen dat de armen hun gasrekening niet meer kunnen betalen.

Nochtans moeten de schrijvers van het WRR-rapport Tweedeling in perspectief, de hoogleraren Adriaanse en Parridon, het mij maar niet kwalijk nemen dat de twijfel blijft. Trouwens niet alleen bij mij, ook bij de vakbeweging, bij de oppositiepartijen en niet te vergeten bij de profeet van de Nederlandse armoede, bisschop Muskens. Om misverstand te voorkomen, die twijfel slaat niet op de marsroute die de WRR uitstippelt. Die lijkt me zinnig: de markt, maar vooral de overheid, moet meer banen scheppen voor laaggeschoolden waar de maatschappij schreeuwend behoefte aan heeft, zoals broodnodige zorgbanen, conducteurs en onderwijskrachten. Banen dus die we de afgelopen decennia met een verheven beroep op de broekriem teniet hebben gedaan.

Zinnig is ook de filosofie van de WRR ons stelsel van sociale zekerheid zo om te bouwen dat die zekerheid het karakter krijgt van 'verlof': verlof wegens arbeidsongeschiktheid, of verlof vanwege de zorg voor kinderen, studie e.d. Participatie in de samenleving met een baan is dus regel en verlof de uitzondering. Deze gedachte sluit ook naadloos aan bij de filosofie van het kabinet-Kok (en trouwens ook die van het CDA) om van het sociale vangnet een soort trampoline te maken die mensen laat terugveren naar de arbeidsmarkt.

Mijn twijfel begint met een kip en het ei-kwestie waar het debat telkens weer op stukloopt: moet je eerst voldoende banen scheppen om het stelsel van sociale zekerheid 'activerend' te mogen maken? Of dienen die banen zich vanzelf aan op voorwaarde dat je het stelsel maar activerend genoeg maakt? Men vergisse zich niet: aan zo'n vraag zit heel wat vast. De oud-minister van sociale zaken, Bert de Vries, bijvoorbeeld is de stellige mening toegedaan dat het voor uitkeringsgerechtigden (althans degenen die nog kunnen werken) pas aantrekkelijk wordt een baan te accepteren als het verschil met de uitkering tenminste dertig procent bedraagt. Zo niet dan blijft men liever thuis, of men klust er wat bij of doet nuttig vrijwilligerswerk.

Anders gezegd: banen scheppen is niet genoeg. Er zal ook flink voor betaald moeten worden. Terecht misschien. Maar dat maakt het scheppen er niet eenvoudiger op. Tenzij de uitkeringsverstrekker, i.c. de overheid, bereid is dwang toe te passen. Maar dat stuit al gauw op grote problemen. Bert de Vries zag en ziet er niks in, en dat geldt voor velen met hem. Hij zocht daarom de oplossing in een bevriezing van het minimum, zodat na verloop van tijd het verschil met een betaalde baan vanzelf groot genoeg zou worden. VVD'ers willen het nog radicaler aanpakken: zij willen het minimum verlagen. Liberalen schijnen te denken: als iemand maar hard genoeg op een houtje moet bijten, dan accepteert hij vanzelf wel een (te) laag betaalde baan, die vanwege de lage prijs in voldoende mate beschikbaar zal zijn.

De VVD was daarom ook de enige partij die tegen het verstrekken van een koudetoeslag was. Alle anderen waren voor. Terecht. Want we vinden armoe een schande en eisen daarom dat de overheid de zwakkeren daartegen moet beschermen. Maar daarmee dwarsbomen we zowel het kabinet als de WRR in hun pogingen van het sociale vangnet een trampoline te maken. Vandaar mijn stelling: we moeten zeker doen wat de WRR voorstelt, maar niet de illusie hebben dat we daarmee armoe en tweedeling kunnen uitbannen. De schande blijft.

mailIcon print |