*

 
dossier

Archief

'Vermeend verjaagt de penshonado's'

HARO HIELKEMA − 13/01/96, 00:00

Bij iedere jaarwisseling verandert er van alles. Wetten worden van kracht, regelingen aangepast, subsidies afgeschaft of juist bedacht. 'Per 1 januari 1996' is een korte serie artikelen over de gevolgen van deze veranderingen. Dit was de laatste aflevering

Sinds het begin van dit jaar wonen Marja en Jan als penshonado's op de Antillen. Marja vertelt op het terras waar het allemaal begon (Jan is een weekje naar Nederland): “We hebben 24 jaar buiten Nederland gewoond, mijn man werkte bij Heineken en heeft overal fabrieken geleid. Amerika, Indonesië, Europa en Afrika. Vooral in Afrika hebben we het enorm naar onze zin gehad. Maar Jan naderde z'n pensioen en we zochten iets blijvends, iets voor de toekomst. Naar Nederland wilden we niet terug. Ik hou niet van Nederland, ik laat in het midden waarom.”

Al reizende kwamen zij op Curaçao, het was liefde op het eerste gezicht. “In de eerste plaats omdat het hier Nederlands is: ik spreek heel veel talen, ik kan me zelfs in het Swahili redden, maar je eigen taal is toch wel erg prettig. In de tweede plaats omdat het hier Amerikaans is. En ten slotte omdat het er Westafrikaans is: voor m'n gevoel zie ik dat terug in de mentaliteit van de bevolking.”

“Ik herken het uit de tijd dat we zelf in Afrika zaten. Wij zijn twee keer uit Zaïre gevlucht, ik kan er nog om huilen, als ik denk aan al die vrienden die in Rwanda en Burundi zijn vermoord, en ik weet dat we daar nooit meer naar terug kunnen. Wat dat betreft heeft Curaçao het gemis van Afrika voor ons ingevuld.”

Karibu heet haar huis, Swahili voor 'wees welkom'. Hetzelfde wat Curaçaoënaars op de nummerplaat van hun auto hebben staan: Bon Bini. Ze vindt Antillianen heel hulpvaardig en vriendelijk. Ze heeft nog nooit iets van discriminatie gevoeld, sinds ze op Curaçao woont.

“Als je er wel last van hebt, zal het wel aan jezelf liggen, denk ik. Als jíj je te goed voelt om mensen te groeten, word je ook met de nek aangekeken. Ik voel me hier prettig. Ik hoef niks, ik mag alles. Ik bridge twee avonden in de week. Ik lees alles wat ik kan lezen, van Multatuli tot Couperus, van Olaf J. de Landell tot Frank Martinus Arion. Ik heb aan sommigen een hekel: als mens, niet vanwege hun huidskleur. Maar dat had ik in Nederland ook.”

Ze wisten dat het voor Nederlanders fiscaal aantrekkelijk is om op de Antillen te 'rentenieren'. De inkomstenbelasting is maar vijf procent en de mogelijkheid bestaat om een fictief wereldinkomen van 150 000 Antilliaanse guldens op te geven.

Je moet wel voor minstens 240 000 gulden in onroerend goed steken en personeel voor 30 uur in de week in dienst nemen, maar dat weegt niet op tegen de belastingvoordeeltjes van een penshonado (die daar volgens de regeling al op z'n dertigste van mag genieten). “Maar ook zonder die regeling waren we hier wel terechtgekomen”, zegt Marja.

Niet bekend

Aanvankelijk waren minister Henriquez en de Nederlandse staatssecretaris Vermeend overeengekomen, dat de inkomstenbelasting van 5 naar 10 procent zou stijgen, de minimumleeftijd zou worden opgetrokken naar 50 jaar, het vast inkomen zou worden verhoogd naar 750 000 gulden en ook de minimumprijs van de woning hoger zou worden.

De verplichting om een Antilliaan in dienst te nemen (als tuinman of huishoudster) zou komen te vervallen. Maar er is nog onenigheid over de nieuwe regeling, zo laat de belastingdienst weten.

Het belangrijkste is dat iedereen die zich vóór 1 januari dit jaar op de Antillen als penshonado heeft gemeld, onder het oude tarief valt. Dus ook Marja en Jan de Jager. Marja ergert zich wel aan de wens van Nederland om de regeling onaantrekkelijker te maken.

“Vermeend is volstrekt verkeerd bezig”, zegt ze. “Als hij zijn zin krijgt, vertrekken veel penshonado's, naar Costa Rica bijvoorbeeld. Daar betalen ze maar de helft aan belasting, en daar willen ze je graag hebben. Of naar België.”

“Vermeend moet van die vijf procent afblijven, hij werkt anders alleen werkloosheid in de hand. Penshonado's brengen hier toch geld in het laatje? Ik zie er de zin wel van in dat je de leeftijd optrekt: ik ken een penshonado van 32, dat is natuurlijk belachelijk.”

“Ik ben wel blij, dat ze de plicht om een Antilliaan in huis te halen opheffen. Het is vreselijk moeilijk om iemand te vinden, omdat iedereen zwart wil werken. Ik heb iemand voor de tuin, maar die kun je toch geen 30 uur laten werken?”

mailIcon print |