*

 
dossier

Archief

Een boek voor de zieken

Wim Boevink − 05/03/99, 00:00

Nieuw is de boodschap van Eugen Drewermann niet, maar spannend is hij nog steeds. Het zieleheil van de mens is gebaat bij meer begrip tussen theologen en psychotherapeuten. Als theoloog én therapeut heeft Drewermann op z'n minst enig recht van spreken.

Misschien kunnen hier de denkbeelden van Eugen Drewermann van nut zijn. De Duitse psychotherapeut en theoloog was deze week even in Nederland op uitnodiging van de Vereniging voor Analytische Psychologie, een vereniging die het gedachtegoed van Carl Gustav Jung wil behartigen.

Voor een klein gehoor van hoofdzakelijk medici hield Drewermann in Utrecht een voordracht, vooral om hen te wijzen op de beeldende en genezende kracht van het Nieuwe Testament. De psychotherapie en de theologie hebben, bij alles wat hen scheidt, hun doelstelling gemeen: beide beogen ze het zieleheil van de mens. Toch zijn de twee disciplines niet erg op elkaar gesteld en voeren ze een 'onzalige loopgraven-oorlog': ,,Spreekt men in de theologie zielloos over God, in de psychotherapie spreekt men goddeloos over de ziel.''

Drewermann haalt Mattheüs, hoofdstuk 14 aan, als Petrus in een gierende storm midden op het meer uit de boot stapt om over het water naar Jezus toe te lopen. Hij raakt alsnog door angst bevangen en dreigt te zinken totdat Jezus hem redt; ziedaar, zegt Drewermann, het verhaal van ons leven. Dat is wat psychotherapie zou moeten beogen en theologie evenzeer: angst overwinnen door vertrouwen.

Religie is in Drewermanns ogen in oorsprong een therapie om ons van wanen en angsten te bevrijden, een therapie die men na eeuwen van kerkelijke dogmatiek en theologische dwalingen bezig is te herontdekken. Religie is in de woorden van Sigmund Freud verworden tot een 'knellend systeem van collectief opgelegde dwangneuroses'.

Maar wie, zegt Drewermann, in staat is de Bijbel 'beeldend' te lezen, zal zien dat Jezus eigenlijk als een psychotherapeut rond trok: in Marcus hoofdstuk 2 staat letterlijk dat hij niet is gekomen voor de gezonden, maar voor de zieken. Het is 'het goede' in hem dat de angsten doet verdwijnen, precies zoals een psychotherapeut een ruimte schept waarin de patiënt zich kan tonen zonder dat men hem ironiseert, kritiseert of veroordeelt. Alleen in vertrouwen kan de mens zijn ziel blootleggen.

We volgen Drewermann op zijn verzoek bij zijn 'beeldende' duiding van een fragment uit Marcus hoofdstuk 8. De tekst luidt: 'En zij kwamen te Bethsaida. En zij brachten een blinde tot Hem en smeekten Hem deze aan te raken. En Hij vatte de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp, en Hij spuwde in zijn ogen. legde hem de handen op en vroeg hem: Ziet gij iets? En hij zag op en zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen als bomen wandelen. Vervolgens legde Hij weer de handen op zijn ogen, en hij zag duidelijk en was hersteld. En hij zag voortaan alles scherp. En Hij zond hem naar huis en zeide: Ga het dorp zelfs niet in.'

Drewermann verwijt de theologie zich hier onledig te hebben gehouden met de vraag naar de historische juistheid van de beschreven gebeurtenis. Net zoals Freud in 1898 ontdekte dat de verhalen van zijn patiënten veelal niet op waarheid berustten, dat wil zeggen geen historisch objectieve informatie bevatten, zo moet men ook in Marcus 8 geen historische feiten zoeken. Beslissend is de psychische waarheid ofwel de vraag naar de waarheid die schuil gaat in de literatuur, het beeld, de droom. Een inzicht dat aan theologen niet is besteed: ,,Ik durf te beweren dat er in heel Duitsland niet één exegeet bestaat die de droom van een studente van de afgelopen nacht zou kunnen verklaren, maar de Bijbel begrijpen ze allemaal.''

Waarom brengt Jezus de blinde man buiten het dorp? ,,Hij brengt hem weg van de anderen. Weg van de blik van de anderen. Want de zieke ziet zichzelf met geleende ogen, niet met die van zichzelf. Zoals iemand tegenover zijn psychotherapeut aanvankelijk niet zichzelf beschrijft, maar zichzelf gezien door de ogen van een ander.'' Blikken vernederen, blikken zijn uitingen van macht, lees Sartre: wie maakt als subject de ander tot object? Of met mededogen: hoe kijk je een mens zo aan dat hij ophoudt zich te schamen?

En dat gespuug in de ogen? ,,Ik ken een heel gewichtig, theologisch werk, verschenen in twee delen, dat tot de conclusie komt dat speeksel van een charismaticus bijzonder geneeskrachtig werkt.'' Maar het Marcus-beeld drukt volgens Drewermann iets heel anders uit, het speeksel voert de mens terug naar een plek waar het warm was, vochtig en donker, naar de moederschoot. Naar een ruimte waar geborgendheid en vertrouwen heersen.

De blinde ziet dan mensen als bomen. Bomen zijn, Jungiaans geduid, moederlijke symbolen. Iets om je aan vast te klampen. ,,Dat Jezus hier nog een keer zijn handen oplegt, is voor mij het meest ontroerende. Want de mens die hij geneest kent nog steeds angst, maar voor het eerst is het een angst die hij niet met geleende, maar met eigen ogen ziet. Hij geeft de mens de kans om iets fout te zien, en hem nog even buiten het dorp te houden.'' Buiten de oordelende wereld.

Voor hen die vertrouwd zijn met het werk van Drewermann zal zijn benaderingswijze geen verrassing opleveren. De Bijbel als boek vol op dromen lijkende vertellingen. Niet direct een psychotherapeutisch handboek, maar in ieder geval een beeldend werk dat inzicht biedt in de werking van de menselijke geest.

Al jaren houdt Drewermann, geëxcommuniceerd uit de kerkgemeenschap, zich in zijn talrijke publicaties bezig met zijn eigen particuliere exegese ervan. Terug naar de oorsprong: de Bijbel is, bijna zoals Thomas Manns Toverberg, een boek voor de zieken.

mailIcon print |