*

 
dossier

Archief

EILAND OP DRIFT

DOOR PIET DE BLAAUW − 12/09/98, 00:00

Door hun ligging zijn de Faeríer afhankelijk van de zee. Ruim 95 procent van de totale export bestaat uit vis of daaraan verwante producten. De tweede plaats op de exportranglijst wordt ingenomen door de Faeríerse postzegels, begeerd door filatelisten over de hele wereld vanwege hun exotische afkomst.

De Faeríer kregen in 1948 een beperkte vorm van zelfbestuur, maar de samenleving bleef financieel afhankelijk van de Deense staatssteun. De eilandengroep heeft jaarlijks een begroting van 3 miljard kronen (een miljard gulden). Bijna 1 miljard daarvan komt uit Denemarken.

De jaren tachtig waren voor de Faeríer een periode van ongekende economische bloei. Dit vertaalde zich in een uitgavenexplosie. Het lokale bestuur stak zich diep in de schulden door op grote schaal tunnels aan te leggen. Op het hoogtepunt van de uitgavenexplosie hadden de Faeríer een schuld van 8.5 miljard kronen opgebouwd.

Begin jaren negentig was het feest voorbij. De uitbundige uitgaven waren gebaseerd op de verwachte visserij-inkomsten. Maar de voor de Faeríerse vissers belangrijke kabeljauw liet het begin jaren negentig massaal afweten, als gevolg van overbevissing.

Toen het fundament werd weggetrokken stortte de economie in. Bedrijven gingen en masse failliet en 70 van de 280 vissersschepen moesten worden verkocht. Geconfronteerd met leningen die niet meer geïnd konden worden belandden de banken op de eilanden in een diepe crisis. De Deense regering greep in om een bankroet te voorkomen, maar deed dat zo onhandig dat de Faeríer met een forse rekening bleven zitten. Dit zette kwaad bloed op de eilanden.

De werkloosheid liep in korte tijd op tot 25 procent. Ruim vijfduizend mensen (bijna 10 procent van de totale bevolking) verlieten de eilandengroep, vooral richting Denemarken. Voor het eerst sinds de kolonisatie van de Faeríer, duizend jaar geleden door de Noormannen, nam de bevolking af.

mailIcon print |