Per saldo is sport toch van het volk. We waren er even bang voor dat het skybox-proletariaat en in het spoor van al die verkeerde pakken, slimme marketingmensen uit de mediawereld zich meester zouden maken van het speeltje van de gewone man. Sport 7 was na 113 dagen zo vriendelijk zichzelf de nek om te draaien en nu heeft ook de Europese Commissie onverbloemd de zijde van de ware liefhebber gekozen.
Het gaat daarbij verder dan het bord eten op schoot, zondagsavonds om kwart voor zeven. De nieuwe richtlijn bepaalt dat alle grote internationale sportevenementen, zoals de Olympische Spelen, EK en WK voetbal en de Tour de France, op het zogeheten open net, dus niet verstopt achter decoders te aanschouwen moeten zijn. De lidstaten dienen daarnaast zelf een lijst op te stellen van toernooien die het nationale belang ontstijgen. De voetbalcompetitie blijft derhalve handel, maar als het in de sport echt leuk wordt moet iedereen ervan kunnen genieten.
De Brusselse richtlijn is de bevestiging van wat de open netwerken voor de komende jaren met de grote sportkoepels hebben geregeld. Die zagen het al als een 'morele' plicht hun mega-evenementen niet louter aan een geselecteerd publiek te tonen. Naast, laten we zeggen, normen en waarden spelen daarbij overigens wel commerciële argumenten een rol. Een gesloten net (in de Nederlandse situatie Supersport) is wellicht bereid beduidend meer geld op tafel te leggen, maar het bereik is aanzienlijk kleiner en dus zijn de inkomsten uit reclameboodschappen geringer. Bovendien kunnen de sportkoepels beter hun product beschermen. Wie bepaalt betaalt, zegt een oude wet, en bedenkt dan ook dat plaspauzes en dode momenten er bij uitstek geschikt voor zijn het volk te vervelen met wasmiddelenreclames. Des te meer commercials, des te meer onderbrekingen. De Mexicaan Acosta, de machtige voorzitter van de internationale volleybalfederatie, kwam op het heldere idee een technische time out in te lassen zodra een ploeg vijf punten (of een veelvoud) heeft gescoord. Waar in topvolleybal het spel haast eindeloos heen en weer kan gaan, zonder dat de man van het scorebord in actie hoeft te komen, is er zowaar een sportieve reden om de technische time out te rechtvaardigen. Maar verder moet het natuurlijk niet gaan.
Het komische is dat er een aardige wisselwerking tussen club (of bond) en supporter ontstaat. De bobo's die aanvankelijk riepen dat de Nederlander er maar aan moet wennen te betalen voor sport op tv (krom geredeneerd: voor een stadionbezoek moet hij dat ook), hebben er nu grote weerzin tegen diezelfde aanhanger achter de decoder te jagen. Wat heb je er aan als die hartstochtelijke fan met zijn benen op tafel zit te juichen, terwijl het lege stadion de atmosfeer van een mortuarium ademt? Diezelfde bobo's moesten trouwens wel eerst Sport 7 op en vervolgens te gronde richten voor ze het in de gaten kregen.
Over de hoogmoed voor de val is al genoeg gezegd. De clubs moeten de broekriem wat strakker aanspannen - al is tachtig miljoen nóg een hoop geld - maar ze weten ook dat hun product weer in handen komt van mensen die aangetoond hebben meer liefde voor de sport te koesteren dan de kille managers achter het zelfdestructiebedrijf Sport 7. Voor hen was dat louter iets om geld aan te verdienen. Ze wisten van de spelregels waarschijnlijk zo weinig dat ze zich verwonderd afvroegen waar twee palen en een dwarslat met een net er achter voor dienden. Misschien kon je het dichttimmeren met reclameborden; ja, daarvoor zal het wel bedoeld zijn geweest.
Dat bonden zelf op het idee komen de sport terug te brengen naar de basis is uiteraard te verkiezen boven regelgeving vanaf een ivoren toren te Brussel. Grappig, maar ook logisch, was ook dat uitgerekend de grote sponsors in opstand kwamen nadat de internationale wielrenunie een deel van de grote klassiekers aan commerciële Italiaanse tv-stations had verkwanseld. Dat betekent (ja nog, want het contract loopt ook dit jaar door) dat Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije niet via de NOS en de BRTN zijn te volgen.
Skyboxen en decoders, een ergere doodstrijd kun je de sport nauwelijks toewensen. Bij mijzelf had zich overigens ook al een verontrustende vorm van deformatie meester gemaakt. Toen ik vorig weekeinde de tribunes van het in mijn ogen hopeloos verouderde Olympiastadion in München - de thuishaven van de Duitse topclub Bayern - betrad om de finish van het WK veldrijden te aanschouwen, zag ik een klein rijtje verveloze skyboxen, wat onbeholpen onder het architectonisch fraaie dak hangend. Gek of niet, ik vond het maar een armoedig gezicht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.