Aan de poort van een Nederlandse universiteit mag niet worden geselecteerd, maar achter die deur gebeurt het steeds meer.
Her en der duiken ze op: speciale programma's voor de 'goede', de 'begaafde' of zelfs 'excellente' student. Die heten bij voorbeeld 'masterclass', of 'excellent tracé', of ze hebben een naam met het woord 'college' erin. Vandaag wijdt de Leidse universiteit een congres aan de vraag of zulks eigenlijk wel past in de Nederlandse gelijkheidscultuur.
Van wrange, jaloersige reacties heeft Maarten van Ham wel wat gemerkt, ja. “Naarmate het moment van vertrek naderde, kwamen er vaker opmerkingen. 'Jullie gaan lekker op vakantie en wij moeten hier blijven.' Dat kreeg je vooral als je naar Spanje ging, zoals ik. Maar dan zei ik terug: ik heb me er zelf voor opgegeven, het is zelfselectie hoor.”
Maarten van Ham is derdejaars sociale geografie in Utrecht. Vorig jaar studeerde hij vijf maanden aan de universiteit van Sevilla - van februari tot de zomer. Dat was onderdeel van het 'excellente tracé' dat de Utrechtse faculteit ruimtelijke wetenschappen sinds twee jaar heeft. Van de 200 eerstejaars geografie in Utrecht mag ongeveer 10 procent er in z'n tweede en derde jaar aan meedoen. In het tweede jaar voert het 'excellente tracé' een paar maanden naar het buitenland: Spanje, Noorwegen of Engeland. In het derde jaar, weer terug in Utrecht, krijgt het groepje een 'aanvullend' programma dat niet toegankelijk is voor anderen. Buitenlandse onderzoekers komen dan, speciaal voor hen, seminars geven.
Nee, het klasje is geen geselecteerd keurkorps, zegt de demograaf prof. dr. Pieter Hooimeijer, de architect van het tracé. “Niet iedereen mag meedoen, maar wij kiezen ze niet uit. Ze geven zichzelf ervoor op. Dat mag alleen wanneer je geen studie-achterstand hebt, maar we eisen geen extra hoge tentamencijfers. Die zeggen zo weinig. Een goede student die zich verveelt haalt soms zessen.”
Maarten van Ham: “Er zijn ook studenten die in het tweede jaar wel meedoen, maar die het toch in het derde jaar voor gezien houden. 'Ik hoef dat verder niet, zo'n extra uitdaging', zeggen die. Je gaat namelijk écht een stukje verder dan je denkt dat je kunt.”
Neem zijn eigen lotgevallen. Daar stond hij, in Sevilla. Sprak geen woord Spaans, had er maar één docent die Engels sprak, werd geacht met een medestudent een Engelstalige paper van 25 pagina's te schrijven, die moest zijn gebaseerd op Spaanse vakliteratuur, over een 'reuze vaag' onderwerp: de demografische ontwikkelingen rond een Spaans natuurpark. Van Ham: “We hebben anderhalve maand in paniek geleefd. Ik heb geen talenknobbel. De bibliotheken zijn in Spanje niet geautomatiseerd. Dus doe je er anderhalve dag over om uit te vinden waar je je data vindt. Héél langzaam kwam de boel toch op gang. Uiteindelijk kreeg ik een 9.”
Hooimeijer is wel voor extra uitdagingen voor extra goede studenten, maar niet voor isolement. Daarom beslaat zijn 'excellente tracé' ook niet het hele tweede en derde jaar. “Het niveau van de anderen zakt wanneer je de besten uit de collegezaal haalt. Dat moet niet gebeuren. In de kern zijn we hier dus nog altijd vrij egalitair bezig.”
Of je van avonturen zoals die van Maarten van Ham werkelijk een betere geograaf wordt, weet Hooimeijer ook niet precies. Misschien is het inderdaad meer een academische survivaltocht, maar, zegt Hooimeijer: “Met de komst van grote aantallen studenten zijn de studieprogramma's steeds hapklaarder, gestroomlijnder geworden. Dat kan niet anders, maar er gaat ook iets mee verloren. Iets daarvan halen we met dit tracé weer terug.”
Behalve bij ruimtelijke wetenschappen heeft Utrecht ook bij diergeneeskunde en bij biologie speciale programma's voor de betere student. En dan is er het plan voor het University College, het Utrechtse idee voor een internationale opleiding. Vorige week gaf de universiteitsraad het groene licht voor een aanvang in 1998, zij het dat de raad bezorgd is of het niet te duur wordt. Afgezonderd van de 'gewone' universiteit (Hooimeijer: 'veel elitairder dan bij ons'), in een kazerne, moet een soort Oxford aan de Rijn verrijzen. De voertaal wordt Engels en de student studeert er niet alleen, maar eet en slaapt er ook. Een op de drie studenten van het University College - hoopt althans de decaan van het college, de socioloog prof. dr. H. Adriaansens - komt uit het buitenland.
Adriaansens wuift de bezorgdheid over de kosten - 35 miljoen, maar naar de universiteitsraad vreest misschien ook wel 90 miljoen - voorlopig weg: “Voor een student wordt het in elk geval niet duurder dan een reguliere studie. Voor 12 à 14 000 gulden krijg je een jaar room and board. Zo'n beetje het bedrag van een studiebeurs.”
Net als Utrecht heeft ook de Leidse universiteit z'n speciale klasjes. Voor geschiedenisstudenten is er een zeer selecte masterclass voor 12 studenten en zijn er iets minder selecte colloquia (zwaardere colleges) voor de beter gemotiveerden. Bij rechten zijn er selecte privatissima en het nog selectere mordenate (more than eight) college voor de tien eerstejaars met de hoogste cijfers - een criterium waar ze in Leiden blijkbaar wel in geloven.
Op de technische universiteiten, met hun notoir zware opleidingen, is het wat betreft 'excellente' klasjes aanmerkelijk stiller. “Natuurlijk bedienen ook wij echt goeie studenten met extra uitdagingen”, zegt de Twentse wiskundige prof. dr. C. R. Traas, “maar dat doen we niet zo zichtbaar. Een afstudeerdocent zoekt voor een écht goede student een stageplaats die veel complexe problemen bevat, past z'n doctoraalopdracht aan. Wat ze in Utrecht doen, is denkelijk meer een lokkertje voor de buitenwacht, dat de boodschap moet overbrengen: 'daar moet je zijn, daar wordt rekening met je gehouden'.” De speciale klasjes zijn slechts een wapen in de strijd om de student, denkt hij.
Minister Ritzen van onderwijs slaat de opkomst van de excellente klasjes goedkeurend gade, zegt zijn woordvoerder. Dr. J. A. van Kemenade, vandaag in Leiden een van de sprekers en ooit eveneens PvdA-minister van onderwijs, noemt privé-klasjes voor een handvol goede studenten daarentegen 'een betrekkelijk armetierige vorm van kwaliteitsbeleid.'
Van Kemenade: “Het is natuurlijk helemaal niet effectief. We weten al jaren dat het hoger onderwijs betere instructie moet geven, betere feedback, interessanter werkvormen. Alleen, daar begint het hoger onderwijs steeds maar niet aan. Een opleiding moet goed zijn voor alle 250 studenten in de zaal - en daarbinnen moeten de tien besten óók iets interessants te doen krijgen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.