*

 
dossier

Archief

OOSTERS - Thaise saté

TINEKE SLUIJTER − 02/02/98, 00:00

Overal in Zuid-Oost-Azië is saté een geliefd vleesgerecht. En de verschillen zitten 'm niet alleen in de ingrediënten. In Indonesië, Singapore en Maleisië zijn de sateetjes vrij klein, je bestelt er in een restaurantje dan ook gauw een stuk of twintig per persoon van. In Thailand zijn de stukken vlees aan het stokje groter.

Benodigdheden voor vier personen:

600 gram hamlappen, 4 teentjes knoflook, 1 1/2 eetlepel bruine suiker, 3 eetlepels citroensap, 2 eetlepels Thaise vissaus, 2 theelepels tamarindepasta, 2 eetlepels olie, houten sateprikkers.

De hamlappen in dobbelstenen snijden. Boven een kom de teentjes knoflook met een knoflookknijper uitpersen. Roer hier de bruine suiker, citroensap, vissaus, tamarindepasta en olie doorheen. Schep de blokjes vlees door de marinade en laat dit minimaal twee uur staan. Af en toe omscheppen. Leg de prikkers een kwartiertje in een laagje water. Rijg de stukjes vlees, bijvoorbeeld drie stukjes, aan de bovenkant van het stokje. Verwarm de grill voor. Als het element roodgloeiend is, de stokjes op een rooster leggen en onder de grill bruin en gaar laten worden.

Bij deze saté kunt u een pindasaus geven (de Thai voegen daar dan graag verse sereh aan toe en zetten er een schaaltje korianderblaadjes bij). Maar u kunt er ook een Thaise saus bij geven: Naam Prik Pao. Hiervoor heeft u nodig:

4 teentjes knoflook, 4 sjalotjes, 1/2 eetlepel geroosterde trasi, 4 gedroogde rode pepers, 1 eetlepel bruine suiker, 2 theelepels tamarindepasta.

In een wok op hoog vuur, zonder olie, de teentjes knoflook en de sjalotjes bruin bakken. Laat knoflook en ui afkoelen en pel ze. In een keukenmachine pureren samen met de trasi, rode pepers, bruine suiker en tamarindepasta. Deze saus past ook goed bij gekookte witte rijst.

mailIcon print |