*

 
dossier

Archief

BRUG

ROB SCHOUTEN − 20/01/96, 00:00

'Hoewel de grote afdelingen met de pontveren gingen kwamen er dikwijls enkele soldaten, op weg naar Bommel, om overgezet te worden.' Van de overheid moeten we bij de brug van Zaltbommel aan Nijhoff denken.

Maar Van Schendel mag van mij ook. Zijn roman De Waterman speelt zich af in het begin van de vorige eeuw, in het milieu van de Zwijndrechtse nieuwlichters; een brug over de Waal was er nog niet en ook nog net niet toen Van Schendel het boek in 1933 publiceerde. Door dat gebrek aan bruggen doet De Waterman erg Hollands aan; behalve veren en bootjes had je slechts tijdelijker overbruggingen als ijs om in dit land van Noord naar Zuid te komen. Een volk van hoogheemraden, dijkgraven, schippers en overstromingen. Maar goed, ik moest toch ook meestal wel aan Nijhoffs gedicht 'De moeder de vrouw' denken, die paar keer dat ik er in de file stond.

Vooral de fameuze eerste regels: 'Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Ik zag de nieuwe brug.' Bijna een profetie, want bruggen zijn niet om naar te kijken maar om overheen te rijden, maar naar deze werd je gedwongen lang te kijken, haast zodat het een soort dieper schouwen werd. Ook als je òp de brug was gearriveerd, werd je aandacht afgeperst. Het ding, een voorbeeld van de wet van de remmende voorsprong, was zo smal dat je als automobilist het gevoel had op een soort kermisachtige testbaan te zijn gekomen, tot een rigide alcoholproef te worden gedwongen. Krampachtig rechtdoor blijven rijden, was het devies, net doen of je de tegenstanders niet ziet.

Een brug die dus verder eigenlijk juist niet aan Nijhoff, 'landschap wijd en zijd', rustiek binnenschip met vrouw deed denken, maar aan de vloek van het verkeer; misschien dat de nieuwe brug het wat dat aangaat een tijdje beter doet. Maar eigenlijk hadden ze beter de oevers naar Nijhoff kunnen noemen want vandaar af lag hij in het gras naar de brug en het water te kijken - niet heus overigens, want het vers is geïnspireerd op een geleende ervaring. Door zijn oeverlijk gepeins is de dichter nu opgenomen onder de groten der Nederlandse aarde: Van Brienenoord, John Frost, Berlage. Misschien mag Gerrit Komrij ooit zijn naam aan het volgende exemplaar geven, want hij parodieerde Nijhoff als volgt: 'Er was veel rommel op de brug te zien. / Ik zag onder de brug. Naar alle zijden / leek zich de vuile troep daar te verspreiden.' Wie weet ook een profetie.

mailIcon print |