*

 
dossier

Archief

Jongste moordpartij te erg om te negeren

Door: redactie − 14/01/98, 00:00

BRUSSEL (AFP, Reuters) - Een 'troika' van Europese ambtenaren zal zo gauw mogelijk naar Algerije afreizen. De missie zal zich afspelen binnen een eng raamwerk, sterk ingeperkt door de Algerijnse autoriteiten. Van eigen onderzoek en gesprekken met opposanten van de regering zal geen sprake zijn. Toch lijkt de verontwaardiging in buiten- en binnenland na de jongste massamoord groter dan ooit.

De topambtenaren voor buitenlandse zaken van de vijftien EU-landen, verenigd in het 'politieke comité' dat gisteren in Brussel bijeenkwam, zijn gisteren gezwicht voor alle verlangens van het Algerijnse regime: Humanitaire hulp aan de civiele bevolking is niet welkom, iedere poging tot voorwerk voor een internationaal onderzoek is onbespreekbaar. Algiers ziet zo'n onderzoek als 'ongewenste inmenging'.

De uitgestuurde afgevaardigden van het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Oostenrijk (de zittende, voorafgaande en toekomstige voorzitter van de EU) zullen alleen de autoriteiten horen, de 'solidariteit van Europa met de bevolking uitdrukken' en 'de bereidheid overbrengen' om de Algerijnse regering bij te staan 'in de strijd tegen het terrorisme'.

Zodra Algerije toestemming geeft, kan de 'troika' afreizen. Bronnen in Brussel sluiten niet uit dat er daarna missies 'op hoger nivo' naar Algerije zullen gaan, met een breder mandaat. Het praktische gewicht van de eerste reis is niet groot. Maar het definitieve besluit van de EU tot het sturen van de missie is één van de vele blijken van groeiende onrust binnen en buiten Algerije over de - op zijn best: te afwachtende - rol van autoriteiten, leger en staatsapparaat in de gruwelen.

Op dinsdag kreeg de regering in Algiers bezoek van een speciale afgezant van Canada. Aan het eind van de week stuurt Noorwegen een topdiplomaat om de toestand te bespreken en humanitaire hulp aan de slachtoffers van het geweld. De Deense regering riep de Verenigde Naties op 'onderzoekers' te sturen. Amerikaanse regeringsonderzoekers sluiten niet uit dat bij sommige massamoorden regeringsmilities betrokken zijn geweest.

Egyptische kranten van verschillende gezindten hebben zich buitengewoon verontwaardigd uitgelaten over het stilzwijgen van de Arabische staten over de tragedie in Algerije. De grote regeringskrant al-Ahram noemt dit zwijgen 'schandalig' en stelt in een commentaar dat de Algerijnse argumenten tegen het toelaten van een internationale onderzoekscommissie 'onvoldoende' en 'niet overtuigend' zijn. “Deze argumenten lijken een vreselijke misdaad te verhullen.” Het islamitische tijdschrift al-Chaab (Egypte) veroordeelt het Arabische zwijgen als 'zondig'.

Ook de Algerijnse pers was gisteren ongewoon duidelijk: Het grootste franstalige blad 'Liberté' kopte een verhaal over de afgrijselijke slachting in Sidi Hamed met de vraag 'Waar is de staat?' en eiste het ontslag van verantwoordelijken in het veiligheidsapparaat. Sidi Hamed ligt in een gebied dat zogenaamd 'geschoond' zou zijn van GIA-terroristen.

De Algerijnse pers raakte gisteren in een vinnig gevecht met de regering over het dodental in Sidi Hamed: ongeveer 400 volgens journalisten, 103 volgens de regering. Verslaggevers van de internationale persbureaus troffen dinsdag 65 verse graven in Sidi Hamed aan en 40 tot 50 graven-in-wording voor nog niet ter aarde bestelde slachtoffers. De schatting van de autoriteiten klopt met wat dorpelingen nu zeggen. Een dertigtal vrouwen en meisjes zou door de moordenaars zijn meegenomen.

Ook in de 'lage' regeringsschatting ligt de erkenning besloten dat er zelfs naar Algerijnse maatstaven gruwelijk gemoord is; Sidi Hamed kon niet meer genegeerd worden en stond centraal in de tv- en radio-berichtgeving. Alleen al in deze Ramadan (veertien dagen oud) zijn er meer dan duizend Algerijnen omgebracht.

mailIcon print |