Mensenrechten in Nederland zijn nog niet wat ze moeten zijn, vindt A. Momin, oprichter van de Partij van de Mensenrechten. De PvdM vindt dat er te veel daklozen zijn en dat te veel mensen moeten rondkomen van een minimuminkomen, zoals sommige bejaarden en studenten. Momin heeft via een mini-advertentie in Trouw, Parool en de Volkskrant mensen opgeroepen om lid te worden.
Tegen betaling van 120 gulden voor vier jaar kunnen geïnteresseerden meedoen met de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam en de Tweede-Kamerverkiezingen. Voor de laatste moet de PvdM nog wel 25 000 gulden inzamelen om mee te mogen doen. “Ik denk dat elk serieus lid daarvan wel een deel voor zijn rekening neemt”, zegt een optimistische Momin, die zeven tot tien Kamerzetels denkt te halen.
Het verkiezingsprogramma van de partij is gebaseerd op de in 1948 opgestelde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De PvdM streeft naar een socialistisch en democratisch koninkrijk, met Engels als tweede officiële taal. Op die manier kunnen Nederlanders die de taal nog niet machtig zijn beter communiceren. Momin noemt dat geen allochtonen, omdat ze de Nederlandse nationaliteit hebben.
De raadsverkiezingen zijn op 4 maart. Daarvoor is alles al rond: de PvdM doet mee in acht Amsterdamse stadsdelen en Diemen. Voor de deelraden zijn de lijsttrekkers al bekend. Na deze eerste poging start de partij, die nu al 300 leden telt, een grootscheepse campagne voor de landelijke verkiezingen.
De PvdM ziet individualisme als een vorm van sociale isolatie en egoïsme. Alle bejaarden moeten volgens het verkiezingsprogramma dan ook een alarmsysteem hebben, om zo contact te houden met de buitenwereld. Momin en de zijnen beschouwen namelijk dienstverlening aan mensen, voor mensen en door mensen als de basis van de menselijke democratie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.