Een van de raarste slotakkoorden uit de literatuur vind ik het einde van André Gide's roman 'De kelders van het Vaticaan'. Eindelijk is hoofdpersoon Lafcadio, die een misdaad heeft begaan om zichzelf te bewijzen, verenigd met zijn geliefde, of de schrijver verlaat ijlings het toneel en laat ons in raadselen achter: 'Wil hij werkelijk afstand doen van het leven? Is hij nog steeds van plan, uit achting voor Geneviève, die hij minder acht sinds ze hem meer bemint, zichzelf aan te geven?' Punt. Uit.
De psychologie van het einde is een van de meest intrigerende raadsels die ik ken. Een vriend van mij met wie ik regelmatig telefonisch contact heb, heeft de gewoonte om, als we na een half uur goed op gang zijn gekomen met het bespreken van de toestand in de wereld, opeens 'dag' te zeggen en op te hangen, terwijl ik nog hele zinnen in voorbereiding heb. Weer een andere vriend kondigt, als wij onszelf laven in een kroeg, steevast op een onverwacht en door geen enkele omstandigheden te voorzien moment aan, dat hij weggaat. En niemand kan hem daarvan weerhouden.
Het onverwachte, snelle slot, is een mysterie van de eerste orde. De vrouw die aan het eind van het gladjes verlopen gesprek haar psychiater in de deur nog even toevoegt dat ze overweegt met de therapie te stoppen, de liefde voor iemand die na jaren koestering opeens als sneeuw voor de zon verdwijnt, de onverwachte hartstilstand die we iemand als dood toewensen, het einde der wereld dat we ons in de vorm van een grote klap voorstellen. Kennelijk is er in het dagelijks leven een drang om dingen niet te zien uitsterven maar ze de nek om te draaien.
Het is vast niet toevallig dat juist in de kunsten, met hun overmaat aan illusie, het einde meestal het meest problematische deel vormt. Componisten krijgen laatste delen niet af en blijven maar paukenslagen voorschrijven, schrijvers kunnen geen afscheid nemen van hun protagonisten en blikken vooruit op het vervolg.
Misschien is het louter een biologische kwestie, iets van verlies van energie, en geeft het lichaam dat weet er toch eens definitief mee te moeten uitscheiden, steeds stopsignalen, om ons ervan te doordringen dat de eeuwigheid niet bestaat. Zo bezien is Maartje van Weegen die haar gast onderbreekt omdat tijd om verder te praten ontbreekt, eigenlijk weinig minder dan een aankondigster van de dood.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.