De streek ten zuiden van de Franse stad Lille begint met steun uit Brussel een offensief om Nederlandse bedrijven te trekken. Wie zich daar vestigt, krijgt fiks voordeel op de grondprijs. De zwarte beroete gezichten uit de oude mijnstreek zijn opgefrist, maar de werkloosheid is er nog altijd een enorm probleem.
Kofferfabrikant Samsonite, croissant- en taartdeegmaker Europâte en distributiecentrum Setradis: de plaatselijke Kamer van Koophandel doet er alles aan om in dit voormalige kolenbekken van de regio Nord-Pas de Calais nieuwe bedrijven aan te trekken. Dat gebeurt goeddeels met Europese subsidie-gelden. Maar hoewel er veel is veranderd, is de noodzaak om in deze sociaal aangeslagen streek nieuwe werkgelegenheid aan te trekken, nog altijd groot.
De glorie van de mijnbaronnen is voorbij. Vóór de oorlog, in de hoogtijdagen van de Noordfranse mijnbouw, werkten hier 200 000 mensen ondergronds. Omdat er te weinig Fransen zin hadden in deze zware arbeid, werden er destijds veel Poolse gastarbeiders aangetrokken. Met het goedkoop beschikbaar komen van aardgas - na 1960 uit Slochteren - werd de kolenwinning snel onrendabel. In 1992 sloot de laatste van de ooit circa honderd schachten (de bovengrondse liftbokken die er nog zijn, worden als museumstuk gekoesterd). En hoewel de werkloosheid de afgelopen twee jaar is gedaald van 20 naar 17,7 procent van de beroepsbevolking, behoort deze nog altijd tot de hoogste in Europa.
Toch is het werkgelegenheidsbeleid in deze dichtbevolkte mijnstreek met bijna 400 000 inwoners - in heel Nord-Pas de Calais, inclusief Lille, wonen zelfs vier miljoen mensen - niet zonder succes. De verkoopargumenten om bedrijven aan te trekken, klinken dan ook sterk. Zoals ieder gebied dat zichzelf promoot, ligt ook het voormalige mijndorp Lens in het centrum van de wereld, zo laten kleurrijke folders en brochures zien. Maar dat 'middelpunt-gevoel' is deze keer niet erg overdreven. Samen met de buurgemeenten Liévin en Hénin-Beaumont, ligt Lens op een waar knooppunt van autosnelwegen en spoorlijnen. Naar Londen is het - dankzij de nieuwe Kanaaltunnel en de TGV - nog maar een piep-eindje. En ook naar Parijs, Brussel, Antwerpen, Rotterdam en het Roergebied, zijn de reistijden relatief beperkt.
Krottenwijk
Niet minder belangrijk is de lokale cultuur. Zeker, er is hier en daar nog een krottenwijk. Maar dankzij renovatie-beurten zijn veel van de vroegere, vaak zwart beroete dorpsgezichten opgefrist. De bakstenen gevels van de kerken en huizen doen, net als de veelal driehoekige dorpspleinen, sterk denken aan de architectuur en stedebouw in Vlaanderen. Daarvan heeft deze streek (als onderdeel van de Verenigde Nederlanden) ook tot 1794 staatkundig deel uitgemaakt. Keerzijde van de vooruitgang is de opmars van de 'hypermarché', de grote weiland-supermarkt waaronder ook de traditionele middenstand zichtbaar te lijden heeft.
Belangrijkste vestigingsmotief van de gedupeerde mijnstreek is echter een grote zak met geld. Bedrijven die hier investeren, krijgen een flinke korting op de grondprijs. Per vierkante meter bedraagt deze zes tot dertig Franse franc (twee tot tien gulden), terwijl de economische waarde van de betreffende locatie wordt geschat op vijftig franc de meter, vertelt directeur Boris Dormieu van de Kamer van koophandel van Lens-Liévin. Daarnaast geldt, eenmalig en onder bepaalde voorwaarden, een subsidie van omgerekend 23 000 gulden per gecreëerde arbeidsplaats, plus nog allerlei andere douceurtjes.
Deze omvangrijke steunverlening voor het aantrekken van bedrijven wordt goeddeels gefinancierd door de Europese Unie. De geldstroom loopt via de Franse staat, die na de oorlog om strategische redenen de kolenmijnen in het land nationaliseerde. Met dank aan de onlangs overleden president François Mitterrand ontvangt de agglomeratie Lens al sinds 1983 in totaal zo'n 32 miljoen gulden per jaar. Dat subsidiebedrag is uiteraard niet eeuwig, het wordt sinds 1993 weer geleidelijk afgebouwd. Dit jaar gaat het nog altijd om ruim 22 miljoen gulden.
Een niet minder belangrijk argument voor bedrijven om in Noord-Frankrijk te nestelen - vertelde directeur Dormieu een onlangs naar Lens gehaald gezelschap van binnen- en buitenlandse journalisten - vormen de loonkosten. De salarissen zijn een kwart lager dan in Parijs, terwijl dit prestigieuze hart van Frankrijk bovendien door een enorme verkeerscongestie wordt gekweld. Ten opzichte van België en Nederland bedraagt het loonverschil twintig procent en vergeleken met Duitsland zelfs veertig procent.
Hoe aantrekkelijk Lens en omgeving ook mogen zijn, de concurrentieslag met nabuurstad Lille is niet gering. Bij de werving van bedrijven gunnen beide centra elkaar het licht niet in de ogen. Zo begint niet alleen de zeer actieve Kamer van Koophandel van Lens binnenkort een offensief richting Nederland, ook die van Lille zit naar verluidt op het vinkentouw. De voor de hand liggende samenwerking lijkt verder weg dan ooit.
De naar Lens gehaalde bedrijven zijn voor een belangrijk deel van buitenlandse origine. Koffer-, beautycase- en weekendtassengigant Samsonite (320 werknemers) is van oorsprong Amerikaans. Evenals deegwarenfabrikant Europâte (340 personeelsleden), dochter van 's werelds grootste bierbrouwer Anheuser Busch en producent van Danerolle, de croissants-in-blik. Gebruik makend van de gulle subsidiestroom en profiterend van de goedkope arbeidskrachten en goede verbindingen, produceren ze in deze uithoek van Frankrijk voor exporten naar een groot aantal landen. De Nederlandse multinational Vendex was hier tot voor kort ook actief. Maar de supermarktdochter Edah kon het niet bolwerken tegen de zuigkracht van de plaatselijk oppermachtige hypermarché's. De veertig Noordfranse Edah-winkels en het distributiecentrum zijn onlangs weer van de hand gedaan. Boeken- en tijdschriftendistributeur Setradis - deze dochter van de Duitse uitgever Bertelsmann telt bijna 900 werknemers - houdt zich wel uitmuntend staande.
Gespannen
Is de bevolking van dit oude mijngebied blij met de nieuwe bedrijfsvestigingen? Ongetwijfeld, er zijn nog 20 000 werklozen in Lens-Liévin en hun wordt een nieuw toekomstperspectief geboden. Toch kijken de - veelal vrouwelijke - werknemers bij bedrijven als Europâte en Samsonite niet bijster gelukkig uit hun ogen. De zeer aimabele directeur van de Kamer van koophandel noemt de vaak sombere en gespannen gezichten, een 'familiekwaal van mijnwerkersgezinnen'. Een meer waarschijnlijke oorzaak lijkt de weinig opbeurende arbeidssituatie. Het werk in zowel de deegfabriek als het kofferatelier is laaggeschoold en buitengewoon eentonig. Bovendien ligt het produktie-tempo moordend hoog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.