*

 
dossier

Archief

De schuldsaneerder beschikte alleen over een autotelefoon

Door: redactie − 06/01/96, 00:00

Ter bescherming van de geïnterviewden zijn de namen in dit stuk en dat op de voorpagina gefingeerd.

Ze vertrokken naar de Antillen, waar ze als sportleraren in de toeristenindustrie goed geld verdienden. Na enige tijd kon al een bedrag van 30 000 gulden worden overgemaakt naar een vriend in Nederland. Hij zou de met de schuldeisers overeengekomen regeling uitvoeren.

Maar de aanmaningen bleven binnenstromen, ook op de Antillen. De vriend bleek de gelden te gebruiken om zijn eigen gokschulden af te lossen. Het echtpaar keerde terug naar Nederland om orde op zaken te stellen. De vriend toonde berouw en betaalde terug. Rijpma opende in het midden van het land de lang gewenste sportschool. De zaken liepen goed. Alleen het restant van de schulden moest nog worden afbetaald.

De Volkskredietbank zou daarbij assisteren. Maar in plaats van de schuldeisers gulden voor gulden af te betalen en de schuld om te zetten in een lening, bleek de Volkskredietbank het pad van de schuldsanering te bewandelen. De schuldsaneerder spaarde de gelden op om later de schuldeisers elk slechts een deel te geven. De Rijpma's wilden echter de gehele schuld aflossen en trokken hun opdracht aan de Volkskredietbank weer in. De boekhouding en het overgemaakte geld werden keurig terugbezorgd, maar de Rijpma's waren nog steeds niet verlost van hun schuldeisers.

Investeren in de zaak was moeilijk, zolang zij nog bij het Bureau Krediet Registratie in Tiel een notering achter hun naam hadden staan. Een paar schulden werden afgelost met het bij de Volkskredietbank opgespaarde geld, maar de teller bleef nog altijd op een vervelende vijftigduizend gulden staan. Bij de inmiddels op basis van leverancierskrediet opgebouwde sportzaak begonnen de leveranciers moeilijk te doen. Zij haalden hun spullen terug en de zaak ging dicht. Teneinde in één keer schoon schip te maken, wilde het echtpaar Rijpma toch alle schuldeisers afbetalen via één lening. Maar geen reguliere bank wilde meewerken.

Alhoewel ze het een eng gevoel vond, keek Nanny Rijpma maar eens in de advertentiekolommen van een landelijk ochtendblad. De eerste schuldsaneerder die ze aan de lijn kreeg, bleek alleen over een autotelefoon te beschikken. Toen hij hoorde dat het bedrijf van de Rijpma's een vennootschap onder firma was, haakte hij af. Blijkbaar had hij zijn zinnen gezet op een bv.

Nummer twee was een bureau in Eindhoven. “Geen enkel probleem mevrouw, u heeft een grote kans dat wij u kunnen helpen. Wij wijzen u er wel op dat het eerste contact 150 gulden kost.” Dat bedrag, dachten de Rijpma's, moet het maar waard zijn.

Twee heren meldden zich spoedig op het huisadres. Ze stelden veel vragen over de bezittingen, of er antiek in huis was en of de auto die voor de deur stond hun eigendom was. “Ze maakten eigenlijk meer opmerkingen over ons huis en de huisraad dan over de zaak.”

De beide keurig uitziende heren, die bij vertrek geen kaartje achterlieten, dachten dat alles wel goed zou komen via hun contacten in Engeland, Duitsland en België. Daar deed men niet zo moeilijk over een BKR-notering in Tiel.

Veel over het vervolg hadden ze niet te melden. Daarvoor zou iemand van het bureau komen, die wel verstand van de boekhouding had. Nanny Rijpma vulde een indrukwekkend formulier in, met vragen over het inkomen, de gezondheid van de beide partners, het gewenste krediet en de hoogte van de aflossing.

De heren vertrokken na ontvangst van de 150 gulden en namen het formulier mee. Daarna werd het stil. Op het nummer in Eindhoven werd niet meer opgenomen en navraag op het adres leerde dat er nooit een financieringsbureau had gezeten.

Nanny Rijpma kan zich nauwelijks voorstellen dat iemand een ander oplicht voor 150 gulden. “Maar ja, drie keer zo'n gesprek op een avond en je hebt toch gauw 450 gulden netto. Ik vind het een eng idee dat iemand nu weet wat ik in huis heb. Achteraf zeg je: hoe heb je zo dom kunnen zijn? Ik vond het al vreemd dat ze hun auto niet voor het huis maar een eind verderop parkeerden.

De nieuwe schuldsaneerder heeft het echtpaar Rijpma niet uit de krant. “Dat nooit meer.” Het Instituut voor het midden en kleinbedrijf (IMK) heeft een betrouwbaar bureau aanbevolen.

mailIcon print |