*

 
dossier

Archief

NOC-NSF-topman Huibregtsen beraadt zich op positie als voorzitter

JOHAN WOLDENDORP − 11/02/98, 00:00

NAGANO - De ogen staan dof, de stem is afgemeten. Op zoek naar de juiste toonzetting vlucht Wouter Huibregtsen in staccato-zinnetjes, waarin hij zich zo geloofwaardig mogelijk probeert te distantiëren van het vraaggesprek in de Volkskrant van gisteren. Daarin hekelde hij in niet mis te verstane, beledigende woorden de benoeming van Willem-Alexander tot IOC-lid. De voorzitter van NOC-NSF maakt de prins uit voor 'judas', 'saboteur' en 'lafaard'.

“Ik heb kennisgenomen van het artikel en ben diep geschokt. Ik heb geen interview aan de Volkskrant gegeven. Ik heb de gewraakte kwalificaties en terminologieën niet in de mond genomen. Ik distantieer me volledig van de inhoud van het verhaal.” Het woord 'judas' heeft Huibregtsen wel gebezigd, zo geeft hij toe. “Maar niet in relatie tot de prins. Een tijdje geleden, toen er van de kandidatuur van Willem-Alexander überhaupt nog geen sprake was, heb ik die term gebruikt met betrekking tot enkele kandidaten voor het IOC. Enkele, niet alle, en zeker niet de prins.”

Willem-Alexander werd in 1994 beschermheer van NOC-NSF. Op verzoek van het bestuur beloofde de prins bij monde van zijn persoonlijk secretaris schriftelijk dat hij zich niet in het IOC zou laten verkiezen, voor het geval hij ambities in die richting zou koesteren. Het stoort Huibregtsen dat de kroonprins die afspraak heeft geschonden, zonder hem daarin te kennen.

Huibregtsen zegt af te zullen treden als voorzitter van NOC-NSF wanneer hij niet op steun van de sportbonden kan rekenen. “Ik ben dienaar van de sport. Dat doe je bij de gratie van het gezag. Als dat gezag niet gegeven wordt, moet ik daar de consequenties uit trekken.” De nationale sportbonden reageren terughoudend op de affaire, zo blijkt uit een korte telefonisch rondvraag. Het bestaan van de bewuste brief is bij de achterban van Huibregtsen onbekend. Inhoudelijk delen zij over het algemeen de kritiek van de gepasseerde voorzitter van het NOC-NSF, tenslotte hún kandidaat voor het IOC. Maar als blijkt dat Huibregtsen zijn onvrede in zulke krachtige bewoordingen heeft geuit, hoeft hij op weinig steun in Nederland te rekenen.

Kamerlid Rijpstra (VVD) reageerde gisteren woedend. “Het ging net goed met de Nederlandse sport, en nu gaan we weer rollend op straat.” Rijpstra kan zich bijna niet voorstellen dat de NOC-NSF-voorzitter zich echt zo kritisch heeft uitgelaten. “Maar het beeld is heel negatief voor Huibregtsen.” Dat Willem-Alexander het NOC-NSF zou hebben beloofd zich niet te kandideren voor het IOC, is volgens Rijpstra totaal niet relevant. “Hij is gevraagd. En hij heeft toestemming gekregen van het kabinet en van zijn moeder.”

De wereld staat ook in Nagano op zijn kop. Het klinkt hoogst onwaarschijnlijk dat een gerespecteerd voorzitter van de grootste sportkoepel zijn teleurstelling over het mislopen van een begeerd IOC-lidmaatschap in grievende taal jegens een lid van het Koninklijk huis verpakt, maar het klinkt ook even ongeloofwaardig dat een bevriend journalist (Hans van Wissen) dergelijke typeringen uit zijn duim zuigt. Kort nadat duidelijk was geworden dat de prins van Oranje zitting zou nemen in het olympische parlement, had Huibregtsen, zegt hij, een informeel gesprek met Van Wissen. Afgelopen weekeinde trachtte de verslaggever andermaal in contact met de voorman van NOC-NSF te komen. Die verbleef op dat moment al in Japan. Toen vanuit Amsterdam het lijntje niet gelegd kon worden, belde Huibregtsen zelf Van Wissen, die om die reden het gesprek niet op de band heeft opgenomen.

In een verklaring stelt staatssecretaris Terpstra (sport) dat zij zich onthoudt van commentaar op “teksten die door de heer Huibregtsen zijn weersproken”. Gevraagd naar een mondelinge toelichting zegt ze dat ze hoopt over te gaan tot de orde van de dag in Nagano, de sport.

- Vervolg op pagina 13

Geen 'dikke mik' meer in het intermenselijke verkeer VERVOLG VAN PAGINA 1

“Ik heb in informele zin drie dingen gezegd”, vertelt Huibregtsen de in Nagano aanwezige Nederlandse verslaggevers.

“In de eerste plaats, dat ik verrast was over de verkiezing van de prins, in de tweede plaats dat ik teleurgesteld was dat er met mij geen vooroverleg had plaatsgevonden en in de derde plaats omdat ik het oneens ben met de beslissing van de overheid dat de prins geen inhoudelijke rol in het NOC-bestuur zou mogen vervullen.” Hij vindt het niet principieel onjuist dat een lid van het koningshuis de tweede Nederlandse IOC-zetel inneemt. “Dat ik teleurgesteld ben de race te hebben verloren, staat los van de kroonprins.”

Gisteravond heeft Huibregtsen in een gesprek met Willem-Alexander de gewraakte tekst in de Volkskrant proberen te weerleggen. “Ik hoop de schade te kunnen herstellen”, zei hij voordat hij de gang naar Canossa maakte. “Ik vind het schokkend dat zoiets kwetsends in de krant heeft gestaan.” Huibregtsen meldt dat hij de prins steunt in zijn streven het IOC-lidmaatschap een inhoudelijk karakter te geven. “Daarin past ook de ambitie om de prins een dergelijke rol in het NOC-bestuur te laten vervullen. Ik stel een intensieve werkrelatie met hem zeer op prijs.”

Dat neemt niet weg dat de onderlinge sfeer, in Nagano althans, duidelijk is vertroebeld. De ontvangst van Willem-Alexander op het station, vrijdag, was koel, om het eufemistisch te stellen. Slechts een ander Nederlands IOC-lid, Anton Geesink, en ambtelijk secretaris Wim de Heer waren ter begroeting aanwezig. Voor het gemak was Geesink het etiket 'NOC-NSF-bestuurder' opgeplakt. Vice-voorzitter Jan Loorbach liet verstek gaan omdat de prins direct na aankomst op audiëntie moest bij IOC-president Samaranch, Huibregtsen was vanuit de Verenigde Staten onderweg naar Japan. Waar het gebruikelijk 'dikke mik' is in het intermenselijke verkeer, keurde Huibregtsen de prins zondag bij het snowboarden amper een blik waardig.

Wat het waarheidsgehalte van het artikel in de Volkskrant ook is, Huibregtsen overwoog gisteren nog geen stappen tegen het blad te ondernemen. “Dan sleept het zich weer een tijd voort. Je kunt die dingen het beste maar achter je laten.” Zijn positie als leider van de Nederlandse georganiseerde sport lijkt evenwel een onmogelijke te zijn geworden. Zijn bestuursleden kiezen vooralsnog zijn zijde. “We gaan dit probleem als volwassen mensen oplossen”, zegt NOC-NSF-secretaris Meijer.

mailIcon print |