*

 
dossier

Archief

Waarom toch 'in besloten kring'?

SJ. VAN DEN BERG − 16/04/94, 00:00

Een ervaring uit mijn schoolloopbaan. Een leerlinge van de scholengemeenschap waaraan ik verbonden was, Annette, kwam bij een verkeersongeluk om het leven. De belangstelling was overstelpend groot. De aula kon nog geen tiende deel van de scholieren bevatten; tot ver buiten het rouwcentrum stonden de honderden leerlingen. Het podium was een zee van bloemen. Een begrafenis die schijnbaar uit de hand liep.

Maar toen wij als leraren van Annette even contact hadden met haar moeder, bleek het ons hoe goed haar deze betrokkenheid van de leerlingen deed: “Och wat een kinderen, en die komen allemaal voor Annette. En wat een bloemen! Als Annette dat eens kon zien; ze hield zoveel van bloemen”.

Rondom het graf stond deze onafzienbare menigte jonge mensen. Afgezien van de kleine kring bij de kist was het onmogelijk voor de enorme schare om iets te zien of te verstaan van wat vooraan gebeurde. Maar dat was ook niet nodig. Het was alsof we allen door golven van sympathie en liefde verbonden waren met de jonge dode. Bij alle droefheid die ook ik ervaren heb bij het omkomen van dit meisje heeft deze begrafenis een diepe indruk achtergelaten. De herinnering eraan kwam bij mij boven na het lezen van de artikelen over uitvaart en begrafenis op de Podiumpagina van 1 en 8 april.

Een andere ervaring. Een oud-onderwijzer uit mijn lagere-schooltijd, met wie ik nog regelmatig contact had onderhouden, was overleden. Ik woonde de rouwdienst bij die in een kerkgebouw werd gehouden. Daarna zou de begrafenis 'in besloten kring' plaatsvinden. Voor de dienst was er gelegenheid de familie te condoleren. De mogelijkheid van enig verder contact met de familieleden was uitgesloten. Ze zaten op de voorste rij met de rug naar ons toe. Als belangstellenden mochten wij luisteren naar de toespraak en het gebed, maar de gang naar het graf bleef voorbehouden aan de familie en enkele genodigden. Toen dezen het kerkgebouw hadden verlaten, konden wij naar huis gaan.

Een derde herinnering. Ik ontving een kaartje waarop mij werd meegedeeld dat een collega uit een vroegere woonplaats was overleden. De crematie had inmiddels 'in alle stilte' plaatsgevonden. Zij was een eenzaam mens geweest. Het leek wel alsof deze eenzaamheid nog extra werd geaccentueerd bij haar dood. Ik had er bij willen zijn op haar laatste gang, maar de familie had mij daartoe geen gelegenheid geboden. Mijn collega was geruisloos verdwenen, in alle stilte . . .

Waaruit zou die neiging toch voortkomen een begrafenis of crematie in te krimpen tot louter een aangelegenheid van de familie? Is een toegenomen individualisme hieraan debet? Ziet men het als zozeer behorende tot de persoonlijke levenssfeer dat een 'buitenstaander' daarmee niets te maken heeft? Of speelt misschien onbewust een taboe op alles wat in ons jachtige leven met de dood te maken heeft een rol?

Steeds meer mensen kiezen voor de privesfeer bij het laatste afscheid: een onvriendelijke houding tegenover de andere gemeenschappen waarin de overledene een plaats heeft gehad.

mailIcon print |