*

 
dossier

Archief

Beek testcase voor het milieu en de economie

DILLIAN HOS − 25/10/96, 00:00

Economie en milieu hoeven elkaars vijanden niet te zijn, beloofden de coalitiepartners elkaar bij het aantreden van het kabinet. 'Paars' zou laten zien dat het milieu niet hoeft te lijden onder economische groei. De kwestie rond het vliegveld Beek is misschien wel de belangrijkste testcase. Leefomgeving en werkgelegenheid staan vrijwel nergens zo lijnrecht tegenover elkaar. Maar hoe hard zijn de argumenten?

De huidige start- en landingsbaan van het vliegveld zorgt voor te veel geluidsoverlast, in het bijzonder in de gemeenten Beek en Meerssen. Daarom komt er een nieuwe baan, hebben kabinet en Tweede Kamer vorig jaar besloten.

De aanleg van deze zogeheten Oost-Westbaan vergt echter nogal wat investeringen, terwijl Beek nu al verlies lijdt. Om het vliegveld uit de rode cijfers te helpen en meer luchtverkeer aan te trekken, zou het ook 's nachts open moeten. Minister Jorritsma van verkeer en waterstaat wil daarin toestemmen. Het rijk wil immers stoppen met het aanvullen van de verliezen van regionale vliegvelden.

Zij kan rekenen op de steun van haar collega van economische zaken, Wijers. Hij verwacht een groei van de werkgelegenheid. Vijfduizend banen is niet niks in een regio als Limburg, luidt hier het argument.

Dat getal van vijfduizend is afgeleid uit een samenwerkingsplan dat Beek en Schiphol hebben opgesteld. Nu zijn er 2300 banen, dat zouden er op termijn 7300 worden. De cijfers van het onderzoeksbureau Bruce, Allen & Hamilton - een studie verricht in opdracht van Wijers - laten echter zien dat het per saldo om minder banen gaat. Zij komen uit op 6600 banen in 2015 mét nachtvluchten en 4100 zonder.

Als één ding blijkt uit de verschillende studies over Beek, is het wel dat je met cijfers alle kanten op kunt. Het ligt er maar aan wat je meerekent. Gaat het alleen om de werkgelegenheid op het vliegveld zelf, neem je de banen bij toeleverende bedrijven mee of wordt zelfs gerekend met mogelijke vestiging van bedrijven in de toekomst?

Niettemin, in een regio waar het werk niet voor het oprapen ligt, zijn 2500 banen niet gek. Echter, zó slecht gaat het niet met de werkgelegenheid in Limburg. Het beeld van de grote werkloosheid na de mijnsluitingen is kennelijk nog lang op het netvlies blijven hangen.

De werkelijkheid toont een ware economische boom. De werkloosheid in Limburg is dan ook niet erger dan die in de rest van het land. Groningen springt er veel negatiever uit. Het aantal mensen als aandeel van de bevolking (de 'participatiegraad') dat werkt, ligt nog wel onder het landelijk gemiddelde, maar stijgt.

Een meerderheid van de bedrijven in de regio vindt een vliegveld als nieuwe impuls voor de werkgelegenheid bovendien niet nodig, bleek eerder dit jaar uit een onderzoek door de plaatselijke kamer van koophandel.

Ook daar is echter wel weer iets op af te dingen. De Randstad raakt vol, het Groene Hart dient te worden gespaard en dus is het gunstig als de bedrijvigheid en de werkgelegenheid zich beter spreiden over het land.

Minister Jorritsma heeft haar ambities in de afgelopen maanden behoorlijk bijgesteld. Begon ze met 5000 nachtvluchten per jaar, in haar laatste officiële voorstel gaat het om 1500 vluchten, waarvan er 585 in het holst van de nacht plaatshebben.

Tijdens een ingelaste bespreking in het Torentje bij premier Kok werd dinsdag zelfs gesproken over minder dan 1500 starts en landingen. Per saldo gaat het dus om hooguit vijf vluchten per nacht, waarvan er een of twee midden in de nacht plaatshebben.

Dat zijn er voor minister De Boer altijd nog vijf te veel. De opstelling van de milieuminister is door de maanden heen consequent gebleven: op een regionaal vliegveld horen geen nachtvluchten thuis. Eén concessie deed zij wel: als dat nodig is om de chartermaatschappijen naar Beek te laten verhuizen, mag wel aan het begin en eind van de nacht worden gevlogen.

Concentratie

Voor De Boer speelt er meer dan alleen het vliegveld zelf. In Zuid-Limburg heeft een concentratie van activiteiten plaats. Vlak over de grens ligt het vliegveld Geilenkirchen, dat in de regio ten oosten van Beek herrie veroorzaakt. Verder is er de vestiging van de chemiefabriek DSM. In de 'veiligheidscontour' rond de fabriek lopen de bewonenden een zeker veiligheidsrisico. Er gelden zwaardere eisen aan rampenplannen én er mag niet meer worden gebouwd. In die cirkel vallen de gemeenten Beek en Geleen. Bovendien is er, door de snelle economische groei, een roep om meer industrieterreinen.

Dat alles bij elkaar maakt dat er nu al erg weinig rust en ruimte overblijft, vindt De Boer.

Op de kaart is goed te zien hoe de regio rond Beek, waar het nog kon of mocht, is volgebouwd. De verstedelijking in deze regio is bijna vergelijkbaar met die in de Randstad. Worden daarboven nachtvluchten toegestaan, dan worden mensen in het hele gebied van Maas tot Hoensbroek 's nachts in hun slaap gestoord.

Uitstel van een besluit over Beek wordt in Den Haag al weken als de beste optie gezien. Zo loopt geen van de betrokken ministers politieke schade op. Een echte beslissing kan dan worden genomen rond de kabinetsformatie. Het kan dan ook amper toeval zijn dat premier Kok juist deze week ervoor pleit de hele toekomst van de luchtvaart in Nederland inzet te maken van verkiezingen en formatie.

Dat PvdA-fractievoorzitter Wallage op de avond voor het kabinetsberaad suggereert Beek daarbij te betrekken, is nóg minder toevallig.

mailIcon print |