*

 
dossier

Archief

Het Franse voorbeeld?

W. ALBEDA − 24/01/96, 00:00

De stemming in de Verenigde Staat slaat een beetje om. De ijver om het eigen systeem daar verder te 'amerikaniseren' taant. In Europa gaat het om het behoud van het zogeheten Rijnlandse model. Maar een uitgewerkt alternatief voor de Europese verzorgingsstaat van de jaren zestig is er nog niet. Dr. W. Albeda is oud-minister van sociale zaken.

In Europa, zegt Rudi Dornbusch in Business Week, zijn ze bezig om de inflatiebestrijding te overdrijven en spelen ze wanhopige valutaspelletjes, die meer kwaad doen aan de vrije-marktontwikkeling, dan het hele ideologiedebat. Dornbusch heb ik altijd gezien als een die-hard van de vrije-markteconomie. Hij speelde een belangrijke rol in de discussie binnen de Oeso over de hervorming van de Russische economie.

Dornbusch stelt nu: vrije markten moeten worden aangevuld met rechtsregels. Markten kunnen tekortschieten, markten kunnen, aan zichzelf overgelaten, leiden tot monopolies of oligopolies, die de prijzen kunnen dicteren. Bovendien, door de door de markt gedicteerde sociale ongelijkheden kan de samenleving uiteen worden gerukt. Een zekere fiscale herverdeling kan geen kwaad. En, stelt hij, de haast die men in Amerika maakt met het afschaffen van uitkeringen, zou moeten worden begeleid met het zorgen voor banen, zorg voor kinderen, kinderopvang en onderwijsvouchers, om de sociale cohesie te herstellen. Die is nodig voor een goed functionerende markteconomie.

Men kan in de laatste tijd duidelijk waarnemen, dat de stemming in de Verenigde Staten zich wat aan het veranderen is. De tevredenheid over het eigen systeem en de ijver om dat systeem verder te 'amerikaniseren', gaan wat voorbij. En dat is ook wel begrijpelijk.

Zelfs in Republikeinse kring groeit de twijfel. Bill Posey, lid van het Huis van Afgevaardigden van Florida, stelt, wanneer hij kijkt naar de economische ontwikkeling in Centraal-Florida, dat de klappen die men daar kreeg door de inkrimping van de aerospace-industrieën, geen economische hoop meer laten bestaan. Oudere ingenieurs worden ontslagen, en waar kunnen die nog werk vinden? Jongeren zitten in routinebaantjes en wanneer ze wat ouder worden, worden ze weer vervangen door een nieuwe oogst van (veel te hoog) opgeleide jongeren.

In een hoofdartikel in de Internatinal Herald Tribune van 15 december schrijft de bekende columnist William Pfaff: “Het is juist, dat de Fransen zich verzetten tegen de invoering van modern Amerikaans economisch denken in Frankrijk en niet slechts vasthouden aan verouderde privileges.”

Maar het gaat daarbij niet om het kapitalisme van Adam Smith. Het gaat om een nieuwe economische ideologie, die in de laatste 15 jaar in Engelse en Amerikaanse universiteiten is ontwikkeld. Hij redeneert als volgt:

1) De opvatting dat volledig vrije handel tussen samenlevingen in alle stadia van economische en sociale ontwikkeling een ongekwalificeerd voordeel is, en dat het een beter leven brengt voor iedereen, klopt niet. Landen die hun economie beschermden (Japan, Korea), deden het beter dan landen die dat niet deden (de VS).

2) Het enig criterium voor ondernemingsbesluiten zou moeten zijn, de financiële opbrengst van het geïnvesteerde kapitaal. Andere overwegingen, zoals zorg voor het welzijn van het personeel, of verantwoordelijkheid voor de samenleving, waarin een onderneming werkt, verstoort 'economische rationaliteit'.

De Amerikanen, zegt Pfafff, hebben de laatste 15 jaar met een zekere gelatenheid de economische verslechteringen aanvaard. De Fransen zijn wat minder dociel en zijn, inderdaad, ook bezig om voorrechten te verdedigen met een dubieus karakter. Veel stakers worden gemotiveerd door egoïsme en een zekere mate van corporatisme. Maar ondertussen voeren ze ook een strijd voor het behoud van het 'Rijnlandse model', waarover Michel Albert schreef in zijn 'Capitalisme contre capitalisme'.

Zonder dat iemand het zo bedoelt, zegt Pfaff, wordt de Franse crisis een wapenfeit in de strijd over de sociale en economische toekomst van Europa, en misschien zelfs van de Verenigde Staten.

Er bestaat een begrijpelijke neiging om de hele Franse discussie, maar ook die elders in Europa, alleen maar op te hangen aan de harde voorwaarden voor de entree tot de Emu. Maar het lijkt juister om vast te stellen, dat de Emu-voorwaarden de discussie en de acties hebben geïntensiveerd, maar niet echt hebben geïnitieerd. De discussie over de toekomst van het Europese model, in z'n verhouding tot het opdringende Amerikaanse model, zou in ieder geval in Europa moeten worden gevoerd.

En Alain Touraine heeft gelijk: we hebben behoefte aan een nieuw model van de verzorgingsstaat, bestand tegen de mondialisering. En de werkelijke problematiek is er in gelegen, dat we nog geen uitgewerkt alternatief voor de verzorgingsstaat van de jaren zestig hebben ontwikkeld. Dat maakt de confrontatie met het Amerikaanse model zo moeilijk (ook in Amerika).

mailIcon print |