AMSTERDAM - De fotograaf van het mislukte filmrolletje uit Srebrenica, kapitein R. Rutten, heeft ernstige kritiek op Defensie. Hij vindt dat het ministerie de getuigenissen van Dutchbatters al vanaf het begin verkeerd heeft behandeld.
Rutten deed zijn uitlating gisteravond in het tv-programma Nova. “Het ministerie had direct opening van zaken moeten geven”, zei hij. “In 1995 heb ik daar om verzocht, en in 1997 opnieuw. Maar blijkens de dingen die nu naar boven komen, is dat niet gebeurd.” Rutten treedt nu voor het eerst met zijn verhaal naar buiten. Het Hoofd Voorlichting van Defensie heeft hem in de zomer van 1997 dringend verzocht niet met de pers te praten. Nu pas heeft Rutten daar officieel toestemming voor gekregen.
Toen Rutten op 13 juli 1995 als Dutchbatter rondliep in Srebrenica, vlak na de val van de enclave, zag hij dat de paspoorten van moslims op een grote hoop waren gegooid. Op dat moment kreeg hij argwaan over de bedoelingen van de Serviërs. “Ik liep een gebouw in waar de moslims gevangen werden gehouden. Daar fotografeerde ik de mannen - pubers en 55-plussers - waarvan ik vermoedde dat het slecht met hen zou aflopen.”
Rutten legde zo veel mogelijk mannen vast. Vervolgens fotografeerde de kapitein negen doodgeschoten moslims die in een weiland lagen. Toen hij terugkwam bij de andere Dutchbatters, zag hij hoe die meehielpen met de deportatie van de moslims. “Ze stelden groepen van zestig à zeventig man samen, voor het vervoer per bus.” Rutten protesteerde, en kreeg een hoog oplopende ruzie met een verantwoordelijke Dutchbatter. De kapitein sprak zelfs van 'collaboratie', maar er werd niet naar hem geluisterd. Hij nam foto's van de deportatie.
Terug in Nederland overhandigde Rutten zijn filmrolletje aan de Militaire Inlichtingen Dienst (MID). Na een dag vernam hij dat de opnamen grote implicaties hadden. Toen hij vervolgens door de MID werd ontboden, kreeg hij te horen dat het rolletje verloren was gegaan. Volgens Rutten is dat opzettelijk gebeurd. De kapitein, die nog altijd in actieve dienst is, pleitte voor een onafhankelijk parlementair onderzoek naar de gang van zaken.
Het D66-kamerlid Hoekema, voorzitter van de defensiecommissie van de volksvertegenwoordiging, zal de andere kamerleden vandaag polsen over een 'vooronderzoek'. Hij denkt daarbij aan het instellen van een werkgroep van kamerleden, die moeten vaststellen aan welke voorwaarden een eigen onderzoek van het parlement naar de kwestie-Srebrenica zou moeten voldoen. Met zijn voorstel hoopt Hoekema de drie coalitiepartijen op één lijn te krijgen. Nu zijn de partijen nog verdeeld over een parlementair onderzoek. De grootste oppositiepartij CDA is uitgesproken voorstander van een parlementair onderzoek.
Hoekema zei begrip te hebben voor Dutchbatters die misschien over moslims zijn heengereden. Hij vermoedt dat de militairen in de haast van de vlucht geen alternatieve mogelijkheden hadden. Premier Kok zei hier juist 'absoluut geen begrip' voor te hebben. Hij toonde zich gisteren, na terugkomst van vakantie, 'onthutst'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.